|
De
Nieuwe Gemeentewet
Uittreksels uit de Nieuwe Gemeentewet die van belang
zijn in het prostitutiedebat in Antwerpen.
Titel
I - Het Gemeentebestuur
Hoofdstuk II - Vergaderingen, beraadslagingen, besluiten
van de gemeenteraad
Afdeling 1 – Algemene bepaling
Art. 84. [ §1. ] Geen akte, geen stuk betreffende het
bestuur mag aan het onderzoek van de raadsleden worden
onttrokken.
[ §2. De gemeenteraadsleden kunnen een afschrift
verkrijgen van de akten en stukken betreffende het
bestuur van de gemeente onder de voorwaarden bepaald in
het door de raad opgestelde reglement van orde. Het
reglement bepaalt eveneens de voorwaarden waaronder de
gemeentelijke instellingen en diensten toegankelijk
zijn.
De vergoeding die eventueel wordt gevraagd voor het
afschrift, mag in geen geval meer bedragen dan de
kostprijs.
§3. De gemeenteraadsleden hebben het recht aan het
college van burgemeester en schepenen mondelinge en
schriftelijke vragen te stellen. Het reglement van orde
bepaalt de voorwaarden waaronder dit recht wordt
uitgeoefend. ] W. 11.7.1994 - art. 4 B.S. 20.12.1994)
Afdeling 2 - Vergaderingen
Art. 85. [ De gemeenteraad vergadert zo dikwijls als
de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren, het vereisen,
en ten minste tienmaal per jaar. ] (W. 11.7.1994 - art.
5 - B.S. 20.12.1994)
Art. 86. De raad wordt bijeengeroepen door het
college van burgemeester en schepenen.
Wanneer een derde van de zittinghebbende leden het
vraagt, is het college verplicht de raad bijeen te
roepen op de aangewezen dag en het aangewezen uur.
Art. 87. [ §1. Behalve in spoedeisende gevallen
geschiedt de oproeping schriftelijk en aan huis, ten
minste zeven vrije dagen vóór de dag van de vergadering;
zij vermeldt de agenda. Deze termijn wordt evenwel tot
twee vrije dagen teruggebracht voor de toepassing van
artikel 90, derde lid. De agendapunten dienen voldoende
duidelijk omschreven te zijn.
§2. Voor elk agendapunt worden alle stukken die erop
betrekking hebben ter plaatse ter inzage gelegd van de
leden van de gemeenteraad vanaf het verzenden van de
agenda. Het reglement van orde bedoeld in artikel 91 kan
voorschrijven dat de gemeentesecretaris of de door hem
aangewezen ambtenaren, aan de raadsleden die erom
verzoeken technische inlichtingen verstrekken over in
het dossier voorkomende stukken; in dat geval worden in
het reglement van orde tevens de nadere regels bepaald
voor het verstrekken van die technische inlichtingen. ]
W. 11.7.1994 - art. 6 - B.S. 20.12.1994)
[Art. 87bis. Plaats, dag, tijdstip en agenda van de
vergaderingen van de gemeenteraad worden ter kennis
gebracht van het publiek door aanplakking aan het
gemeentehuis, binnen dezelfde termijnen als die vermeld
in de artikelen 87, 96 en 97, derde lid, met betrekking
tot de bijeenroeping van de gemeenteraad.
De pers en belangstellende inwoners van de gemeente
worden, op hun verzoek en binnen een nog lopende
termijn, op de hoogte gesteld van de agenda van de
gemeenteraad, eventueel tegen betaling van een
vergoeding die niet meer mag bedragen dan de kostprijs.
Die nog lopende termijn geldt niet voor de punten die
aan de agenda worden toegevoegd na het verzenden van de
oproeping overeenkomstig artikel 87.
Het reglement van orde kan nog andere wijzen van
bekendmaking voorschrijven. ] W. 11.7.1994 - art. 7 -
B.S. 20.12.1994)
Art. 88. De burgemeester of hij die hem vervangt zit
de gemeenteraad voor.
De vergadering wordt door de voorzitter geopend en
gesloten.
Art. 89. Tenzij het reglement van orde anders
bepaalt, wordt bij het openen van elke vergadering
voorlezing gedaan van de notulen van de vorige
vergadering.
