Start Forum Zoeken

Nieuwe gemeentewet

Welkom
Nieuws
SOS
Beroep
Buurt
Beleid
Links
Contact

 

Strafwet
Nieuwe gemeentewet
Vervolgingsbeleid

 

De Nieuwe Gemeentewet 

 

Uittreksels uit de Nieuwe Gemeentewet die van belang zijn in het prostitutiedebat in Antwerpen.

 

Titel I - Het Gemeentebestuur

Hoofdstuk II - Vergaderingen, beraadslagingen, besluiten van de gemeenteraad

 

Afdeling 1 – Algemene bepaling

Art. 84. [ §1. ] Geen akte, geen stuk betreffende het bestuur mag aan het onderzoek van de raadsleden worden onttrokken. 
[ §2. De gemeenteraadsleden kunnen een afschrift verkrijgen van de akten en stukken betreffende het bestuur van de gemeente onder de voorwaarden bepaald in het door de raad opgestelde reglement van orde. Het reglement bepaalt eveneens de voorwaarden waaronder de gemeentelijke instellingen en diensten toegankelijk zijn. 
De vergoeding die eventueel wordt gevraagd voor het afschrift, mag in geen geval meer bedragen dan de kostprijs.
§3. De gemeenteraadsleden hebben het recht aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. Het reglement van orde bepaalt de voorwaarden waaronder dit recht wordt uitgeoefend. ] W. 11.7.1994 - art. 4 B.S. 20.12.1994)

 

Afdeling 2 - Vergaderingen

Art. 85. [ De gemeenteraad vergadert zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren, het vereisen, en ten minste tienmaal per jaar. ] (W. 11.7.1994 - art. 5 - B.S. 20.12.1994)

Art. 86. De raad wordt bijeengeroepen door het college van burgemeester en schepenen. 
Wanneer een derde van de zittinghebbende leden het vraagt, is het college verplicht de raad bijeen te roepen op de aangewezen dag en het aangewezen uur.

Art. 87. [ §1. Behalve in spoedeisende gevallen geschiedt de oproeping schriftelijk en aan huis, ten minste zeven vrije dagen vóór de dag van de vergadering; zij vermeldt de agenda. Deze termijn wordt evenwel tot twee vrije dagen teruggebracht voor de toepassing van artikel 90, derde lid. De agendapunten dienen voldoende duidelijk omschreven te zijn. 
§2. Voor elk agendapunt worden alle stukken die erop betrekking hebben ter plaatse ter inzage gelegd van de leden van de gemeenteraad vanaf het verzenden van de agenda. Het reglement van orde bedoeld in artikel 91 kan voorschrijven dat de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen ambtenaren, aan de raadsleden die erom verzoeken technische inlichtingen verstrekken over in het dossier voorkomende stukken; in dat geval worden in het reglement van orde tevens de nadere regels bepaald voor het verstrekken van die technische inlichtingen. ] W. 11.7.1994 - art. 6 - B.S. 20.12.1994)

[Art. 87bis. Plaats, dag, tijdstip en agenda van de vergaderingen van de gemeenteraad worden ter kennis gebracht van het publiek door aanplakking aan het gemeentehuis, binnen dezelfde termijnen als die vermeld in de artikelen 87, 96 en 97, derde lid, met betrekking tot de bijeenroeping van de gemeenteraad. 
De pers en belangstellende inwoners van de gemeente worden, op hun verzoek en binnen een nog lopende termijn, op de hoogte gesteld van de agenda van de gemeenteraad, eventueel tegen betaling van een vergoeding die niet meer mag bedragen dan de kostprijs. Die nog lopende termijn geldt niet voor de punten die aan de agenda worden toegevoegd na het verzenden van de oproeping overeenkomstig artikel 87. 
Het reglement van orde kan nog andere wijzen van bekendmaking voorschrijven. ] W. 11.7.1994 - art. 7 - B.S. 20.12.1994)

Art. 88. De burgemeester of hij die hem vervangt zit de gemeenteraad voor. 
De vergadering wordt door de voorzitter geopend en gesloten.

Art. 89. Tenzij het reglement van orde anders bepaalt, wordt bij het openen van elke vergadering voorlezing gedaan van de notulen van de vorige vergadering. 
[ In elk geval worden de notulen ten minste [ zeven ] vrije dagen vóór de dag van de vergadering ter inzage van de leden van de raad gelegd. In spoedeisende gevallen, zoals voorzien in artikel 87, worden de notulen samen met de agenda ter inzage gelegd. ] (W. 11.7.1994 - art. 8 - B.S. 20.12.1994) (W. 19.7.1991 - enig art. B.S. 13.9.1991) 
Elk lid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen. Indien deze opmerkingen worden aangenomen, is de secretaris ertoe gehouden staande de vergadering of ten laatste tijdens de volgende vergadering een nieuwe tekst, in overeenstemming met de beslissing van de raad, voor te leggen.
 
Indien er geen opmerkingen worden gemaakt vóór het einde van de vergadering worden de notulen beschouwd als goedgekeurd en worden zij ondertekend door de burgemeester en de secretaris. 
Telkens als de raad het gewenst acht, worden de notulen geheel of gedeeltelijk staande de vergadering opgemaakt en door de aanwezige leden ondertekend.

Art. 90. De gemeenteraad kan geen besluit nemen, indien niet de meerderheid van de zittinghebbende leden aanwezig is. 
De raad kan echter, indien hij tweemaal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal is opgekomen, na een derde en laatste oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze beraadslagen en besluiten over de onderwerpen die voor de derde maal op de agenda voorkomen.
De tweede en de derde oproeping moeten geschieden overeenkomstig de voorschriften van artikel 87, en er moet vermeld worden of de oproeping voor de tweede of voor de derde maal geschiedt; bovendien moeten de bepalingen van de twee vorige leden in de derde oproeping woordelijk worden overgenomen.

