|
|
|
|
|
|
|
|
|
Beleidsplan Prostitutie Antwerpen - Seinpost 1999 Beleidsplan Prostitutie Antwerpen – Samenvatting
1. Adviesbureau Seinpost b.v.
Het Beleidsplan Prostitutie Antwerpen werd opgesteld door het Adviesbureau Seinpost b.v. en uitgegeven in juni 1999. Opstellers van het rapport waren ingenieur P. Lohmann en planologe drs. C.M. Ossewaarde. “Seinpost Adviesbureau BV, met vestigingen in Rotterdam, Arnhem en Amsterdam, richt zich al bijna 20 jaar op het ontwikkelen van praktische methodieken die behulpzaam zijn bij het oplossen van de vaak complexe sociaal-economische en sociaal-maatschappelijke problemen in de grote en kleinere steden en in dorpen. Karakteristiek voor de aanpak van Seinpost is dat wij ons niet beperken tot onderzoek en advies, maar dat wij indien gewenst ook de uitvoering van projecten op ons nemen. ” (website van Seinpost) Het Antwerpse onderzoek vinden we op de website onder de rubriek referenties: “Beleidsplan Prostitutie Antwerpen - Voor de Stad Antwerpen hebben wij de situatie in het Schipperskwartier - het raamprostitutiegebied - in kaart gebracht: het aantal prostitutiepanden en ramen, de eigenaren van de panden evenals de uitbaters ervan, de plannen van aanleg, de verkeerssituatie alsook de aanwezige overlast en criminaliteit. Tevens werd aandacht besteed aan prostitutie in andere gebieden van Antwerpen. Aan de hand van de analyse hebben wij een beleidsplanprostitutie geschreven met daarin voorstellen voor het concentreren van de verspreide raamprostitutie, het terugbrengen van het aantal ramen, de herinrichting van vrijkomende gebieden, de verkeerscirculatie en het beheer van het Schipperskwartier. Ook werd aangegeven op welke wijze bovenstaande voorstellen ook daadwerkelijk gerealiseerd zouden kunnen worden (instrumenten). De raad van Antwerpen heeft het beleidsplan inmiddels goedgekeurd.” Hoe belangrijk de ervaringen in Arnhem waren voor Seinpost en bijgevolg ook het Beleidsplan dat ze opstelden, lezen we in de afstudeerscriptie van Caroline Bosscher (TU Delft 1998 - Geo-informatie en Grondbeleid) over “Mogelijkheden van gemeentelijk prostitutiebeleid na opheffing van het bordeelverbod”. “Door opheffing van het bordeelverbod krijgen de gemeenten meer mogelijkheden om een prostitutiebeleid te voeren. Het is daarom voor de gemeenten van belang te weten wat de mogelijkheden van het in te zetten gemeentelijk instrumentarium zijn. Het doel van dit onderzoek is te analyseren in hoeverre en op welke wijze het na opheffing van het bordeelverbod mogelijk is prostitutie te reguleren met behulp van het (gemeentelijk) instrumentarium. De pandgebonden vormen van prostitutie staan in het onderzoek centraal. De centrale focus is het voorkomen van overlast voor de omgeving. In het bijzonder is dit onderzoek voor de gemeente Arnhem van belang. Deze gemeente heeft namelijk van oudsher te kampen met veel prostitutieoverlast. De reden hiervoor is onder andere dat de raamprostitutie zich in een woonbuurt bevindt (het Spijkerkwartier) en dat raamprostitutie andere overlastgevende activiteiten aantrekt, zoals straatprostitutie en dealen in drugs. De gemeente heeft daarom besloten de raamprostitutie in het Spijkerkwartier te beëindigen en een alternatief te bieden elders in Arnhem.” De resultaten van het onderzoek: “De eerste doelstelling het verminderen van de overlast kan op twee manieren bereikt worden, namelijk door een locatiebeleid te voeren of door middel van niet locatieafhankelijke maatregelen.” “Van belang zijn daarom de doelstellingen die de gemeente Arnhem met het prostitutiebeleid voor ogen heeft. De doelstelling ten aanzien van raamprostitutie is deze te concentreren op een braakliggend industrieterrein.” “De overige twee doelstellingen, positieverbetering en tegengaan van strafbare feiten, worden gedeeltelijk middels de hogere wetgeving bereikt, namelijk door middel van de arbeidswetgeving, vreemdelingenwetgeving en de strafwetgeving.” “Naast de publiekrechtelijke instrumenten heeft de gemeente Arnhem ook de mogelijkheid om privaatrecht in te zetten, omdat ze de grond waarheen de raamprostitutie verplaatst zal worden, inmiddels in eigendom heeft. (…) Er bestaan bij het verhuren een aantal mogelijkheden. Eén daarvan is middels tussenkomst van een stichting.” Het college beslist op 14 mei 1998 om 3.678.400 BEF uit te trekken voor ontwikkelen van het beleidsplan door het bureau Seinpost. Omdat er geen alternatieve tippellocatie was voorzien kreeg Seinpost door het college nog eens 1.321.600 BEF toebedeeld.