[ In elk geval worden de notulen ten minste [ zeven ]
vrije dagen vóór de dag van de vergadering ter inzage
van de leden van de raad gelegd. In spoedeisende
gevallen, zoals voorzien in artikel 87, worden de
notulen samen met de agenda ter inzage gelegd. ] (W.
11.7.1994 - art. 8 - B.S. 20.12.1994) (W. 19.7.1991 -
enig art. B.S. 13.9.1991)
Elk lid heeft het recht tijdens de vergadering
opmerkingen te maken over de redactie van de notulen.
Indien deze opmerkingen worden aangenomen, is de
secretaris ertoe gehouden staande de vergadering of ten
laatste tijdens de volgende vergadering een nieuwe
tekst, in overeenstemming met de beslissing van de raad,
voor te leggen.
Indien er
geen opmerkingen worden gemaakt vóór het einde van de
vergadering worden de notulen beschouwd als goedgekeurd
en worden zij ondertekend door de burgemeester en de
secretaris.
Telkens als de raad het gewenst acht, worden de notulen
geheel of gedeeltelijk staande de vergadering opgemaakt
en door de aanwezige leden ondertekend.
Art. 90. De gemeenteraad kan geen besluit nemen,
indien niet de meerderheid van de zittinghebbende leden
aanwezig is.
De raad kan echter, indien hij tweemaal bijeengeroepen
is zonder dat het vereiste aantal is opgekomen, na een
derde en laatste oproeping, ongeacht het aantal
aanwezige leden, op geldige wijze beraadslagen en
besluiten over de onderwerpen die voor de derde maal op
de agenda voorkomen.
De tweede en de derde oproeping moeten geschieden
overeenkomstig de voorschriften van artikel 87, en er
moet vermeld worden of de oproeping voor de tweede of
voor de derde maal geschiedt; bovendien moeten de
bepalingen van de twee vorige leden in de derde
oproeping woordelijk worden overgenomen.
Art. 91. [ De gemeenteraad neemt een reglement van
orde aan. Behalve de bepalingen die er op basis van de
onderhavige wet in opgenomen moeten worden, kan dit
reglement bijkomende maatregelen bevatten in verbanden
met de werking van de raad. ] W. 11.7.1994 - art. 9 -
B.S. 20.12.1994)
Afdeling 3 – Verbod om zitting
te nemen
Art. 92. Het is elk gemeenteraadslid en de
burgemeester verboden:
1° tegenwoordig te zijn bij een beraadslaging of besluit
over zaken waarbij hij een rechtstreeks belang heeft,
hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, voor of na
zijn verkiezing, of waarbij zijn bloed- of aanverwanten
tot en met de vierde graad een persoonlijk en
rechtstreeks belang hebben.
Inzake voordrachten van kandidaten, benoemingen en
bedieningen, [ en tuchtvervolgingen ] geldt dit verbod
slechts ten aanzien van bloed- of aanverwanten tot en
met de tweede graad; W. 24.5.1991 - art. 2, 8° - B.S.
6.6.1991)
2° rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen aan
enige dienst, heffing van rechten, levering of
aanbesteding ten behoeve van de gemeente;
3° als advocaat, notaris of zaakwaarnemer werkzaam te
zijn in rechtsgedingen, tegen de gemeente ingesteld. Het
is hem verboden in dezelfde hoedanigheid ten behoeve van
de gemeente te pleiten, raad te geven of op te treden in
enige betwiste zaak, tenzij hij het kosteloos doet;
4° tegenwoordig te zijn bij het onderzoek van de
rekeningen der aan de gemeente ondergeschikte openbare
besturen waarvan hij lid is.
De bovenstaande bepalingen zijn mede van toepassing op
de secretaris.
[ 5° op te treden als raadsman van een personeelslid in
tuchtzaken;
6° op te treden als afgevaardigde of technicus van een
vakbond in een onderhandelings- of overlegcomité van de
gemeente. ] W. 11.7.1994 - art. 10 - B.S. 20.12.1994)
Afdeling 4 – Openbaarheid van
de vergaderingen
[Art. 93. De vergaderingen van de gemeenteraad zijn
openbaar. Onder voorbehoud van artikel 96 kan de
gemeenteraad, met een tweederde meerderheid van de
aanwezige leden, in het belang van de openbare orde en
op grond van ernstige bezwaren tegen de openbaarheid,
beslissen dat de vergadering niet openbaar is.] W.
11.7.1994 - art. 11 - B.S. 20.12.1994)
Art. 94. [ De vergadering van de gemeenteraad is niet
openbaar wanneer het om personen gaat.