Art. 91. [ De gemeenteraad neemt een reglement van orde aan. Behalve de bepalingen die er op basis van de onderhavige wet in opgenomen moeten worden, kan dit reglement bijkomende maatregelen bevatten in verbanden met de werking van de raad. ] W. 11.7.1994 - art. 9 - B.S. 20.12.1994)

 

Afdeling 3 – Verbod om zitting te nemen

Art. 92. Het is elk gemeenteraadslid en de burgemeester verboden:
1° tegenwoordig te zijn bij een beraadslaging of besluit over zaken waarbij hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, voor of na zijn verkiezing, of waarbij zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. 
Inzake voordrachten van kandidaten, benoemingen en bedieningen, [ en tuchtvervolgingen ] geldt dit verbod slechts ten aanzien van bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad; W. 24.5.1991 - art. 2, 8° - B.S. 6.6.1991)
2° rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen aan enige dienst, heffing van rechten, levering of aanbesteding ten behoeve van de gemeente;
3° als advocaat, notaris of zaakwaarnemer werkzaam te zijn in rechtsgedingen, tegen de gemeente ingesteld. Het is hem verboden in dezelfde hoedanigheid ten behoeve van de gemeente te pleiten, raad te geven of op te treden in enige betwiste zaak, tenzij hij het kosteloos doet;
4° tegenwoordig te zijn bij het onderzoek van de rekeningen der aan de gemeente ondergeschikte openbare besturen waarvan hij lid is.
De bovenstaande bepalingen zijn mede van toepassing op de secretaris.
[ 5° op te treden als raadsman van een personeelslid in tuchtzaken;
6° op te treden als afgevaardigde of technicus van een vakbond in een onderhandelings- of overlegcomité van de gemeente. ] W. 11.7.1994 - art. 10 - B.S. 20.12.1994)

 

Afdeling 4 – Openbaarheid van de vergaderingen

[Art. 93. De vergaderingen van de gemeenteraad zijn openbaar. Onder voorbehoud van artikel 96 kan de gemeenteraad, met een tweederde meerderheid van de aanwezige leden, in het belang van de openbare orde en op grond van ernstige bezwaren tegen de openbaarheid, beslissen dat de vergadering niet openbaar is.] W. 11.7.1994 - art. 11 - B.S. 20.12.1994)

Art. 94. [ De vergadering van de gemeenteraad is niet openbaar wanneer het om personen gaat.
Zodra een dergelijk punt aan de orde is, beveelt de voorzitter terstond de behandeling in besloten vergadering. ] W. 11.7.1994 - art. 12 - B.S. 20.12.1994)

Art. 95. [ Uitgezonderd in tuchtzaken kan de besloten vergadering slechts plaatsvinden na de openbare vergadering.
Wanneer tijdens de openbare vergadering blijkt dat de behandeling van een punt in besloten vergadering moet worden voortgezet, kan de openbare vergadering, enkel met dit doel, worden onderbroken. ] (W. 11.7.1994 - art. 13 - B.S. 20.12.1994)

[Art. 96. Uiterlijk zeven vrije dagen vóór de vergadering gedurende welke de gemeenteraad dient te beraadslagen over de begroting, over een begrotingswijziging of over de rekeningen, doet het college aan elk gemeenteraadslid een exemplaar toekomen van het ontwerp van begroting, van het ontwerp van begrotingswijziging of van de rekeningen.
Het ontwerp wordt overgemaakt zoals het zal onderworpen worden aan de beraadslagingen van de raad, in de voorgeschreven vorm en vergezeld van de bijlagen die vereist zijn voor zijn definitieve vaststelling, met uitzondering van de bewijsstukken, wat de rekeningen betreft. Het ontwerp van begroting en de rekeningen zijn vergezeld van een verslag.
Het verslag bevat een synthese van het ontwerp van begroting of van de rekeningen. Bovendien geeft het verslag dat betrekking heeft op de begroting, het algemeen en financieel beleid van de gemeente aan en een overzicht van de toestand van het bestuur en van de gemeentezaken, alsook alle nuttige informatiegegevens, en geeft het verslag dat betrekking heeft op de rekeningen een overzicht van het beheer van de gemeentefinanciën gedurende het dienstjaar waarop die rekeningen betrekking hebben.
[ ... ] (Opgeheven W. 11.7.1994 - art. 14 - B.S. 20.12.1994)
De vergadering van de gemeenteraad is openbaar.
Vooraleer de raad beraadslaagt, geeft het college van burgemeester en schepenen een toelichting bij de inhoud van het verslag.] (W. 27.5.1989 - art. 1 - B.S. 30.5.1989)

 

Afdeling 5 – Het houden van vergaderingen

Art. 97. Een punt dat niet op de agenda voorkomt, mag niet in bespreking worden gebracht, behalve in spoedeisende gevallen wanneer het geringste uitstel gevaar zou kunnen opleveren. 
Tot spoedbehandeling kan niet worden besloten dan door ten minste twee derden van de aanwezige leden; de namen van die leden worden in de notulen vermeld.
[Elk voorstel dat niet op de agenda voorkomt, moet uiterlijk vijf vrije dagen vóór de vergadering overhandigd worden aan de burgemeester of aan degene die hem vervangt; het moet vergezeld zijn van een verklarende nota of van elk document dat de raad kan voorlichten. Van deze mogelijkheid kan geen gebruik worden gemaakt door een lid van het college van burgemeester en schepenen. 
De burgemeester of degene die hem vervangt, deelt de aanvullende agendapunten onverwijld mee aan de leden van de raad. ] (W. 11.7.1994 - art. 15 - B.S. 20.12.1994)

Art. 98. De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in de vergadering; hij kan, na een voorafgaande waarschuwing, terstond ieder persoon uit de zaal doen verwijderen, die openlijk tekens van goedkeuring of van afkeuring geeft of op enigerlei wijze wanorde veroorzaakt. 
De voorzitter kan bovendien proces-verbaal opmaken tegen de overtreder en hem verwijzen naar de politierechtbank, die hem kan veroordelen tot geldboete van een frank tot vijftien frank of tot gevangenisstraf van een dag tot drie dagen, onverminderd andere vervolgingen, indien het feit daartoe grond oplevert.

 

Afdeling 6 - Stemmingen

Art. 99. [ § 1. ] De besluiten worden bij volstrekte meerderheid van stemmen genomen; bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.
[ §2. De gemeenteraad stemt over de begroting in haar geheel en over de jaarrekeningen in hun geheel.
Elk lid kan echter de afzonderlijke stemming eisen over een of meer artikelen of reeksen van artikelen die hij aanwijst, indien het om de begroting gaat of over een of meer artikelen of posten die hij aanwijst, indien het om de jaarrekeningen gaat.
In dat geval mag over het geheel eerst gestemd worden na de stemming over het artikel of de artikelen, reeksen van artikelen of posten die aldus zijn aangewezen en de stemming over het geheel heeft dan betrekking op de artikelen of posten waarover geen enkel lid afzonderlijk wenst te stemmen, en op de artikelen die reeds bij een afzonderlijke stemming zijn aangenomen. ] (W. 17.10.1990 - art. 20 - B.S. 14.12.1990)