2.
De studie – structuur De studie van Seinpost valt uiteen in zes grote stukken:
Het driesporenbeleid voor het Schipperskwartier is duidelijk het belangrijkste stuk in de studie. Ook de tijdsplanning en coördinatie krijgt vrij veel aandacht.
3.
Inleiding en afbakening van het probleemveld In de inleiding wordt zeer kort de evolutie van de prostitutie in Antwerpen geschetst. “In de stad Antwerpen zijn verschillende vormen van prostitutie aanwezig: raamprostitutie in voornamelijk het Schipperskwartier en de Korte en Lange Winkelhaakstraat, straatprostitutie in de Atheneumbuurt en homoprostitutie in het Stadspark zijn de meest in het oog springende. (…) Op 1 oktober 1995 telde Antwerpen in totaal 386 ramen, waarvan er ongeveer 300 in het Schipperskwartier gelegen waren. Drie jaar later, op 1 oktober 1998, telde het Schipperskwartier er nog vrijwel net zoveel. Door een krachtige aanpak van het gemeentebestuur zijn evenwel alle ramen in de Korte en Lange Winkelhaakstraat inmiddels gesloten.” “De stad Antwerpen heeft in de afgelopen jaren getracht de raamprostitutie in het Schipperskwartier te beheersen: in de voorliggende jaren zijn verschillende verkeersmaatregelen genomen teneinde het carrouselrijden tegen te gaan. Hiertoe zijn enkele straten afgesloten voor het gemotoriseerde verkeer. Effect hiervan was wel, dat deze straten vervolgens een dode aanblik geven. De prostituees in deze straten klaagden ook over een teruglopend aantal klanten. De politie constateerde een toename van de criminaliteit, doordat de sociale controle van rondrijdende automobilisten wegviel.” “Maart 1997 gaf de gemeenteraad van Antwerpen een duidelijk signaal: de prostitutie hoeft niet weg uit Antwerpen, maar zij dient wel ingedijkt te worden. Volgende hierop heeft de stad een eerste start gemaakt met het 'terug veroveren' van Antwerpen's 1e Wijk. Gezien de veelal slechte bouwtechnische staat waarin veel prostitutiepanden zich bevonden, heeft de Bouwpolitie in 1997-1998 een eerste start gemaakt met het afgeven van verklaringen van onbewoonbaarheid en bouwvalligheid. Dit heeft met name succes gehad bij prostitutiepanden aan de Burchtgracht en de Zakstraat: de prostitutiefunctie is hier inmiddels geheel verdwenen en het achterblijvende vastgoed wordt gerenoveerd.” “Na een procedure van
Openbare Aanbesteding, begin 1998, heeft Seinpost Adviesbureau
B.V. uit Den Haag in mei 1998 de opdracht gekregen tot het
opstellen van een beleidsplan Prostitutie Antwerpen. Het traject
is in twee onderdelen gesplitst:
Tijdens beide trajecten heeft er een actieve begeleiding plaatsgevonden door de ingestelde Beleids Ontwikkelingsgroep Prostitutie, waarin o.m. verschillende ambtenaren van de betrokkenen diensten en vertegenwoordigers van de beleidsverantwoordelijke schepenen zitting hadden (zie linker kader). Meer frequent werd de beleidsvisie afgestemd met de door het College ingestelde Beleidsambtenaar Prostitutie; zij vormde de spil tussen het onderzoeksbureau en de ambtenarij en heeft ons daardoor moeiteloos door de ambtelijke kanalen alsmede inspraakbijeenkomsten geleid.” Afbakening probleemveld Prostitutie kent vele verschillende (verschijnings)vormen en afhankelijk van de doelstelling kan men deze vanuit verschillende invalshoeken indelen. “In het beleidsplan Prostitutie Stad Antwerpen zal voornamelijk uitgegaan worden van beleid gericht op de raam- en de straatprostitutie…’. De verschillende vormen
van prostitutie brengen elk een eigen maatschappelijke en
beleidsproblematiek mee. Seinpost onderscheidt daarbij “vijf
verschillende invalshoeken:
Door deze vijf invalshoeken centraal te stellen vindt ook “een zekere afbakening plaats voor beleid, de beleidsverantwoordelijkheid en de handhaving. Kern van het beleid zal het opzetten, uitvoeren en handhaven van een verordening zijn.” Om tot een integraal beleid te kunnen komen gaat Seinpost “uit van een systeembenadering in twee opzichten: formulering van het probleemveld als systeem en vaststelling van het benodigde instrumentarium als systeem.” Een probleem kan echter niet geformuleerd worden “zonder de probleemhebber aan te wijzen”. Centraal hierin staat de positie van de prostituees zelf. Een verordening (vergunningen- of gedoogsysteem) welke voor de stad Antwerpen ontwikkeld zou kunnen worden, zal echter niet alleen op de prostituees maar ook op de bescherming van de directe omgeving betrekking hebben. Daarnaast en niet in het minst, is er het algemeen maatschappelijk probleem. Het bureau Seinpost ziet “drie directe 'probleemhebbers' van het fenomeen prostitutie”:
Daarnaast onderscheidt Seinpost “een aantal afgeleide probleemhebbers” m.b.t. de prostitutie: de exploitanten, de klanten, de kijkers en de diverse maatschappelijke instanties.” Om tot een onderbouwd beleid te komen ten aanzien van de verschillende vormen van prostitutie in de stad Antwerpen, dienen “het probleemveld en de beleidsaanpak” tot elkaar gebracht te worden. Vervolgens heeft het bureau Seinpost een uitvoerige opsomming van de schillende prostitutievormen in Antwerpen: Raamprostitutie: “Ten aanzien van de pandeigenaren, is er goed zicht op bij wie de panden in eigendom zijn; aangezien evenwel bij wet exploitatie van prostitutie verboden is, is "de exploitant" strafbaar. Mede daardoor is er in de Antwerpse situatie geen tot nagenoeg geen zicht op wie in het Schipperskwartier de panden huren c.q. wie de feitelijke exploitanten/uitbaters zijn.” Bekend is volgens Seinpost evenwel dat “momenteel (december 1998) voor de ramen c.q. werkplekken zo'n BF 12.000 per shift per week betaald wordt.” Er zijn in het Schipperskwartier “ca. 275 ramen”. Belangrijke bronnen van overlast van de raamprostitutie voor omwonenden zijn “de zichtbare manier van klantenwerving maar vooral de rondrijdende autostroom. (…). In de weekenden wordt deze overlast overigens mede veroorzaakt door de aanwezigheid van enkele dancings (Anvers, Red and Blue) in het gebied.” Clubs, bars en privé-huizen: “Met betrekking tot aantallen besloten clubs en privé-huizen zijn vooralsnog geen gegevens bekend. (…) De politie geeft aan dat deze vormen goed controleerbaar zijn en tegelijk dat de aanwezigheid van deze vormen ook iets hebben met de 'charme van de stad Antwerpen'.” Thuisontvangst: “Voor het dienstjaar 1998 werden middels de 'belasting op de rendez-voushuizen' 63 adressen van zogenaamde callgirls geregistreerd. Dit getal strookt echter waarschijnlijk niet met de werkelijkheid.” Erotische massagesalons: “In de afgelopen jaren werden slechts een vijftal erotische massagesalons geregistreerd, middels de 'belasting op de rendez-voushuizen'. (…) Ten aanzien van de in Antwerpen gevestigde massagesalons zijn geen specifieke problemen bekend.” Escortbedrijven: “Nadeel van escortservices is, dat de meeste aan het oog worden onttrokken waardoor er ook weinig gegevens over bekend zijn. Wel is bekend dat er zich langs de Plantin en Moretuslei enkele bevinden. Escortservice betreft een zeer ongrijpbare vorm van prostitutie.” Straat-, portiek- of tippelprostitutie: Deze is in Antwerpen is (nagenoeg) “geheel geconcentreerd in de Atheneumbuurt en vindt plaats in sterke relatie tot enkele hotelaccommodaties (rendez-voushotels) aldaar. Voor het dienstjaar 1998 werden middels de 'belasting op de rendez-voushuizen 20 adressen van rendez-voushotels geregistreerd. (…) Op De Coninckplein wordt in de cafés getippeld. (…) Door de straathoekwerkers van Payoke wordt gesproken over een paar honderd straatprostituees die in de Atheneumbuurt werkzaam zijn; 230 van hen zijn geregistreerd, 50 tot 100 van hen zijn heroïneverslaafd. Na de sluiting van de ramen in de Korte en Lange Winkelhaakstraat heeft een verschuiving van prostituees plaatsgevonden naar de Atheneumbuurt (…). In mindere mate vindt straatprostitutie plaats rondom 't Zuid (verkeersplein) alwaar meestal jonge meisjes zich aanbieden. Onbekend is hoeveel tippelaarsters hier werken. Cijfers van de hulpverlening zijn niet echt voorhanden.” Jongensprostitutie en ontmoetingsplaatsen voor homoseksuele mannen: “In Antwerpen is het Stadspark in de avonduren dé ontmoetingsplek voor homoseksuele mannen, waarbij onbetaalde seksuele activiteiten