Zodra een dergelijk punt aan de orde is, beveelt de
voorzitter terstond de behandeling in besloten
vergadering. ] W. 11.7.1994 - art. 12 - B.S. 20.12.1994)
Art. 95. [ Uitgezonderd in tuchtzaken kan de besloten
vergadering slechts plaatsvinden na de openbare
vergadering.
Wanneer tijdens de openbare vergadering blijkt dat de
behandeling van een punt in besloten vergadering moet
worden voortgezet, kan de openbare vergadering, enkel
met dit doel, worden onderbroken. ] (W. 11.7.1994 - art.
13 - B.S. 20.12.1994)
[Art. 96. Uiterlijk zeven vrije dagen vóór de
vergadering gedurende welke de gemeenteraad dient te
beraadslagen over de begroting, over een
begrotingswijziging of over de rekeningen, doet het
college aan elk gemeenteraadslid een exemplaar toekomen
van het ontwerp van begroting, van het ontwerp van
begrotingswijziging of van de rekeningen.
Het ontwerp wordt overgemaakt zoals het zal onderworpen
worden aan de beraadslagingen van de raad, in de
voorgeschreven vorm en vergezeld van de bijlagen die
vereist zijn voor zijn definitieve vaststelling, met
uitzondering van de bewijsstukken, wat de rekeningen
betreft. Het ontwerp van begroting en de rekeningen zijn
vergezeld van een verslag.
Het verslag bevat een synthese van het ontwerp van
begroting of van de rekeningen. Bovendien geeft het
verslag dat betrekking heeft op de begroting, het
algemeen en financieel beleid van de gemeente aan en een
overzicht van de toestand van het bestuur en van de
gemeentezaken, alsook alle nuttige informatiegegevens,
en geeft het verslag dat betrekking heeft op de
rekeningen een overzicht van het beheer van de
gemeentefinanciën gedurende het dienstjaar waarop die
rekeningen betrekking hebben.
[ ... ] (Opgeheven W. 11.7.1994 - art. 14 - B.S.
20.12.1994)
De vergadering van de gemeenteraad is openbaar.
Vooraleer de raad beraadslaagt, geeft het college van
burgemeester en schepenen een toelichting bij de inhoud
van het verslag.] (W. 27.5.1989 - art. 1 - B.S.
30.5.1989)
Afdeling 5 – Het houden van
vergaderingen
Art. 97. Een punt dat niet op de agenda voorkomt, mag
niet in bespreking worden gebracht, behalve in
spoedeisende gevallen wanneer het geringste uitstel
gevaar zou kunnen opleveren.
Tot spoedbehandeling kan niet worden besloten dan door
ten minste twee derden van de aanwezige leden; de namen
van die leden worden in de notulen vermeld.
[Elk voorstel dat niet op de agenda voorkomt, moet
uiterlijk vijf vrije dagen vóór de vergadering
overhandigd worden aan de burgemeester of aan degene die
hem vervangt; het moet vergezeld zijn van een
verklarende nota of van elk document dat de raad kan
voorlichten. Van deze mogelijkheid kan geen gebruik
worden gemaakt door een lid van het college van
burgemeester en schepenen.
De burgemeester of degene die hem vervangt, deelt de
aanvullende agendapunten onverwijld mee aan de leden van
de raad. ] (W. 11.7.1994 - art. 15 - B.S. 20.12.1994)
Art. 98. De voorzitter is belast met de handhaving
van de orde in de vergadering; hij kan, na een
voorafgaande waarschuwing, terstond ieder persoon uit de
zaal doen verwijderen, die openlijk tekens van
goedkeuring of van afkeuring geeft of op enigerlei wijze
wanorde veroorzaakt.
De voorzitter kan bovendien proces-verbaal opmaken tegen
de overtreder en hem verwijzen naar de politierechtbank,
die hem kan veroordelen tot geldboete van een frank tot
vijftien frank of tot gevangenisstraf van een dag tot
drie dagen, onverminderd andere vervolgingen, indien het
feit daartoe grond oplevert.
Afdeling 6 - Stemmingen
Art. 99. [ § 1. ] De besluiten worden bij volstrekte
meerderheid van stemmen genomen; bij staking van stemmen
is het voorstel verworpen.
[ §2. De gemeenteraad stemt over de begroting in haar
geheel en over de jaarrekeningen in hun geheel.
