Start Forum Zoeken

Geschiktheidsverklaring

Welkom
Nieuws
SOS
Beroep
Buurt
Beleid
Links
Contact

 

Overzicht beslissingen
Seinpost kritiek
Brief aan beleid
Debat raad 2000
Brief Detiège
Concentratiegebied
Geschiktheidsverklaring
Bestuursakkoord
Nieuwsbrief 4
Nieuwsbrief 3
Nieuwsbrief 2
Nieuwsbrief 1
BOP Seinpost

 

Gemeenteraad van 19 juni 2000 - Geschiktheidsverklaring

 

Stad Antwerpen Gemeenteraad - Openbare zitting van 19 juni 2000

 

Samenstelling: mevrouw L. Detiège, burgemeester-voorzitster; de heren H. Schiltz, L. Delwaide, M. Wellens, G. Verstraelen, E. Antonis, B. Peeters, P. De Loose, E. Pairon, D. Geldof, mevrouw A. Coolsaet, schepenen; de heren G. Neel, A. Geeraerts, mevrouw I. Julliams, de heren R. Wouters, M. Bartholomeeussen, mevrouw A. Pecher, de heren J. Claes, L. Bungeneers, L. Daems, J. Van Brusselen, mevrouwen H. Vienne, H. De Lobel, de heren R. Hulstaert, M. Van Peel, C. Masson, mevrouw F. Bali, de heren E. Beysen, G. Brouwers, P. Dewinter, W. Verreycken, E. Verrijken, L. Anken, J. Van Leemput, mevrouwen T. Smit, N. Lanjri, de heren L. De Ranter, L. Wyns, W. Cools, mevrouwen L. Quackels, N. Peeters, de heren H. Verhelst, P.K. De Jonghe, J. Penris, L. Eeckhout, mevrouwen M. Segers, H. Uitterlinden, de heer R. Jennes, mevrouw E. Engelen, de heren L. Lemmens, B. Muts, mevrouw C. Pauwels, de heren J. Thijs, M. Van Tongerloo, C. Marinower, raadsleden; de heer F. Nolf, stadssecretaris; de heer F. Vandekerckhove, adjunct-stadssecretaris. Iedereen aanwezig behalve de heer E. Antonis, schepen; de heer E. Beysen, mevrouwen N. Peeters, H. Uitterlinden, raadsleden; de heer F. Nolf, stadssecretaris.

 

Burgerzaken. A-punt. Samenlevingsopbouw. Integrale aanpak prostitutie. Reglement geschiktheidsverklaring raamprostitutiepand.(Jaarnummer 1322)

 

De gemeenteraad, bij hoogdringendheid,

gelet op: 
 

1. de goedkeuring van het Beleidsplan Prostitutie Antwerpen door het college in zijn besluit van 18 maart 1999 (BZA21-3975); 
2. zijn besluit van 6 april 2000 (jaarnummer 4914) waarbij opdracht gegeven werd aan verschillende stadsdiensten om de uitvoering van bepaalde onderdelen van de integrale aanpak raamprostitutie Schipperskwartier voor te bereiden; 
3. de goedkeuring door het college in zijn besluit van 8 juni 2000 (BZ-8447), waarbij goedkeuring werd verleend aan de uitvoering van bepaalde onderdelen van het beleidsplan prostitutie Antwerpen; 
4. de artikelen 119 en 119bis van de nieuwe gemeentewet, in het bijzonder artikel 119bis §2, §4 en §5, en artikel 123, 12°, artikel 135 §2, in het bijzonder artikel 135 §2, 7° van de nieuwe gemeentewet; 
5. de wet van 21 augustus 1948 tot afschaffing van de officiële reglementering van de prostitutie, in het bijzonder artikel 1 lid 2;

 