plaatsvinden. Overdag vinden hier overigens ook betaalde contacten plaats, 's Avonds vindt de jongensprostitutie (weliswaar kleinschalig) plaats op de parking Rubenslei. Daarnaast is er met name in de zomer sprake van homoprostitutie in het groengedeelte op Linkeroever. (…) Hoeveel het aanbod van homoprostituees is, is onbekend. (…) Van objectieve overlast ten aanzien van het Stadspark en op Linkeroever, lijkt wel sprake te zijn. De politie grijpt in op het moment er sprake is van bedreigingen en berovingen, maar ziet tot op heden geen reden haar beleid ten aanzien van de homoprostitutie in het Stadspark en Linkeroever te wijzigen” Seinpost eindigt het hoofdstuk met een opmerkelijke uitspraak over prostitutie en criminaliteit. “Opvallend is, dat waar ook naar specifieke prostitutiegebieden in Europa gekeken wordt, er vrijwel overal een sterke koppeling schijnt te bestaan tussen "de prostitutie' en criminele randverschijnselen. Van drugs-, wapen, mensenhandel, heling, merkontduiking, intimidatie, autoroof, smokkel, handel in - valse - iconen tot intimidatie, ontvoeringen en liquidaties, allen zijn zaken die in vrijwel alle prostitutiegebieden van Europa gezien worden als een tot de prostitutie behorende "aanverwante" bezigheid. Ook in Antwerpen is dit het geval.” Er lijkt volgens Seinpost “een sterke symbiose te zijn tussen het Falconplein en het Schipperskwartier.” Het ene gebied zou kunnen opereren in de schaduw van de ander. “Het staat overigens niet geheel vast of de Oost-Europese misdaadorganisaties het Falconplein wel als hun - belangrijkste -uitvalsbasis gebruiken; in een recent artikel van het toonaangevende Nederlandse tijdschrift "Elsevier", wordt het boek 'Organizatsiya' van de schrijver Lallemand aangehaald. Hierin zou vermeld zijn dat de sporen van de misdaadorganisaties meer leiden naar het hart van de diamantwijk dan naar het Schipperskwartier.” Seinpost eindigt met een belangrijk advies van de politiediensten. “Bij de aanpak van de prostitutie in de verschillende buurten van Antwerpen, pleiten gemeentepolitie, rijkswacht alsmede verschillende andere betrokkenen, sterk voor het zoveel mogelijk scheiden van de prostitutie en het wonen.”
4. Beleidsuitgangspunten en doelstellingen beleid De in oktober 1998
behandelde beleidsvisie was een eerste stap om te komen tot een
integraal Prostitutiebeleid voor de stad Antwerpen. Doelstelling
volgens Seinpost van “deze beleidsvisie was:
De beleidsvisie had derhalve ten doel de betrokken beleidsverantwoordelijken bekend te maken met de problematiek van de prostitutie in de stad Antwerpen en hen - net als de betrokken bewoners en bedrijfstak - alvast voor te bereiden op de te maken keuzes.” Seinpost stelt dat het beleidsplan moet gezien worden “als een advies aan het gemeentebestuur van de stad Antwerpen. Vaststelling van het beleid zal dienen plaats te vinden in de gemeenteraad. Dit kan - ons inziens - het beste plaatsvinden nadat alle betrokkenen - conform de vaststelling van de beleidsvisie - hiervan op de hoogte gebracht zijn en hun mening hierover kenbaar gemaakt hebben.”
Beleidsuitgangspunten van de Stad Antwerpen:
“Raamprostitutie Schipperskwartier. Maart
1997 is door de gemeenteraad van Antwerpen aangegeven dat de
raamprostitutie niet weg hoeft uit Antwerpen, maar wel ingedijkt
dient te worden in het Schipperskwartier. Het College heeft
reeds daarvoor de uitspraak gedaan dat op de Paulusplaats e.o.
de prostitutie te zijner tijd beëindigd dient te worden. Op
1 oktober 1998 telde het Schipperskwartier ca. 275 ramen.
Uitgangspunt is in ieder geval dat dit aantal niet verder mag
stijgen. Raamprostitutie Korte en Lange Winkelhaakstraat. Ten aanzien van het tegengaan van raamprostitutie in de Korte en Lange Winkelhaakstraat, is door de Burgemeester van Antwerpen diverse keren aangegeven dat de prostitutie hier dient te verdwijnen. Volgende hierop is in de afgelopen periode door de stad Antwerpen een begin gemaakt met het sluiten van verschillende ramen: op 1 oktober 1995 telde het gebied een 80-tal ramen, maar inmiddels zijn alle ramen gesloten.”