Elk lid kan echter de afzonderlijke
stemming eisen over een of meer artikelen of reeksen van
artikelen die hij aanwijst, indien het om de begroting
gaat of over een of meer artikelen of posten die hij
aanwijst, indien het om de jaarrekeningen gaat.
In dat geval mag over het geheel eerst gestemd worden na
de stemming over het artikel of de artikelen, reeksen
van artikelen of posten die aldus zijn aangewezen en de
stemming over het geheel heeft dan betrekking op de
artikelen of posten waarover geen enkel lid afzonderlijk
wenst te stemmen, en op de artikelen die reeds bij een
afzonderlijke stemming zijn aangenomen. ] (W. 17.10.1990
- art. 20 - B.S. 14.12.1990)
Art. 100. [ Onverminderd het vierde lid stemmen de
leden van de gemeenteraad mondeling.
Het reglement van orde kan een regeling invoeren die
gelijkwaardig is met een mondelinge stemming. Als
dusdanig worden beschouwd de mechanisch uitgebrachte
naamstemming en de stemming bij zitten en opstaan of bij
handopsteking.
Ongeacht de bepalingen van het reglement van orde wordt
er mondeling gestemd telkens als een derde van de
aanwezige leden hierom verzoekt.
Alleen de voordrachten van kandidaten, benoemingen tot
ambten, terbeschikkingstellingen, preventieve
schorsingen in het belang van de dienst, en
tuchtstraffen geschieden bij geheime stemming en
eveneens bij volstrekte meerderheid van stemmen.
De voorzitter, voor zover hij lid is van de raad, stemt
het laatst. Het voorgaande lid is niet toepasselijk bij
geheime stemming. ] W. 11.7.1994 - art. 16 - B.S.
20.12.1994)
Art. 101. Indien bij de benoeming of de voordracht
van kandidaten de vereiste meerderheid niet wordt
verkregen bij de eerste stemming, heeft herstemming
plaats over de kandidaten die de meeste stemmen hebben
behaald.
Te dien einde maakt de voorzitter een lijst op met
tweemaal zoveel namen als er benoemingen of voordrachten
moeten geschieden.
De stemmen kunnen alleen uitgebracht worden op de
kandidaten die op deze lijst voorkomen.
De benoeming of de voordracht geschiedt bij meerderheid
van stemmen. Bij staking van stemmen heeft de oudste
kandidaat de voorkeur.
Afdeling 7 – Openbaarheid van
besluiten
Art. 102. Aan inwoners van de gemeente, of aan de
ambtenaar die daartoe opdracht heeft gekregen van de
provinciegouverneur of van de bestendige deputatie van
de provincieraad, mag niet worden geweigerd ter plaatse
inzage te nemen van de besluiten van de gemeenteraad.
De raad kan evenwel beslissen dat de met gesloten deuren
genomen besluiten gedurende een bepaalde tijd geheim
zullen worden gehouden.
Hoofdstuk III - Vergaderingen, beraadslagingen en
besluiten van het college van burgemeester en schepenen
Art. 103. De burgemeester is van rechtswege
voorzitter van het college van burgemeester en
schepenen.
Art. 104. [ Het college van burgemeester en schepenen
vergadert op de dagen en uren door het reglement
bepaald, en zo dikwijls de spoedige afdoening van de
zaken het vereist.
Het mag alleen dan beraadslagen en besluiten, wanneer
meer dan de helft van de leden tegenwoordig is.
De vergaderingen van het college van burgemeester en
schepenen zijn niet openbaar. Alleen de beslissingen
worden opgenomen in de notulen en in het register van de
beraadslagingen bedoeld in artikel 108: alleen de
beslissingen kunnen rechtsgevolgen hebben. ] (K.B.
30.5.1989 - art. 20 - B.S. 31.5.1989)
Art. 105. De oproeping voor de buitengewone
vergaderingen geschiedt schriftelijk en aan huis, ten
minste twee vrije dagen voor de dag van de vergadering.
In spoedeisende gevallen echter staat het
aan de burgemeester dag en uur van de vergadering vast
te stellen.
Art. 106. De besluiten worden bij meerderheid van
stemmen genomen; bij staking van stemmen verdaagt het
college de zaak tot een volgende vergadering, tenzij het
verkiest een lid van de gemeenteraad op te roepen naar
de volgorde van inschrijving op de ranglijst.