Art. 100. [ Onverminderd het vierde lid stemmen de leden van de gemeenteraad mondeling.
Het reglement van orde kan een regeling invoeren die gelijkwaardig is met een mondelinge stemming. Als dusdanig worden beschouwd de mechanisch uitgebrachte naamstemming en de stemming bij zitten en opstaan of bij handopsteking.
Ongeacht de bepalingen van het reglement van orde wordt er mondeling gestemd telkens als een derde van de aanwezige leden hierom verzoekt.
Alleen de voordrachten van kandidaten, benoemingen tot ambten, terbeschikkingstellingen, preventieve schorsingen in het belang van de dienst, en tuchtstraffen geschieden bij geheime stemming en eveneens bij volstrekte meerderheid van stemmen.
De voorzitter, voor zover hij lid is van de raad, stemt het laatst. Het voorgaande lid is niet toepasselijk bij geheime stemming. ] W. 11.7.1994 - art. 16 - B.S. 20.12.1994)

Art. 101. Indien bij de benoeming of de voordracht van kandidaten de vereiste meerderheid niet wordt verkregen bij de eerste stemming, heeft herstemming plaats over de kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald.
Te dien einde maakt de voorzitter een lijst op met tweemaal zoveel namen als er benoemingen of voordrachten moeten geschieden.
De stemmen kunnen alleen uitgebracht worden op de kandidaten die op deze lijst voorkomen.
De benoeming of de voordracht geschiedt bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen heeft de oudste kandidaat de voorkeur.

 

Afdeling 7 – Openbaarheid van besluiten

Art. 102. Aan inwoners van de gemeente, of aan de ambtenaar die daartoe opdracht heeft gekregen van de provinciegouverneur of van de bestendige deputatie van de provincieraad, mag niet worden geweigerd ter plaatse inzage te nemen van de besluiten van de gemeenteraad.
De raad kan evenwel beslissen dat de met gesloten deuren genomen besluiten gedurende een bepaalde tijd geheim zullen worden gehouden.

 

 

Hoofdstuk III - Vergaderingen, beraadslagingen en besluiten van het college van burgemeester en schepenen

Art. 103. De burgemeester is van rechtswege voorzitter van het college van burgemeester en schepenen.

Art. 104. [ Het college van burgemeester en schepenen vergadert op de dagen en uren door het reglement bepaald, en zo dikwijls de spoedige afdoening van de zaken het vereist. 
Het mag alleen dan beraadslagen en besluiten, wanneer meer dan de helft van de leden tegenwoordig is. 
De vergaderingen van het college van burgemeester en schepenen zijn niet openbaar. Alleen de beslissingen worden opgenomen in de notulen en in het register van de beraadslagingen bedoeld in artikel 108: alleen de beslissingen kunnen rechtsgevolgen hebben. ] (K.B. 30.5.1989 - art. 20 - B.S. 31.5.1989)

Art. 105. De oproeping voor de buitengewone vergaderingen geschiedt schriftelijk en aan huis, ten minste twee vrije dagen voor de dag van de vergadering.  
In spoedeisende gevallen echter staat het aan de burgemeester dag en uur van de vergadering vast te stellen.

Art. 106. De besluiten worden bij meerderheid van stemmen genomen; bij staking van stemmen verdaagt het college de zaak tot een volgende vergadering, tenzij het verkiest een lid van de gemeenteraad op te roepen naar de volgorde van inschrijving op de ranglijst.
Indien echter de meerderheid van het college vóór de behandeling de zaak spoedeisend heeft verklaard, is de stem van de voorzitter beslissend. Hetzelfde geldt wanneer op drie vergaderingen de stemmen staken over een zelfde zaak, zonder dat in het college een meerderheid verkregen is om een raadslid op te roepen. 
Artikel 92, 1° en de artikelen 100 en 101 zijn van toepassing op de vergaderingen van het college van burgemeester en schepenen.

Art. 107. [ In de randgemeenten bedoeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en in de gemeenten Komen-Waasten en Voeren beslist, in afwijking van artikel 106, het college van burgemeester en schepenen bij consensus. Bij gebrek aan consensus wordt de zaak door de burgemeester ter beslissing aan de gemeenteraad voorgelegd. De burgemeester kan daartoe, in afwijking van artikel 86 zo nodig de gemeenteraad bijeenroepen. ] (K.B. 30.5.1989 - art. 21 - B.S. 31.5.1989)

 

 

Hoofdstuk IV - Bepalingen toepasselijk op de akten van de gemeenteoverheden

 

Afdeling 1 – Opmaken van akten

Art. 108. [ De secretaris woont de vergaderingen van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en schepenen bij. Hij stelt de notulen ervan op en zorgt voor de overschrijving ervan. De overgeschreven notulen worden door de burgemeester en door de secretaris getekend. ] (W. 17.10.1990 - art. 21 - B.S. 14.12.1990) 
[De ondertekening van de notulen van de gemeenteraad geschiedt binnen de maand na de goedkeuring ervan door de gemeenteraad. ] (W. 11.7.1994 - art. 17 - B.S. 20.12.1994)

[Art. 108bis. De notulen vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waaromtrent de gemeenteraad geen beslissing genomen heeft. Zij maken eveneens duidelijk melding van alle beslissingen. ] (W. 11.7.1994 - art. 18 - B.S. 20.12.1994)

Art. 109. De reglementen en verordeningen van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en schepenen, de bekendmakingen, de akten en de briefwisseling van de gemeente worden ondertekend door de burgemeester en medeondertekend door de secretaris.

Art. 110. De burgemeester kan de ondertekening van bepaalde stukken schriftelijk opdragen aan een of meer leden van het college van burgemeester en schepenen. Die opdracht kan ten allen tijde door de burgemeester worden herroepen. 
De schepen aan wie de opdracht is gegeven, moet boven zijn handtekening, naam en functie melding maken van die opdracht.

Art. 111. Het college van burgemeester en schepenen kan de gemeentesecretaris machtigen de medeondertekening van bepaalde stukken op te dragen aan één of meer ambtenaren van de gemeente. 
Deze opdracht geschiedt schriftelijk; de gemeenteraad wordt daarvan op de hoogte gebracht tijdens zijn eerstvolgende vergadering.
 
De ambtenaar aan wie de opdracht is gegeven, moet boven zijn handtekening zijn naam en zijn functie melding maken van die opdracht, op alle stukken die hij ondertekent.