5. Sturing en terugdringing van de prostitutie in Antwerpen Het studiebureau Seinpost schetst het wettelijk kader waarbinnen de stad Antwerpen kan opereren. “Voor het binnen een juridisch kader aanpakken van de prostitutie in de stad Antwerpen geldt wellicht het beste nog het spreekwoord: ‘Reiziger, er is geen bestaande weg, deze wordt slechts gaande gevormd’.” De wet van 21 augustus 1948 geeft de mogelijkheden aan Belgische gemeenten, om verordeningen te vervaardigen indien deze ten doel hebben de openbare zedelijkheid en de openbare rust te handhaven. Artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet spreekt eveneens over deze bevoegdheid om verordeningen op te kunnen stellen; met name geldt dit dan voor artikel 121 waarin specifiek aangegeven is dat gemeenten verordeningen kunnen opstellen die de openbare zedelijkheid en de openbare rust verzekeren. “Voorwaarden die in beide wetten aan het opstellen van gemeentelijke verordeningen verbonden zijn, hebben betrekking op enkel de openbare zedelijkheid en de openbare rust', zij spreken niet over het regelen van de prostitutie. Belangrijk is hierbij dat gemeenten ervoor dienen te waken dat zij geen allesomvattende regeling van de prostitutie maken. Wel mogen zij een verordening opstellen die erop gericht is de overlast van de prostitutie in al haar wijken, straten en buurten actief aan te pakken; maar zij mogen dit niet doen in een daartoe door de gemeente aan te wijzen concentratiegebied” Het actieplan dat Seinpost daarna voorstelt toont hoe men de geest van een wet kan omzeilen. “Actie 1: De stad
Antwerpen stelt een nieuwe verordening op die gericht is in het
beschermen van vrijwel al haar wijken van de openbare rust en de
openbare zedelijkheid; uitgezonderd hiervan is een nader aan te
wijzen concentratie in het Schipperskwartier en een nader aan te
wijze tippellocatie ergens in haar stad. De stad Antwerpen zal
aan het overtreden van deze nieuwe verordening dwangmiddelen en
sancties koppelen. Actie 2: Voorafgaande
aan de bekrachtiging van deze nieuw op te stellen verordening,
zal strikte naleving plaatsvinden van reeds bestaande wetgeving
en randwetgeving. (…)
Actie 3: Teneinde een toe te staan concentratiegebied daadwerkelijk te laten functioneren - zodat daarmee de openbare rust en zedelijkheid in de rest van haar stad gegarandeerd is - zullen stedenbouwkundige (urbanistische), verkeerskundige en fysieke maatregelen in en rondom het concentratiegebied Schipperskwartier genomen worden. (…) Actie 4: Binnen het
aan te wijzen concentratiegebied (…), zal een maximum aantal
ramen (c.q. maximaal aantal werkplekken) toegestaan worden.
Indien hiervoor geen verordening opgesteld kan worden, zullen
op basis van voorwaarden opgenomen in de bouwverordening eisen
gesteld worden aan een minimale breedte van een raam alsmede
overige bepalingen, zodat in het gebied slechts ruimte is voor
een maximum aantal ramen. Actie 5: Daar waar
eigenaren van panden die buiten de toegestane concentratie
vallen, niet mee willen werken de woonfunctie te herstellen, zal
de Stad een recht van voorkoop vestigen dan wel haar
onteigeningsinstrument inzetten. Actie 6: In de
komende periode zal in nauw overleg met het parket, hogere
overheden en overige betrokkenen nagegaan worden op welke wijze
de benodigde juridische instrumenten zo snel mogelijk - én zo
effectief mogelijk opgebouwd - verkregen kunnen worden. Naast een op te stellen verordening zullen middels urbanistische acties de voorwaarden gecreëerd dienen te worden opdat ook daadwerkelijk sprake is van slechts een enkel concentratiegebied. Hiervoor kunnen bestaande (bouw)verordeningen gebruikt worden alsmede kan een verkeersplan opgesteld worden. Aanvullend daarop kunnen overige fysieke maatregelen genomen worden.” Vervolgens pakt Seinpost de straat- en tippelprostitutie in de Atheneumbuurt aan. “Doelstelling: binnen 1 jaar beëindiging straat- en portiekprostitutie Atheneumbuurt. Start uitvoering beleid op de meest korte termijn. Hoe doelstelling te bereiken:
Seinpost eindigt met een
bespreking van de acties in de Winkelhaakstraten.
“Met de komst van het enkele jaren geleden geopende
Plaza-hotel aan het Koningin Astridplein, is een start gemaakt
met het opheffen van de raamprostitutie in de Korte en Lange
Winkelhaakstraat. Waren enkele jaren geleden hier nog een
goede 80 prostitutieramen in gebruik, door de acties van de stad
Antwerpen (voornamelijk: door het politieoptreden alhier) zijn
de ramen nu grotendeels verdwenen. In 1998, is door middel van het aankopen van voormalige prostitutiepanden, een begin gemaakt met het ook actief ingrijpen in de eigendomssituaties hier. Streven is de aangekochte panden te renoveren en weer in te zetten als bedrijfs- en/of winkelruimten.” Seinpost besluit met de vaststelling dat de doelstelling van het beleid reeds deels is bereikt.