overwegende dat: 
1. het bestaan van prostitutieactiviteiten in een buurt, en vooral dan de activiteiten die daarmee gepaard gaan - niet alleen vormen van overlast: carrouselrijden, wildplassen, lawaaihinder, intimidatie, vechtpartijen, etc., maar ook vormen van criminaliteit: mensenhandel, witwaspraktijken, afpersing, wapengebruik en -handel, drugsgebruik en -handel, etc.) - een enorme verstoring geven van de openbare orde en de openbare veiligheid in de onmiddellijke en ruime omgeving van die buurt; 
2. er een onderlinge samenhang bestaat tussen de prostitutieactiviteit en de openbare orde; dat de prostituee zich vaak in een penibele positie bevindt die zich bij uitstek leent tot misbruiken, zowel ten aanzien van de persoon van de prostituee als ten aanzien van de omgeving waarin de prostitutieactiviteit plaatsheeft; dat een verbetering van de werkomgeving en de werksituatie van de prostituee een gunstige invloed heeft op de onmiddellijke en ruime omgeving van de buurt waarin de prostitutieactiviteit zich voordoet, en dus de openbare orde en veiligheid ten goede komt; 
3. het in het belang van de openbare orde en veiligheid noodzakelijk is een beleid te voeren met als doel de beheersbaarheid van en het toezicht op de prostitutieactiviteiten; dat dit beleid zinvol moet zijn en gericht op de beheersing, sturing en verbetering van de omstandigheden rond de prostitutieactiviteiten; 
4. het voor de effectiviteit van de handhaving noodzakelijk is een reglement uit te vaardigen; dat dit reglement enkel de raamprostitutiepanden beoogt, en als uitgangspunt heeft dat de eigenaar verantwoordelijk is voor de goede gang van zaken binnen in zijn pand en voor de onderlinge samenhang met de openbare orde in de buurt van zijn pand; 
5. de goede gang van zaken in een gebouw samenhangt met het gegeven dat het gebouw en de verschillende ruimtes in het gebouw geschikt en aangepast zijn voor de activiteiten die erin plaatshebben; dat controle nodig is op o.a. de inrichting van het raamprostitutiepand, maar ook op het aantal vitrines; 
6. het noodzakelijk is te werken met geschiktheidverklaringen, zodanig dat de handhaving kan worden gericht op de eigenaar en de geschiktheid van een specifiek gebouw voor raamprostitutieactiviteiten; 
7. dat de geschiktheidverklaring geen reglementering beoogt van de raamprostitutie, noch het in welke vorm ook regelen van het pooierschap of de bordelen, noch een vergunning inhoudt van of een instemming met de prostitutieactiviteiten, maar enkel als doel heeft de beheersing van de raamprostitutieactiviteiten met het oog op het vrijwaren van de openbare rust en de openbare veiligheid, en het tegengaan van alle vormen van openbare overlast;

 

besluit, met 32 stemmen tegen 19:

artikel 1: akkoord te gaan met het reglement "geschiktheidverklaring raamprostitutiepand":

 

REGLEMENT GESCHIKTHEIDVERKLARING RAAMPROSTITUTIEPAND

 

Hoofdstuk 1

Artikel 1 Het is verboden een raamprostitutiepand in gebruik te nemen, te hebben of te houden zonder, of in afwijking van, een geschiktheidverklaring raamprostitutiepand.

Een geschiktheidverklaring is een verklaring afgegeven door het college van burgemeester en schepenen die enkel dient ter vaststelling van de geschiktheid van een constructie, gebouw of gebouwgedeelte en de inrichting daarvan voor het beoogde doel, namelijk raamprostitutiepand, met inachtneming van de gestelde voorwaarden en de toepasselijke gebruiksvoorschriften. Deze verklaring omvat geen vergunning van of instemming met het beoogde gebruik als zodanig.

Onder raamprostitutiepand wordt verstaan een constructie, gebouw of gebouwgedeelte met één of meer vitrines van waarachter de prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen.

Onder prostituee wordt verstaan de man of vrouw die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

Artikel 2 De aanvraag tot het bekomen van een geschiktheidverklaring raamprostitutiepand, hierna geschiktheidverklaring genoemd, gebeurt bij het college van burgemeester en schepenen op een daartoe voorgeschreven aanvraagformulier.

Het college van burgemeester en schepenen stelt de nadere regelen vast voor de te volgen procedure voor de indiening van de aanvraag en de daarbij horende bijlagen, voor de afhandeling van het dossier en het onderzoek van de stukken en van het beoogde raamprostitutiepand, alsook voor de afgifte van de geschiktheidverklaring, of, in voorkomend geval, de weigering ervan.

De aanvraag vermeldt in elk geval: 
a. de eigenaar of eigenaars van het raamprostitutiepand; indien het een rechtspersoon betreft, de persoon of personen die de rechtspersoon geldig kunnen vertegenwoordigen; 
b. indien het een rechtspersoon betreft : het bewijs van inschrijving in het handelsregister en uittreksel van de vennootschap in het Belgisch Staatsblad; 
c. het aantal vitrines dat gelijk moet zijn aan het aantal werkruimtes; 
d. de plaatselijke en kadastrale ligging van het raamprostitutiepand aan de hand van een situatietekening van tenminste 1:1000; 
e. de plattegrond van het raamprostitutiepand aan de hand van een tekening met een schaal van tenminste 1:100.

Artikel 3 1. Het college van burgemeester en schepenen kan de geschiktheidverklaring schorsen, intrekken of weigeren indien: - blijkt dat de houder van de geschiktheidverklaring niet rechtstreeks verhuurt aan de prostituee; - blijkt dat de geschiktheidverklaring werd afgegeven ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens; - blijkt dat de houder van de geschiktheidverklaring niet of niet meer voldoet aan een voorwaarde van de geschiktheidverklaring; - in het raamprostitutiepand een persoon wordt aangetroffen die minderjarig is of niet in het bezit van geldige verblijfsdocumenten; - blijkt dat het beoogde raamprostitutiepand niet in het concentratiegebied is gelegen zoals bepaald in de code van de gemeentelijke politiereglementen, hoofdstuk IV.

2. Het college van burgemeester en schepenen kan aan de schorsing, intrekking of weigering van de geschiktheidverklaring een tijdelijke of definitieve sluiting van het raamprostitutiepand verbinden. Deze schorsing of intrekking gebeurt overeenkomstig artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet.