Afdeling 2 – Bekendmaking van de akten

Art. 112. [ De reglementen en verordeningen van de gemeenteraad, van het college van burgemeester en schepenen en van de burgemeester worden door laatstgenoemde bekendgemaakt door middel van een aanplakbrief die het onderwerp van het reglement of de verordening vermeldt, de datum van de beslissing waarbij het reglement of de verordening werd aangenomen en, in voorkomend geval, de beslissing van de toezichthoudende overheid. 
De aanplakbrief vermeldt tevens de plaats of plaatsen waar de tekst van het reglement of de verordening ter inzage ligt van het publiek. ] (W. 8.4.1991 - art. 1 - B.S. 27.4.1991)

Art. 113. [ ... ]
Opgeheven. (W. 8.4.1991 - art. 2 - B.S. 27.4.1991)

[Art 114. De reglementen en verordeningen de dag van bekendmaking door aanplakbrief, behalve wanneer zij het anders bepalen. 
De bekendmaking en de datum van bekendmaking van deze reglementen en verordeningen moeten blijken uit de aantekening in een speciaal daartoe gehouden register op de bij koninklijk besluit bepaalde wijze. ] (W. 8.4.1991 - art. 3 - B.S. 27.4.1991)

Art. 115. Het is voortaan verboden de wettelijkheid van de reglementen en verordeningen die voor 14 januari 1888 bestonden, te betwisten op grond dat zij slechts door aanplakking of omroeping zijn bekendgemaakt.

 

Afdeling 3 – Algemene bepalingen

Art. 116. De handelingen van de overheden van de gemeenten mogen niet in strijd zijn met de decreten, de ordonnanties, de reglementen en de besluiten van de Gewesten, de Gemeenschappen en de Gemeenschapscommissies welke die overheden met de uitvoering daarvan kunnen belasten.

 

 

Titel II - Bevoegdheden 
 

Hoofdstuk I - Bevoegdheden van de gemeenteraad

Art. 117. De gemeenteraad regelt alles wat van gemeentelijk belang is; hij beraadslaagt over elk ander onderwerp dat de hogere overheid hem voorlegt. 
[ Alleen in de gevallen bij de wet, het decreet of de ordonnantie uitdrukkelijk bepaald, moeten de besluiten van de raad door de toezichthoudende overheid worden goedgekeurd. ] (W. 27.5.1989 - art. 2 - B.S. 30.5.1989)

Art. [ 118. ] De beraadslagingen worden door een onderzoek voorafgegaan telkens als de Regering het geraden acht of wanneer de reglementen het voorschrijven. 
Ook de bestendige deputatie van de provincieraad kan zodanig onderzoek gelasten telkens als de besluiten van de gemeenteraad door haar moeten worden goedgekeurd. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989)

Art. [ 119. ] De gemeenteraad maakt de gemeentelijke reglementen van inwendig bestuur en de gemeentelijke politieverordeningen. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989) 
[Die reglementen en verordeningen mogen niet in strijd zijn met de wetten, de decreten, de ordonnanties, de reglementen en de besluiten van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de Gemeenschapscommissies, de provincieraad en de bestendige deputatie van de provincieraad. ] (K.B. 30.5.1989 - art. 23 - B.S. 31.5.1989) 
De raad zendt hiervan binnen achtenveertig uren een afschrift aan de bestendige deputatie van de provincieraad. 
[ ... ] (Opgeheven W. 13.5.1999 - art. 2 - B.S. 10.6.1999) 
Een afschrift van die reglementen en politieverordeningen wordt dadelijk toegezonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank, waar zij in een daartoe bestemd register worden ingeschreven. 
Van die reglementen en verordeningen wordt melding gemaakt in het Bestuursmemoriaal van de provincie. 
[ ... ] (Opgeheven W. 13.5.1999 - art. 2 - B.S. 10.6.1999)

[ Art. 119bis. § 1. De raad kan straffen stellen op de overtreding van zijn reglementen en verordeningen, tenzij een wet, decreet of ordonnantie daarin heeft voorzien. Die straffen mogen de politiestraffen niet te boven gaan. 
De strafrechtelijke geldboeten die door de thans geldende reglementen en verordeningen bepaald zijn en hoger zijn dan door deze wet is geoorloofd, worden van rechtswege verminderd tot het maximum van de politiegeldboeten.
§ 2. De raad kan eveneens, tenzij een wet, decreet of ordonnantie reeds voorzien heeft in een strafsanctie of een administratieve sanctie, de volgende administratieve sancties stellen op de overtreding van zijn reglementen en verordeningen :
1° de administratieve geldboete met een maximum van 10 000 frank; 
2° de administratieve schorsing van een door de gemeente afgeleverde toelating of vergunning; 
3° de administratieve intrekking van een door de gemeente afgeleverde toelating of vergunning; 4° de administratieve sluiting van een instelling die tijdelijk of definitief kan zijn.
De administratieve geldboete wordt opgelegd door de ambtenaar die daartoe door de gemeente wordt aangewezen, hierna te noemen " de ambtenaar ". Die ambtenaar mag niet dezelfde zijn als degene die op grond van § 6 de strafbare feiten vaststelt. De hierboven bedoelde schorsing, intrekking en sluiting worden opgelegd door het college van burgemeester en schepenen. 
§ 3. De raad kan op dezelfde inbreuken van zijn reglementen en verordeningen niet tezelfdertijd in een strafsanctie én een administratieve sanctie voorzien, maar slechts in één van beide.
§ 4. De in paragraaf 2, eerste lid, 2° tot en met 4°, gestelde sancties kunnen eerst worden opgelegd nadat de overtreder voorafgaand een waarschuwing heeft ontvangen. Deze waarschuwing bevat een uittreksel van het overtreden reglement of de overtreden verordening.
§ 5. De administratieve sanctie is proportioneel in functie van de zwaarte van de feiten die haar verantwoorden, en in functie van eventuele herhaling. De vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op hetzelfde reglement of dezelfde verordening zal het voorwerp uitmaken van één enkele administratieve sanctie, in verhouding tot de ernst van het geheel van de feiten.
§ 6. De overtredingen worden bij proces-verbaal vastgesteld door een politieambtenaar of door een hulpagent van politie. 
§ 7. Indien de feiten zowel een strafrechtelijk als een administratiefrechtelijk delict vormen, wordt het origineel van het proces-verbaal toegestuurd aan de procureur des Konings. Een afschrift wordt overgezonden aan de ambtenaar. Indien de overtreding enkel met een administratieve sanctie strafbaar is, wordt het origineel van het proces-verbaal uitsluitend aan de ambtenaar overgezonden. 
§ 8. In het in § 7, eerste lid, bedoelde geval beschikt de procureur des Konings over een termijn van één maand, te rekenen van de dag van de ontvangst van het origineel van het proces-verbaal, om de ambtenaar in te lichten dat een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek werd opgestart of een strafrechtelijke vervolging werd ingesteld. Deze mededeling doet de mogelijkheid vervallen voor de ambtenaar om een administratieve geldboete op te leggen. Vóór het verstrijken van deze termijn kan de ambtenaar geen administratieve geldboete opleggen, behoudens voorafgaande mededeling door de procureur des Konings dat deze geen gevolg aan het feit wenst te geven. Na het verstrijken van deze termijn kunnen de feiten enkel nog administratiefrechtelijk worden gesanctioneerd. 
§ 9. Wanneer de ambtenaar beslist dat er reden is om de administratieve procedure aan te vatten, deelt hij de overtreder door middel van een ter post aangetekend schrijven mee :
1° de feiten met betrekking tot dewelke de procedure is opgestart; 2° dat de overtreder de gelegenheid heeft, om, binnen de vijftien dagen te rekenen van de datum van kennisgeving van het aangetekend schrijven, zijn verweermiddelen uiteen te zetten bij een ter post aangetekend schrijven, en dat hij het recht heeft om bij deze gelegenheid de ambtenaar om een mondelinge verdediging van zijn zaak te verzoeken; 3° dat de overtreder het recht heeft om zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman; 4° dat de overtreder het recht heeft zijn dossier te consulteren; 5° een afschrift van het in § 6 bedoelde proces-verbaal, gevoegd als bijlage. De ambtenaar bepaalt in voorkomend geval de dag waarop de overtreder uitgenodigd wordt de mondelinge verdediging van zijn zaak voor te dragen. Indien de ambtenaar van oordeel is dat er een geldboete moet worden opgelegd die niet hoger is dan 2 500 frank, heeft de overtreder niet het recht om een mondelinge verdediging van zijn zaak te verzoeken. 
§ 10. Na verloop van de termijn, vermeld in § 9, 2°, of vóór het verstrijken van deze termijn, wanneer de overtreder te kennen geeft de feiten niet te betwisten of in voorkomend geval na de mondelinge verdediging van de zaak door de overtreder of zijn raadsman, kan de ambtenaar de door de politieverordening voorziene administratieve geldboete opleggen. Deze beslissing wordt bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de overtreder. De ambtenaar kan geen administratieve geldboete opleggen na het verstrijken van een termijn van zes maanden, te rekenen van de dag waarop het feit werd gepleegd, de mogelijke beroepsprocedures niet inbegrepen. 
§ 11. De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van een termijn van één maand vanaf haar kennisgeving, behoudens wanneer hoger beroep wordt aangetekend overeenkomstig § 12.
§ 12. De gemeente, in het geval van beslissing tot het niet-opleggen van een administratieve geldboete, of de overtreder, kan binnen een termijn van één maand vanaf de kennisgeving bij de politierechtbank bij verzoekschrift hoger beroep instellen tegen de beslissing. De politierechter beoordeelt de wettigheid en de proportionaliteit van de opgelegde geldboete. Hij kan de beslissing van de ambtenaar hetzij bevestigen, hetzij hervormen. Geen hoger beroep staat open tegen de beslissing van de politierechtbank. 
Onverminderd de voorgaande leden, zijn de bepalingen van het gerechtelijk wetboek toepasselijk op het beroep bij de politierechtbank. 
§ 13. De Koning regelt bij een in ministerraad overlegd besluit de procedure tot aanwijzing door de gemeente van de ambtenaar gelast met het opleggen van de administratieve geldboete, alsmede de wijze van inning van de administratieve geldboete. 
De administratieve geldboeten worden geïnd ten bate van de gemeente.] (W. 13.5.1999 - art. 3 - B.S. 10.6.1999)