6. Formulering van een driesporenbeleid Om te komen tot een
krachtige verbetering van het Schipperskwartier stellen zij
(Seinpost) een “integrale aanpak voor waarbij verschillende
parallelle sporen tegelijk en integraal worden bewandelt. In
hoofdlijn komt de voorgestelde aanpak neer op het volgende
drie-sporen-beleid:
Wat betreft de tijdsduur van een integrale aanpak, welke uitgaat van zowel het inkaderen alsook inperken van de prostitutie naast de totale verbetering van het Schipperskwartier, verwachten wij dat rekening gehouden dient te worden met een periode van minimaal vijf jaar. 6.1. Beleid
gericht op prostitutie “In totaal zijn hier ca. 275 ramen gevestigd (situatie: oktober 1998); hoeveel werkplekken hierachter zitten, is onvoldoende bekend.” Op basis van deze
vergelijking van voor- en nadelen lijkt voor Seinpost het
zogenaamde V-model het best na te streven concentratiemodel. “De
wens van de gemeenteraad komt bij het V-model het meest
nadrukkelijk tot uiting: het inperken van de prostitutie in de
wijk. Door de beperkte stedenbouwkundige invloed die deze
concentratie - ook voor wat betreft de stratenomvang en het
aaneengesloten zijn van de panden - op de wijk heeft, wordt een
positieve verbetering bereikt. De
verkeersafwikkeling kan op een eenvoudige én goede manier worden
vormgegeven; woonstraten
zullen in het geheel niet belast worden met prostitutieverkeer.
Vanaf het Falconplein kan men - via eenrichtingsverkeer - de
Schippersstraat in. Via - wederom enkel via eenrichtingsverkeer
- de Verversrui kan men het prostitutiegebied weer verlaten. Er
is een kleine rondgang te vormen waardoor er nagenoeg geen
overlast is voor de overige delen van de wijk. Doordat de
concentratie slechts twee straten betreft is de beheersbaarheid
van de openbare orde binnen dit model goed te garanderen. Er is
geen tot nauwelijks sprake van overlap van het prostitutiegebied
met andere functies in de omgeving zoals woonfuncties en
bedrijvigheid. Binnen dit V-model is wel de gewenste herontwikkeling van de gehele wijk, inclusief voormalige prostitutiepanden, door hun grote aantal een niet te onderschatten (financieel) probleem. Wel kan gewerkt worden aan nieuwe perspectieven voor gehele straten: bijvoorbeeld voor de Oudemanstraat.” Om te komen tot een goed functionerende prostitutieconcentratie binnen het Schipperskwartier, zijn voor Seinpost volgende acties benodigd: A. Op
ruimtelijk-planologisch gebied:
Deze voorwaarden dienen de basis te zijn voor een nieuw op te stellen Bijzonder Plan van Aanleg voor (een deel van) het Schipperskwartier. B. Teneinde de
concentratie ook daadwerkelijk goed te kunnen laten
functioneren, zullen in de komende periode diverse urbanistische
maatregelen doorgevoerd moeten worden. C. Ook zal er een
beleid gevoerd worden, gericht op de bedrijfstak zelf: de bedrijfstak zal
geconfronteerd worden met:
Deze voorwaarden
dienen in een op te stellen reglement opgenomen te worden. Punt van aandacht blijft of de eisen gesteld worden aan de verhuurder van de werkplek (c.q. raam) of aan de eigenaar van het pand.” 6.2. Goed beheer van het Schipperskwartier “De onderliggende
strategie van het beleidsplan is gebiedsgericht en bevat drie
onderliggende elementen die gekenmerkt kunnen worden als:
“Om concentratie
binnen de daartoe gestelde termijn zeker te stellen, is het ook
nodig om de beschikkingsmacht over het vastgoed te verkrijgen;
indien onderhandelingen niet slagen, dient het instrument van
onteigening ingezet te worden. In het op te stellen BPA zal de
rechtsgrond voor deze onteigening neergelegd dienen te worden,
op grond waarvan straks onteigening mogelijk wordt. (…) Tegelijk
met de op te starten onteigeningsweg, zal ook een start -gemaakt
dienen te worden met de onderhandelingen; (… ) Om de
onderhandelingen succesvol te laten verlopen, dient de gemeente
ook te beschikken over "wisselgeld". Dit kan bijvoorbeeld
bestaan uit het volgende: binnen de nieuw beoogde concentratie
zijn nog diverse braakliggende bouwpercelen beschikbaar die,
voor het merendeel, in eigendom zijn van de stad Antwerpen. In
het kader van de concentratiegedachte zou er geen bezwaar hoeven
te zijn deze uit te geven ten behoeve van nieuwbouw van
prostitutie-eenheden, (dit uiteraard in overeenstemming met de
geformuleerde voorwaarden en richtlijnen). Vastgoed in
eigendom bij de gemeente gelegen binnen het concentratiemodel
kan uitgeruild worden tegen panden die buiten de concentratie
gelegen zijn en nu nog de prostitutiefunctie kennen.