Indien echter de meerderheid van het college vóór de
behandeling de zaak spoedeisend heeft verklaard, is de
stem van de voorzitter beslissend. Hetzelfde geldt
wanneer op drie vergaderingen de stemmen staken over een
zelfde zaak, zonder dat in het college een meerderheid
verkregen is om een raadslid op te roepen.
Artikel 92, 1° en de artikelen 100 en 101 zijn van
toepassing op de vergaderingen van het college van
burgemeester en schepenen.
Art. 107. [ In de randgemeenten bedoeld in artikel 7
van de wetten op het gebruik van talen in bestuurszaken,
gecoördineerd op 18 juli 1966, en in de gemeenten
Komen-Waasten en Voeren beslist, in afwijking van
artikel 106, het college van burgemeester en schepenen
bij consensus. Bij gebrek aan consensus wordt de zaak
door de burgemeester ter beslissing aan de gemeenteraad
voorgelegd. De burgemeester kan daartoe, in afwijking
van artikel 86 zo nodig de gemeenteraad bijeenroepen. ]
(K.B. 30.5.1989 - art. 21 - B.S. 31.5.1989)
Hoofdstuk IV - Bepalingen toepasselijk op de akten
van de gemeenteoverheden
Afdeling 1 – Opmaken van akten
Art. 108. [ De secretaris woont de vergaderingen van
de gemeenteraad en van het college van burgemeester en
schepenen bij. Hij stelt de notulen ervan op en zorgt
voor de overschrijving ervan. De overgeschreven notulen
worden door de burgemeester en door de secretaris
getekend. ] (W. 17.10.1990 - art. 21 - B.S. 14.12.1990)
[De ondertekening van de notulen van de gemeenteraad
geschiedt binnen de maand na de goedkeuring ervan door
de gemeenteraad. ] (W. 11.7.1994 - art. 17 - B.S.
20.12.1994)
[Art. 108bis. De notulen vermelden, in chronologische
volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg
dat gegeven werd aan die punten waaromtrent de
gemeenteraad geen beslissing genomen heeft. Zij maken
eveneens duidelijk melding van alle beslissingen. ] (W.
11.7.1994 - art. 18 - B.S. 20.12.1994)
Art. 109. De reglementen en verordeningen van de
gemeenteraad en van het college van burgemeester en
schepenen, de bekendmakingen, de akten en de
briefwisseling van de gemeente worden ondertekend door
de burgemeester en medeondertekend door de secretaris.
Art. 110. De burgemeester kan de ondertekening van
bepaalde stukken schriftelijk opdragen aan een of meer
leden van het college van burgemeester en schepenen. Die
opdracht kan ten allen tijde door de burgemeester worden
herroepen.
De schepen aan wie de opdracht is gegeven, moet boven
zijn handtekening, naam en functie melding maken van die
opdracht.
Art. 111. Het college van burgemeester en schepenen
kan de gemeentesecretaris machtigen de medeondertekening
van bepaalde stukken op te dragen aan één of meer
ambtenaren van de gemeente.
Deze opdracht geschiedt schriftelijk; de gemeenteraad
wordt daarvan op de hoogte gebracht tijdens zijn
eerstvolgende vergadering.
De ambtenaar aan wie de opdracht is
gegeven, moet boven zijn handtekening zijn naam en zijn
functie melding maken van die opdracht, op alle stukken
die hij ondertekent.
Afdeling 2 – Bekendmaking van
de akten
Art. 112. [ De reglementen en verordeningen van de
gemeenteraad, van het college van burgemeester en
schepenen en van de burgemeester worden door
laatstgenoemde bekendgemaakt door middel van een
aanplakbrief die het onderwerp van het reglement of de
verordening vermeldt, de datum van de beslissing waarbij
het reglement of de verordening werd aangenomen en, in
voorkomend geval, de beslissing van de toezichthoudende
overheid.
De aanplakbrief vermeldt tevens de plaats of plaatsen
waar de tekst van het reglement of de verordening ter
inzage ligt van het publiek. ] (W. 8.4.1991 - art. 1 -
B.S. 27.4.1991)
Art. 113. [ ... ]
Opgeheven. (W. 8.4.1991 - art. 2 - B.S. 27.4.1991)
[Art 114. De reglementen en verordeningen de dag van
bekendmaking door aanplakbrief, behalve wanneer zij het
anders bepalen.