Art. [ 120. ] [ §1. De gemeenteraad kan in zijn midden commissies oprichten die als taak hebben de besprekingen in de gemeenteraadszittingen voor te bereiden. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989) 
De mandaten van lid van iedere commissie worden evenredig verdeeld over de fracties waaruit de gemeenteraad is samengesteld; geacht worden een fractie te vormen de gemeenteraadsleden die op een zelfde lijst verkozen zijn of die verkozen zijn op lijsten die onderling verenigd zijn om een fractie te vormen; het reglement van orde, bedoeld in artikel 91, bepaalt de nadere regelen voor de samenstelling en de werkwijze van de commissies. 
De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen. 
§2. De gemeenteraad benoemt de leden van alle commissies die verband houden met het bestuur van de gemeente, alsmede de vertegenwoordigers van de gemeenteraad in de intercommunales en in de andere rechtspersonen waarvan de gemeente lid is. Hij kan die mandaten intrekken. ] (W. 11.7.1994 - art. 19 - B.S. 20.7.1994)

Art. 120bis. De gemeenteraad kan adviesraden instellen. Met "adviesraden" wordt bedoeld "elke vergadering van personen, ongeacht hun leeftijd, die er door de gemeenteraad wordt mee belast een advies te formuleren over één of meer vraagstukken". (W. 10.2.2000 - B.S. 29.3.2000, 2e ed.) 
[ Wanneer de gemeenteraad adviesraden instelt, regelt hij de samenstelling ervan naar gelang van hun taken en bepaalt hij de gevallen waarin raadpleging van die adviesraden verplicht is. 
[ Ten hoogste twee derde van de leden van een adviesraad is van hetzelfde geslacht.
Wanneer niet wordt voldaan aan de voorwaarde gesteld in het vorige lid, kan de betrokken adviesraad niet op rechtsgeldige wijze advies uitbrengen.
De gemeenteraad kan op gemotiveerd verzoek van de adviesraad afwijkingen toestaan, hetzij om functionele redenen of redenen die verband houden met de bijzondere aard van deze raad, hetzij wanneer onmogelijk kan worden voldaan aan de voorwaarde gesteld in het tweede lid. De gemeenteraad bepaalt de voorwaarden waaraan dit verzoek moet voldoen en stelt de procedure vast.
Wanneer op basis van het vorige lid geen afwijking wordt toegestaan, heeft de adviesraad vanaf de datum van weigering van de afwijking, drie maanden de tijd om te voldoen aan de voorwaarde gesteld in het tweede lid. Indien de adviesraad bij het verstrijken van deze periode niet voldoet aan de voorwaarde gesteld in het tweede lid, kan de adviesraad vanaf deze datum niet op rechtsgeldige wijze advies uitbrengen. 
Het college van burgemeester en schepenen dient telkens binnen het jaar na de nieuwe aanstelling van de gemeenteraad een evaluatieverslag voor te leggen aan de gemeenteraad.
 
Voor de adviesraden die opgericht zijn voor de inwerkingtreding van deze wet, past de gemeenteraad bij de eerstvolgende vernieuwing van de mandaten de samenstelling aan overeenkomstig de bepalingen van het derde lid. Uiterlijk tegen 31 december 2001 dienen alle adviesraden deze bepaling toe te passen. ] (W. 20.9.1998 - art. 2 - B.S. 28.10.1998) 
Hij stelt hun de middelen ter beschikking die nodig zijn voor het vervullen van hun taak. ] (W. 11.7.1994 - art. 20 - B.S. 20.7.1994)

Art. [ 121. ] Door de gemeenteraden kunnen verordeningen tot aanvulling van de wet van 21 augustus 1948 tot afschaffing van de officiële reglementering van de prostitutie worden vastgesteld, indien zij tot doel hebben de openbare zedelijkheid en de openbare rust te verzekeren. 
De door die verordeningen bepaalde misdrijven worden met politiestraffen gestraft.