Om de positie van de stad Antwerpen in de komende periode te
verstevigen, dient verder uitgezocht te worden in hoeverre
beschikbare publiekrechtelijke instrumenten ingezet kunnen
worden. Wij denken daarbij bijvoorbeeld aan:
Als doelstellingen voor
beheer van het Schipperskwartier gaat Seinpost uit “van:
De uitvoering van de
hierboven genoemde onderdelen kan verschillend zijn voor delen
van het Schipperskwartier. Het lijkt ons goed om bij de te
onderscheiden gebieden uit te gaan van de volgende driedeling
Een van de grote bronnen van overlast in het Schipperskwartier, zoals deze door de bewoners wordt ervaren, is de verkeersoverlast. “Deze verkeersoverlast wordt veroorzaakt door het in carrouselrijden van het prostitutieverkeer. Bij de keuze van het V-model als zijnde concentratiegebied voor prostitutie is ervan uitgegaan dat er een zeer beperkt autoverkeer, dat gericht is op de prostitutie, overblijft. Hierbij komt het verkeer via het Falconplein en via de Schippersstraat het prostitutiegebied in; het prostitutieverkeer kan vervolgens enkel via de Verversrui en wederom het Falconplein het concentratiegebied verlaten. Verkeersbewegingen zijn daarmee tot een minimum beperkt en hebben geen relatie meer met de rest van het Schipperskwartier. Uitgangspunt daarnaast is het eenrichtingsverkeer door de beide prostitutiestraten. (…) Doel daarvan is de overlast voor de bewoners van rondjesrijdend verkeer alsmede het overtallige verkeersaanbod zoveel mogelijk te beperken en enkel af te wenden op dat deel van het Schipperskwartier waarvoor de automobilisten gekomen zijn: het concentratiegebied prostitutie. Gevolg van een tijdige invoering van de verkeersmaatregelen is het op korte termijn opstellen van een verkeersplan met daarin aangegeven welke straatdelen afgesloten en waar rijrichtingen aangepast zullen worden. Bij de opstelling ervan wordt al uitgegaan van de wens van de gemeente te komen tot een concentratie van raamprostitutie in het V-model.” 6.3. Herontwikkeling van de wijk Uitgangspunt van de komende verbeteringsoperatie, is dat de totale 1e wijk van Antwerpen erop vooruit dient te gaan. “Dus niet alleen een beleid gericht op de - concentratie van - de prostitutie of een gezamenlijke aanpak van de drugs(handel), criminaliteit en overlast, maar zeker ook gericht op de herontwikkeling van het Schipperskwartier.” De herontwikkeling richt
zich volgens Seinpost op “de volgende elementen:
Herontwikkeling van (de voormalige) prostitutiepanden “zal pas echt goed van start kunnen gaan nadat de gemeenteraad van Antwerpen heeft ingestemd met het - door BOP - voorgestelde concentratiemodel. Eigenaren kunnen daarop hun toekomstplannen afstemmen en rekening houden met of het beëindigen van hun 'onderneming' of het verplaatsen ervan naar de V-concentratie. Wij denken dat voor de herontwikkeling van het achterblijvende vastgoed het beste gebruik gemaakt kan worden van of inschakeling van een speciaal hiervoor opgezette vastgoedontwikkelingsmaatschappij. Belangrijk voordeel van een dergelijke vastgoedontwikkelingsmaatschappij is dat besluiten (bijvoorbeeld tot aankoop van een pand) snel genomen kunnen worden.” “In voorgesprekken met de stad Antwerpen is reeds duidelijk geworden, dat de stad Antwerpen zelf niet deel mag nemen in risicodragende vastgoedorganisaties. Op zich is dit ook niet nodig aangezien verwacht mag worden dat er in - en rondom - de stad Antwerpen voldoende solvabele partijen zullen zijn die het beste voorhebben met het .Schipperskwartier. Voordeel van een organisatie die volledig opgebouwd is door private partijen, is dat zij en onafhankelijk is en dat zij kan beschikken over de kennis en het netwerk van de deelnemende partijen. Het heeft voordeel de deelnemende partijen in de vennootschap te zoeken in de sfeer van: banken, ontwikkelaars, makelaars, verzekeringsmaatschappijen, buurtgebonden ondernemingen, en wellicht zelfs: een bewonersorganisatie (of groep bewoners). In de komende periode zal verder bezien moeten worden of er een draagvlak is voor het opzetten van een vastgoedorganisatie voor het verbeteringsproces Schipperskwartier en zo ja, met welke deelnemende partijen.”