De bekendmaking en de datum van bekendmaking van deze
reglementen en verordeningen moeten blijken uit de
aantekening in een speciaal daartoe gehouden register op
de bij koninklijk besluit bepaalde wijze. ] (W. 8.4.1991
- art. 3 - B.S. 27.4.1991)
Art. 115. Het is voortaan verboden de wettelijkheid
van de reglementen en verordeningen die voor 14 januari
1888 bestonden, te betwisten op grond dat zij slechts
door aanplakking of omroeping zijn bekendgemaakt.
Afdeling 3 – Algemene
bepalingen
Art. 116. De handelingen van de overheden van de
gemeenten mogen niet in strijd zijn met de decreten, de
ordonnanties, de reglementen en de besluiten van de
Gewesten, de Gemeenschappen en de Gemeenschapscommissies
welke die overheden met de uitvoering daarvan kunnen
belasten.
Titel II - Bevoegdheden
Hoofdstuk I - Bevoegdheden van de gemeenteraad
Art. 117. De gemeenteraad regelt alles wat van
gemeentelijk belang is; hij beraadslaagt over elk ander
onderwerp dat de hogere overheid hem voorlegt.
[ Alleen in de gevallen bij de wet, het decreet of de
ordonnantie uitdrukkelijk bepaald, moeten de besluiten
van de raad door de toezichthoudende overheid worden
goedgekeurd. ] (W. 27.5.1989 - art. 2 - B.S. 30.5.1989)
Art. [ 118. ] De beraadslagingen worden door een
onderzoek voorafgegaan telkens als de Regering het
geraden acht of wanneer de reglementen het
voorschrijven.
Ook de bestendige deputatie van de provincieraad kan
zodanig onderzoek gelasten telkens als de besluiten van
de gemeenteraad door haar moeten worden goedgekeurd. (W.
27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989)
Art. [ 119. ] De gemeenteraad maakt de gemeentelijke
reglementen van inwendig bestuur en de gemeentelijke
politieverordeningen. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S.
30.5.1989)
[Die reglementen en verordeningen mogen niet in strijd
zijn met de wetten, de decreten, de ordonnanties, de
reglementen en de besluiten van de Staat, de Gewesten,
de Gemeenschappen, de Gemeenschapscommissies, de
provincieraad en de bestendige deputatie van de
provincieraad. ] (K.B. 30.5.1989 - art. 23 - B.S.
31.5.1989)
De raad zendt hiervan binnen achtenveertig uren een
afschrift aan de bestendige deputatie van de
provincieraad.
[ ... ] (Opgeheven W. 13.5.1999 - art. 2 - B.S.
10.6.1999)
Een afschrift van die reglementen en
politieverordeningen wordt dadelijk toegezonden aan de
griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die
van de politierechtbank, waar zij in een daartoe bestemd
register worden ingeschreven.
Van die reglementen en verordeningen wordt melding
gemaakt in het Bestuursmemoriaal van de provincie.
[ ... ] (Opgeheven W. 13.5.1999 - art. 2 - B.S.
10.6.1999)
[ Art. 119bis. § 1. De raad kan straffen stellen op
de overtreding van zijn reglementen en verordeningen,
tenzij een wet, decreet of ordonnantie daarin heeft
voorzien. Die straffen mogen de politiestraffen niet te
boven gaan.
De strafrechtelijke geldboeten die door de thans
geldende reglementen en verordeningen bepaald zijn en
hoger zijn dan door deze wet is geoorloofd, worden van
rechtswege verminderd tot het maximum van de
politiegeldboeten.
§ 2. De raad kan eveneens, tenzij een wet, decreet of
ordonnantie reeds voorzien heeft in een strafsanctie of
een administratieve sanctie, de volgende administratieve
sancties stellen op de overtreding van zijn reglementen
en verordeningen :
1° de administratieve geldboete met een maximum van 10
000 frank;
2° de administratieve schorsing van een door de gemeente
afgeleverde toelating of vergunning;
3° de administratieve intrekking van een door de
gemeente afgeleverde toelating of vergunning; 4° de
administratieve sluiting van een instelling die
tijdelijk of definitief kan zijn.
De administratieve geldboete wordt opgelegd door de
ambtenaar die daartoe door de gemeente wordt aangewezen,
hierna te noemen " de ambtenaar ". Die ambtenaar mag
niet dezelfde zijn als degene die op grond van § 6 de
strafbare feiten vaststelt. De hierboven bedoelde
schorsing, intrekking en sluiting worden opgelegd door
het college van burgemeester en schepenen.