Art. [ 122. ] De gemeenteraad heeft, onder toezicht van de hogere overheid, het beheer over de bossen en wouden van de gemeente op de wijze geregeld door de overheid die bevoegd is om het Boswetboek vast te stellen. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989)

 

Hoofdstuk II - Bevoegdheden van burgemeester en schepenen

Art. [ 123. ] Het college van burgemeester en schepenen is belast met: (W. 27.5.1989 - art. 2 ) 3 - B.S. 30.5.1989)
1° [ de uitvoering van de wetten, van de decreten, de ordonnanties, de reglementen en de besluiten van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de Gemeenschapscommissies, de provincieraad en de bestendige deputatie van de provincieraad, wanneer zulks bepaaldelijk aan het college is opgedragen; ] (K.B. 30.5.1989 - art. 24 - B.S. 31.5.1989)
2° de bekendmaking en uitvoering van de gemeenteraadsbesluiten;
3° het beheer van de gemeentelijke inrichtingen;
4° het beheer van de inkomsten, de afgifte van bevelschriften tot betaling van de uitgaven der gemeente en het toezicht op de boekhouding;
5° de leiding van de gemeentewerken;
6° de vaststelling van de rooilijnen van de wegen, met inachtneming van de algemene plans aangenomen door de hogere overheid, indien dergelijke plans bestaan, en behoudens beroep bij deze overheid en, in voorkomend geval, bij de rechtbanken door de personen die zich door de besluiten van de gemeenteoverheid benadeeld achten;
7° in de gemeenten van het Brusselse Gewest, afgifte van bouw- en verkavelingsvergunningen overeenkomstig de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedebouw;
8° het voeren van de rechtsgedingen waarbij de gemeente hetzij als eiser, hetzij als verweerder betrokken is;
9° het beheer van de eigendommen der gemeente, alsmede de vrijwaring van haar rechten;
10° het toezicht op de door de gemeente bezoldigde beambten, behalve op de leden van het [ lokale] politiekorps; (W. 19.4.1999 - art. 19 - B.S. 13.5.1999) 
11° het doen onderhouden van de buurtwegen en de waterlopen, overeenkomstig de wetsbepalingen en de verordeningen van de provincieoverheid.
[12° het opleggen van de in artikel 119bis, § 2, bedoelde schorsing, intrekking of sluiting. ] (W. 13.5.1999 - art. 4 - B.S. 10.6.1999)

Art. [ 124. ] In fabrieksteden draagt het college van burgemeester en schepenen zorg dat er een spaarkas opgericht wordt. Elk jaar doet het in de bij artikel 96 voorgeschreven vergadering verslag over de toestand van die kas. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 31.5.1989)

Art. [ 125. ] Het college van burgemeester en schepenen is belast met het houden van de registers van de burgerlijke stand. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 31.5.1989) 
De burgemeester, of een schepen daartoe aangewezen door het college, vervult de bediening van ambtenaar van de burgerlijke stand en is er inzonderheid mee belast om alles wat de akten en het houden van de registers betreft, stipt te doen nakomen. Is de gemachtigde ambtenaar van de burgerlijke stand verhinderd, dan wordt hij tijdelijk vervangen door de burgemeester, of door een schepen of een raadslid in de volgorde van de onderscheiden benoemingen.

Art. [ 126. ] De burgemeester en de ambtenaar van de burgerlijke stand kunnen ieder wat hem betreft, beambten van het gemeentebestuur machtigen tot: (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989)
1° het afgeven van uittreksels uit of afschriften van andere akten dan die van de burgerlijke stand; 
2° het afgeven van uittreksels uit de bevolkingsregisters en van getuigschriften die geheel of ten dele aan de hand van die registers zijn opgemaakt; 
3° het legaliseren van handtekeningen;
4° het voor eensluidend verklaren van afschriften van stukken.
Die bevoegdheid geldt voor de stukken bestemd om in België of in het buitenland te dienen, met uitzondering van diegene die moeten gelegaliseerd worden door de Minister van Buitenlandse Betrekkingen of door de ambtenaar die hij daartoe machtigt. 
Boven de handtekening van de beambten van het gemeentebestuur, aan wie de machtiging bedoeld bij dit artikel of bij artikel 45 van het Burgerlijk Wetboek is verleend, moet van die machtiging melding worden gemaakt. 
De ambtenaar van de burgerlijke stand kan eveneens beambten van het gemeentebestuur machtigen tot het ontvangen van betekeningen, kennisgevingen en terhandstellingen van beslissingen inzake de staat van personen.

Art. [ 127. ] Voor het houden van de akten van de burgerlijke stand kan de Koning, wanneer uitzonderlijke omstandigheden dit wettigen en na het advies van de bestendige deputatie van de provincieraad te hebben ingewonnen, het grondgebied van de gemeente verdelen in districten, waarvan Hij de grenzen bepaalt. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989) 
In elk district worden de akten van de burgerlijke stand opgemaakt en de registers bewaard in een speciaal daartoe bestemd lokaal.
[ Daar waar toepassing is gemaakt van de inrichting van binnengemeentelijke territoriale organen overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet, vallen de districten van de burgerlijke stand daarmee automatisch samen. ] (W. 19.03.1999 - art. 3 - B.S. 31.03.1999) 
De jaarlijkse en tienjaarlijkse tabellen worden voor elk district afzonderlijk opgemaakt en in afschrift meegedeeld aan elk van de andere districten. 
Wordt de bediening van de ambtenaar van de burgerlijke stand niet door de burgemeester uitgeoefend, dan kan het college van burgemeester en schepenen daartoe, in afwijking van artikel 125, een of meer schepenen aanwijzen, die elk voor een of meer districten bevoegd zullen zijn.

Art. [ 128. ] Het college van burgemeester en schepenen houdt toezicht op de bergen van barmhartigheid. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989) 
Te dien einde inspecteert het college die instellingen telkens als het zulks geraden acht; het waakt ervoor dat zij niet afwijken van de wil der schenkers en erflaters en doet verslag aan de gemeenteraad over aan te brengen verbeteringen en over gebleken misbruiken.