7. Tijdsplanning en coördinatie Planning gaat uit van een zekere volgorde waarin zaken dienen te gebeuren. “Een probleem bij dit beleidsplan Prostitutie Antwerpen is echter dat iedere stap en ieder instrument een keuze impliceert die de vrijheid van handelen in het gevolg inperkt. Deze inperking kan in botsing komen met de gewenste flexibiliteit.” Regelmatige evaluatie is hier op zijn plaats. “Om deze reden is gekozen voor een relatief eenvoudig hanteerbare maar in de procesbewaking effectieve, planningsmethodiek. Onderscheid wordt gemaakt in: 1. Een tijdsplanning, en 2. Een activiteitenschema.” Bij de tijdsplanning is uitgegaan “van een indeling voor de eerste 3 jaren totdat het concentratieproces in "de V" gereed is alsmede de beëindiging van de prostitutie in zowel de Atheneumbuurt en Korte en Lange Winkelhaakstraat. Cruciaal in de tijdsplanning voor wat betreft het Schipperskwartier, is dat rekening gehouden wordt met de proceduretijd die nodig is voor het opstarten en afronden van de onteigening en daarmee samenhangend de tijd die procedureel doorlopen dient te worden ten behoeve van: het opstellen van een overkoepelende verordening waarin aangegeven wordt dat overal opgetreden zal worden tegen de (overlast van de) prostitutie, behalve in de V-concentratie van het Schipperskwartier (en wellicht een - nog nader te bepalen – gebied ten behoeve van de tippelprostitutie).” In het activiteitenschema zijn de belangrijkste activiteiten naar doelstellingen en naar deelgebieden zijn op een rij gezet. “Er is onderscheid gemaakt naar activiteiten (belangrijkste stappen en besluiten) en aandachtspunten (overwegingen en zaken waarop gelet dient te worden bij de . verschillende genoemde activiteiten). In het activiteitenschema is een aantal procedures wat uitvoering betreft aangegeven. Dit kan als checklist nuttig zijn. Toch is dit schema zeker niet uitputtend.” In een “Hoofdschema activiteiten 1999” wordt een hele lijst mogelijke activiteiten en te ondernemen acties opgesomd. We onthouden hierin dat “Het zou natuurlijk goed zijn indien bij de gemeenteraadsbehandeling aangegeven kan worden dat "de buurt" het beleidsadvies in grote lijnen steunt. Gezien de problematiek alsmede "de wijk" mag er evenwel van uitgegaan worden dat dit niet het geval zal zijn.” En “Zodra het besluit over het beleidsplan genomen is, is een verandering van beleid ten aanzien van de prostitutie in het Schipperskwartier een feit. Formeel zal dan - aan de pandeigenaren - bekend gemaakt dienen te worden dat de prostitutie in 2003 zich enkel nog mag afspelen in de aangewezen concentratie.” Ten slotte geeft het bureau als uitsmijter nog “enkele nadere overwegingen betreffende de planning”. “De aanpak van de tippelprostitutie wordt voornamelijk beheerst door de Politie en Rijkswacht; zij hebben in voorgesprekken ook sterk aangedrongen op het doen van een onderzoek naar een mogelijke alternatieve locatie. Wij hebben deze suggestie ook overgenomen aangezien we - uit ervaring weten - dat juist deze prostitutievorm het snelst elders opnieuw de kop op steekt. Vermenging van beide vormen (raam- en tippelprostitutie) is onmogelijk: beide vormen bijten elkaar (concurrentie); raamprostituees staan daarbij hoger in de hiërarchie dan straatprostituees.” 8.
Kosten en risico’s. De studie somt een hele waslijst van (mogelijke) kosten op. Kosten bijvoorbeeld welke de gemeentelijke diensten zelf dienen te maken door het inzetten van mensen in het project evenals uitgaven voor externe adviseurs etc. Vooral de kosten die te maken hebben met de verwerving, functieverandering en exploitatie van vastgoed worden vermeld. Voor geen enkel item wordt een prijs genoemd of wordt zelfs maar een voorstel tot raming gedaan. “We kunnen rustig stellen dat de risicofactor bij dit - totale - project groot is.” Seinpost stelt bijgevolg voor om zoveel mogelijk te werken met “risicobeheersing”. Deze risicobeheersing wordt niet verder uitgewerkt. Ondanks het feit dat Seinpost de mening is toegedaan dat “de aanpak van de drie met prostitutie geconfronteerde wijken c.q. gebieden met daarbij de actie tot daadwerkelijk verbetering ervan, alles in zich heeft om in aanmerking te komen tot het verkrijgen van subsidiegelden” beperkt men zich hier ook tot het opsommen van enkele namen (URBAN, SIF, etc.). Seinpost ziet twee belangrijke baten bij uitvoering van het beleidsplan: “1. Waardestijging van het aangekochte vastgoedbezit (…); 2. De meeste baten zullen evenwel verkregen kunnen worden op het maatschappelijke vlak.” Hierbij denkt het studiebureau bijvoorbeeld aan “private investeringen die uitgelokt worden door de verbetering van het Schipperskwartier (alsmede door het verdwijnen van de prostitutie uit de Atheneumbuurt en Korte en Lange Winkelhaakstraat) bedrijfsvestiging in leegkomende panden en stimulering van de werkgelegenheid.” “Inschatting van te maken kosten:” het bureau meldt dat dit nog “in opbouw” is.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Copyright © SOS Schipperskwartier 2006