3. Het college van burgemeester en schepenen kan om een van de bovenvermelde redenen, en wanneer de eigenaar niet in het bezit is van een geldige geschiktheidverklaring, overgaan tot administratieve sluiting overeenkomstig artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet. Deze sluiting kan tijdelijk of definitief kan zijn.

4. De administratieve sancties kunnen eerst worden opgelegd nadat de houder van de geschiktheidverklaring voorafgaand een waarschuwing heeft ontvangen met de aanmaning om binnen de termijn die wordt bepaald door het college van burgemeester en schepenen de nodige maatregelen te nemen. De houder van de geschiktheidverklaring wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.

Artikel 4 De geschiktheidverklaring vervalt zodra de houder van de geschiktheidverklaring geen eigenaar meer is van het raamprostitutiepand. Zij wordt individueel verleend en kan onder geen enkele omstandigheid worden overgedragen.

 

Hoofdstuk 2: voorwaarden gesteld aan de houder van de geschiktheidverklaring Artikel 5 De houder van de geschiktheidverklaring of, indien het een rechtspersoon betreft, de persoon of personen die de rechtspersoon geldig kunnen vertegenwoordigen, dienen: a. een bewijs te leveren van goed zedelijk gedrag, b. de leeftijd van 21 jaar te hebben bereikt, c. binnen de laatste vijf jaar geen houder geweest te zijn van een geschiktheidverklaring die, of eigenaar geweest te zijn van een raamprostitutiepand dat onderwerp is geweest van een administratieve sanctie, zoals bepaald in artikel 3 van dit reglement.

 

Hoofdstuk 3: inrichting raamprostitutiepand Artikel 6 Voor de gemeenschappelijke ruimten in het raamprostitutiepand gelden de veiligheids- en kwaliteitsnormen voor kamers en studentenkamers zoals vastgesteld bij decreet van 4 februari 1997 en de uitvoeringsbesluiten.

Artikel 7: gemeenschappelijke ruimte 1. In het raamprostitutiepand moeten tenminste aanwezig zijn: a. een verblijfsruimte als kleedruimte met per werkruimte een afsluitbare hang-legkast b. een verblijfsruimte als dagverblijf met een vloeroppervlakte van tenminste 3,6 m x 3,6 m; c. een gemeenschappelijke kookruimte; d. een gemeenschappelijke badkamer of douche; e. een gemeenschappelijk WC-lokaal f. het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op een raamprostitutiepand met niet meer dan 5 werkruimtes. 2. Samenvoeging van de kookruimte, kleedruimte en het dagverblijf is toegestaan indien een gelijkwaardige situatie wordt bereikt. 3. Het dagverblijf, de kookruimte en de kleedruimte mogen niet voor prostitutiedoeleinden worden gebruikt en moeten afgescheiden zijn van de werkruimtes.

Artikel 8: werkruimte 1. Als werkruimte wordt beschouwd de plaats waar de feitelijke seksuele dienstverlening plaatsheeft. 2. De werkruimte moet minimaal 12 m² groot zijn, met een hoogte van niet minder dan 2,20m. 3. Iedere werkruimte moet voorzien zijn van: - een wasbak met warm en koud stromend water - een afsluitbare hang-legkast tenzij in de verblijfsruimte per werkruimte een afsluitbare hang-legkast aanwezig is. - een bed- of rustbank. 4. De toegangsdeur van een werkruimte mag afsluitbaar zijn op voorwaarde dat in het raamprostitutiepand een op die deur passende sleutel aanwezig is die voor de overige aanwezige prostituees goed bereikbaar is. 5. Indien de toegangsdeur van de werkruimte is gelegen in een gevel en de werkruimte niet beschikt over een besloten verbinding naar andere verblijfsruimten, kan het college van burgemeester en schepenen bijkomende maatregelen opleggen met het oog op de veiligheid van de in de werkruimte verblijvende prostituees.

Artikel 9 1. Als vitrine wordt beschouwd een al dan niet van een werkruimte deel uitmakende besloten ruimte met één of meer op de weg georiënteerde ramen en/of deuren waarachter een prostituee de aandacht op zichzelf tracht te vestigen. 2. De vloeroppervlakte van een vitrine moet per zich daarin bevindende prostituee ten minste 2 m² bedragen. Elke vitrine dient een minimale gevelbreedte van 1,20 m te hebben. 3. Elke vitrine dient minimaal één stoel te hebben.

 

Hoofdstuk 4: overgangsmaatregel Artikel 10 De eigenaars van de bestaande raamprostitutiepanden dienen binnen zes maanden na het van kracht worden van dit reglement een aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen tot het bekomen van een geschiktheidverklaring, zoniet kan het college van burgemeester en schepenen overgaan tot de administratieve sluiting van het pand zoals bepaald in artikel 3, 4;

artikel 2: opdracht te geven aan de consulente prostitutiebeleid om samen met de dienst rechtszaken, de politie, veiligheid, het ontwikkelingsbedrijf en het parket, de procedures voor de toepassing van het reglement geschiktheidverklaring te ontwikkelen.

 

 

 

 

 Vorige Start Omhoog Volgende

 

Copyright © SOS Schipperskwartier 2006