Art. [ 129. ] Het college van burgemeester en schepenen draagt zorg voor het voorkomen en verhelpen van hinderlijke voorvallen waartoe in vrijheid gelaten zinnelozen en razenden aanleiding zouden kunnen geven. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989) 
[ ... ] (Opgeheven K.B. 25.1.1991 - art. 1 - B.S. 5.3.1991)

Art. [ 130. ] De politie over de vertoningen behoort aan het college van burgemeester en schepenen; het kan in buitengewone omstandigheden elke vertoning verbieden ten einde de openbare rust te handhaven. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989) 
Dit college voert de verordeningen van de gemeenteraad uit voor alles wat de vertoningen betreft. De raad waakt tegen het geven van vertoningen die strijdig zijn met de openbare orde.

Art. [ 131. ] [ §1. Ten minste eenmaal in de loop van elk van de vier kwartalen van het kalenderjaar doet het college van burgemeester en schepenen of een van zijn leden die het daartoe aanwijst, verificatie van de kas van de plaatselijke ontvanger en maakt van de verificatie een proces-verbaal op waarin zijn opmerkingen alsmede die van de ontvanger worden vermeld. Het proces-verbaal wordt getekend door de ontvanger en de leden van het college die verificatie gedaan hebben. (W. 27.5.1989 - art. 2 - B.S. 30.5.1989) 
Het college van burgemeester en schepenen legt het proces-verbaal aan de gemeenteraad voor. Wanneer de plaatselijke ontvanger aansprakelijk is voor meerdere openbare kassen, wordt daarvan tegelijkertijd verificatie gedaan op de dag en het uur bepaald door de provinciegouverneur. 
§2. De plaatselijke ontvanger brengt het college van burgemeester en schepenen zonder verwijl op de hoogte van elk tekort dat toe te schrijven is aan diefstal of verlies. Er wordt zonder verwijl overgegaan tot verificatie van de kas, overeenkomstig §1, teneinde het bedrag van het tekort vast te stellen. Aan het proces-verbaal van verificatie wordt toegevoegd een toelichting op de omstandigheden en de bewarende maatregelen die de ontvanger heeft genomen. 
§3. Wijst verificatie uit dat er een kastekort is, onder meer als gevolg van het afwijzen van bepaalde uitgaven op definitief afgesloten rekeningen, dan verzoekt het college van burgemeester en schepenen de ontvanger, bij een ter post aangetekende brief, een gelijkwaardig bedrag in de gemeentekas te storten. 
In het in §2 bedoelde geval moet aan dat verzoek een beslissing van de gemeenteraad voorafgaan waarin wordt vastgesteld of en in hoeverre de ontvanger voor de diefstal of het verlies aansprakelijk gesteld moet worden en waarin het bedrag van het daaruit volgende tekort wordt bepaald dat hij moet vereffenen; bij het verzoek om te betalen wordt een afschrift van de beslissing gevoegd. 
§4. Binnen zestig dagen na die kennisgeving kan de ontvanger beroep instellen bij de bestendige deputatie.Het beroep schorst de tenuitvoerlegging. 
De bestendige deputatie doet als administratief rechtscollege uitspraak over de aansprakelijkheid van de ontvanger en bepaalt het bedrag van het tekort dat dientengevolge te zijnen laste wordt gelegd; de Koning regelt de procedure met inachtneming van de beginselen neergelegd in artikel 104bis van de provinciewet. 
De ontvanger wordt van elke aansprakelijkheid ontheven wanneer het tekort ontstaan is door het afwijzen van uitgaven op definitief afgesloten rekeningen, indien hij die vereffend heeft overeenkomstig artikel 136, eerste lid. 
Indien het tekort toe te schrijven is aan het definitief afwijzen van bepaalde uitgaven, kan de ontvanger de leden van het college van burgemeester en schepenen die op onregelmatige wijze deze uitgaven gedaan of bevolen hebben, ter verantwoording roepen teneinde de beslissing voor hen bindend en tegenstelbaar te laten verklaren; in dat geval doet de bestendige deputatie ook uitspraak over de aansprakelijkheid van de ter verantwoording geroepen personen.
De beslissing van de bestendige deputatie wordt hoe dan ook eerst ten uitvoer gelegd na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; indien de ontvanger op dat ogenblik niet tot vrijwillige uitvoering is overgegaan, wordt de beslissing ten uitvoer gelegd op de zekerheid en, voor het eventueel resterend gedeelte, op de persoonlijke goederen van de ontvanger, op voorwaarde evenwel dat tegen de beslissing geen beroep is ingesteld, zoals bedoeld in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. 
Wanneer de ontvanger geen beroep instelt bij de bestendige deputatie en bij het verstrijken van de daartoe vastgestelde termijn niet heeft voldaan aan het verzoek om te betalen, wordt op dezelfde wijze overgegaan tot de tenuitvoerlegging bij dwangbevel ] (W. 17.10.1990 - art. 22 - B.S. 14.12.1990)

Art. 132. Het college van burgemeester en schepenen zorgt voor de bewaring van het archief, van de titels en van de registers van de burgerlijke stand; het maakt daarvan, alsmede van charters en andere oude bescheiden der gemeente, inventarissen op in tweevoud en belet dat enig stuk verkocht of uit de bewaarplaats weggenomen wordt. 
[ ... ] (Opgeheven K.B. 30.5.1989 - art. 25 - B.S. 31.5.1989)

 

Hoofdstuk III - Bevoegdheden van de burgemeester

Art. [133.] De burgemeester is belast met de uitvoering van de wetten, de decreten, de ordonnanties, de verordeningen en de besluiten van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de Gemeenschapscommissies, de provincieraad en de bestendige deputatie van de provincieraad, tenzij zulks uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen of aan de gemeenteraad is opgedragen. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989) 
Hij is in het bijzonder belast met de uitvoering van de politiewetten, politiedecreten, de politieordonnanties, de politieverordeningen en de politiebesluiten. Hij kan echter onder zijn verantwoordelijkheid zijn bevoegdheid geheel of ten dele overdragen aan een van de schepenen. (K.B. 30.5.1989 - art. 26 - B.S. 31.5.1989) 
[...] (Opgeheven W. 15.7.1992 - art. 12 - B.S. 22.12.1992) 
[Onverminderd de bevoegdheden van de Minister van Binnenlandse Zaken, van de gouverneur en van de bevoegde gemeentelijke instellingen, is de burgemeester de verantwoordelijke overheid inzake de bestuurlijke politie op het grondgebied van de gemeente.] (W. 3.4.1997 - art. 2 - B.S. 6.6.1997)

[Art. 133bis. Zonder op enige wijze afbreuk te kunnen doen aan de aan de burgemeester toegekende bevoegdheden, heeft de gemeenteraad het recht geïnformeerd te worden door de burgemeester over de wijze waarop deze de bevoegdheden uitoefent die hem zijn verleend krachtens artikel 133, tweede en derde lid en de artikelen 42, 43 en 45 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. In de ééngemeentezone wordt dit recht uitgebreid tot de bevoegdheden die aan de burgemeester zijn verleend krachtens artikel 45 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.] (W. 3.4.1997 - art. 3, 1° - B.S. 6.6.1997) (W. 15.7.1992 - art. 1 - B.S. 22.12.1992) (W. 7.12.1998 - art. 202 - B.S. 5.1.1999) 
[....] (Opgeheven W. 7.12.1998 - art. 202 - B.S. 5.1.1999)

Art. [134.] §1. In geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, kan de burgemeester politieverordeningen maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven [...], met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden [...] Die verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989) 
[§2. Voor de gemeenten van het Duitse taalgebied, de gemeenten genoemd in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en de gemeenten Komen-Waasten en Voeren geeft de burgemeester de provinciegouverneur onmiddellijk kennis van de in §1 bedoelde verordeningen, met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. De gouverneur kan de uitvoering ervan schorsen.] (K.B. 30.5.1989 - art. 27 - B.S. 31.5.1989)

[Art. 134bis. Op gemotiveerd verzoek van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn beschikt de burgemeester, vanaf de aanmaning van de eigenaar, over het recht om elk gebouw, dat sedert meer dan zes maanden verlaten is, op te eisen ten einde het ter beschikking te stellen van dakloze personen. Het opeisingsrecht kan slechts uitgeoefend worden binnen een termijn van 6 maand te rekenen vanaf de dag waarop de burgemeester de eigenaar op de hoogte heeft gesteld, en mits een billijke vergoeding. 
De Koning bepaalt, bij in Ministerraad overlegd besluit, de grenzen, de voorwaarden en de modaliteiten, volgens dewelke het opeisingsrecht kan uitgeoefend worden. Dit besluit bepaalt ook de procedure, de gebruiksduur, de modaliteiten inzake het op de hoogte stellen van de eigenaar en de mogelijkheden van laatstgenoemde tot verzet tegen de opeising, alsook de berekeningswijzen inzake de vergoedingen.] W. 12.1.1993 - art. 27 - B.S. 4.2.1993)

Art. 134ter. Behoudens wanneer de bevoegdheid om in geval van hoogdringendheid een voorlopige sluiting van een instelling of de tijdelijke schorsing van een vergunning uit te spreken door een bijzondere regelgeving is toevertrouwd aan een andere overheid, kan de burgemeester wanneer elke verdere vertraging een ernstig nadeel zou kunnen berokkenen, die maatregelen nemen wanneer de voorwaarden van de uitbating van de instelling of van de vergunning niet worden nageleefd en nadat de overtreder de mogelijkheid werd geboden zijn verweermiddelen naar voren te brengen. 
Die maatregelen vervallen dadelijk indien zij door het college van burgemeester en schepenen in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd. 
Zowel de sluiting als de schorsing kunnen een termijn van drie maanden niet overschrijden. Na verloop van deze termijn wordt de beslissing van de burgemeester van rechtswege geheven.] (W. 13.5.1999 - art. 5 - B.S. 10.6.1999)

[Art. 134quater. Indien de openbare orde rond een voor het publiek toegankelijke inrichting wordt verstoord door gedragingen in die inrichting, kan de burgemeester besluiten deze te sluiten, voor de duur die hij bepaalt. 
Die maatregelen zullen onmiddellijk ophouden uitwerking te hebben indien ze niet tijdens de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen worden bevestigd. 
De sluiting mag een termijn van drie maanden niet overschrijden. De beslissing van de burgemeester wordt opgeheven bij het verstrijken van die termijn.] (W. 13.5.1999 - art. 6 - B.S. 10.6.1999)

 

Hoofdstuk IV - Bevoegdheden van de gemeenten in 't algemeen

Art. 135. [ § 1. Tot de bevoegdheden van de gemeenten behoren inzonderheid: het beheer van de goederen en inkomsten van de gemeente; de vaststelling en de verrichting van de plaatselijke uitgaven die met de gelden van de gemeente dienen te worden betaald; het ontwerpen en het doen uitvoeren van de openbare werken die ten laste van de gemeente vallen; het beheer van de inrichtingen die aan de gemeente toebehoren, die op haar kosten worden onderhouden of die in het bijzonder bestemd zijn voor het gebruik van haar inwoners.
§ 2. De gemeenten hebben ook tot taak het voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen.
Meer bepaald, en voor zover de aangelegenheid niet buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden, worden de volgende zaken van politie aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd:
1° alles wat verband houdt met een veilig en vlot verkeer op openbare wegen, straten, kaden en pleinen, hetgeen omvat de reiniging, de verlichting, de opruiming van hindernissen, het slopen of herstellen van bouwvallige gebouwen, het verbod om aan ramen of andere delen van gebouwen enig voorwerp te plaatsen dat door zijn val schade kan berokkenen, of om wat dan ook te werpen dat voorbijgangers verwondingen of schade kan toebrengen of dat schadelijke uitwasemingen kan veroorzaken; voor zover de politie over het wegverkeer betrekking heeft op blijvende of periodieke toestanden, valt zij niet onder de toepassing van dit artikel;
2° het tegengaan van inbreuken op de openbare rust, zoals vechtpartijen en twisten met volksoploop op straat, tumult verwekt in plaatsen van openbare vergadering, nachtgerucht en nachtelijke samenscholingen die de rust van de inwoners verstoren;
3° het handhaven van de orde op plaatsen waar veel mensen samenkomen, zoals op jaarmarkten en markten, bij openbare vermakelijkheden en plechtigheden, vertoningen en spelen, in drankgelegenheden, kerken en andere openbare plaatsen;
4° het toezicht op een juiste toemeting bij het slijten van waren (waarvoor meeteenheden of meetwerktuigen gebruikt worden) en op de hygiëne van openbaar te koop gestelde eetwaren;
5° het nemen van passende maatregelen om rampen en plagen, zoals brand, epidemieën en epizoötieën te voorkomen en het verstrekken van de nodige hulp om ze te doen ophouden;
6° het verhelpen van hinderlijke voorvallen waartoe rondzwervende kwaadaardige of woeste dieren aanleiding kunnen geven. ] (W. 27.5.1989 - art. 2 - B.S. 30.5.1989)
[7° het nemen van de nodige maatregelen, inclusief politieverordeningen, voor het tegengaan van alle vormen van openbare overlast ] (W. 13.5.1999 - art. 7 - B.S. 10.6.1999)

(...)

 

De volledige gemeentewet vindt op de website van de Vlaamse Gemeenschap - Administratie Binnenlandse Aangelegenheden : http://binnenland.vlaanderen.be/juridisch/wetgeving/Gemeentewet/gemeentewet_inhoud.htm

 

 

 

 

 Vorige Start Omhoog Volgende

 

Copyright © SOS Schipperskwartier 2006