§ 3. De raad kan op dezelfde inbreuken van zijn
reglementen en verordeningen niet tezelfdertijd in een
strafsanctie én een administratieve sanctie voorzien,
maar slechts in één van beide.
§ 4. De in paragraaf 2, eerste lid, 2° tot en met 4°,
gestelde sancties kunnen eerst worden opgelegd nadat de
overtreder voorafgaand een waarschuwing heeft ontvangen.
Deze waarschuwing bevat een uittreksel van het
overtreden reglement of de overtreden verordening.
§ 5. De administratieve sanctie is proportioneel in
functie van de zwaarte van de feiten die haar
verantwoorden, en in functie van eventuele herhaling. De
vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op
hetzelfde reglement of dezelfde verordening zal het
voorwerp uitmaken van één enkele administratieve
sanctie, in verhouding tot de ernst van het geheel van
de feiten.
§ 6. De overtredingen worden bij proces-verbaal
vastgesteld door een politieambtenaar of door een
hulpagent van politie.
§ 7. Indien de feiten zowel een strafrechtelijk als een
administratiefrechtelijk delict vormen, wordt het
origineel van het proces-verbaal toegestuurd aan de
procureur des Konings. Een afschrift wordt overgezonden
aan de ambtenaar. Indien de overtreding enkel met een
administratieve sanctie strafbaar is, wordt het
origineel van het proces-verbaal uitsluitend aan de
ambtenaar overgezonden.
§ 8. In het in § 7, eerste lid, bedoelde geval beschikt
de procureur des Konings over een termijn van één maand,
te rekenen van de dag van de ontvangst van het origineel
van het proces-verbaal, om de ambtenaar in te lichten
dat een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk
onderzoek werd opgestart of een strafrechtelijke
vervolging werd ingesteld. Deze mededeling doet de
mogelijkheid vervallen voor de ambtenaar om een
administratieve geldboete op te leggen. Vóór het
verstrijken van deze termijn kan de ambtenaar geen
administratieve geldboete opleggen, behoudens
voorafgaande mededeling door de procureur des Konings
dat deze geen gevolg aan het feit wenst te geven. Na het
verstrijken van deze termijn kunnen de feiten enkel nog
administratiefrechtelijk worden gesanctioneerd.
§ 9. Wanneer de ambtenaar beslist dat er reden is om de
administratieve procedure aan te vatten, deelt hij de
overtreder door middel van een ter post aangetekend
schrijven mee :
1° de feiten met betrekking tot dewelke de procedure is
opgestart; 2° dat de overtreder de gelegenheid heeft,
om, binnen de vijftien dagen te rekenen van de datum van
kennisgeving van het aangetekend schrijven, zijn
verweermiddelen uiteen te zetten bij een ter post
aangetekend schrijven, en dat hij het recht heeft om bij
deze gelegenheid de ambtenaar om een mondelinge
verdediging van zijn zaak te verzoeken; 3° dat de
overtreder het recht heeft om zich te laten bijstaan of
vertegenwoordigen door een raadsman; 4° dat de
overtreder het recht heeft zijn dossier te consulteren;
5° een afschrift van het in § 6 bedoelde proces-verbaal,
gevoegd als bijlage. De ambtenaar bepaalt in voorkomend
geval de dag waarop de overtreder uitgenodigd wordt de
mondelinge verdediging van zijn zaak voor te dragen.
Indien de ambtenaar van oordeel is dat er een geldboete
moet worden opgelegd die niet hoger is dan 2 500 frank,
heeft de overtreder niet het recht om een mondelinge
verdediging van zijn zaak te verzoeken.
§ 10. Na verloop van de termijn, vermeld in § 9, 2°, of
vóór het verstrijken van deze termijn, wanneer de
overtreder te kennen geeft de feiten niet te betwisten
of in voorkomend geval na de mondelinge verdediging van
de zaak door de overtreder of zijn raadsman, kan de
ambtenaar de door de politieverordening voorziene
administratieve geldboete opleggen. Deze beslissing
wordt bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van
de overtreder. De ambtenaar kan geen administratieve
geldboete opleggen na het verstrijken van een termijn
van zes maanden, te rekenen van de dag waarop het feit
werd gepleegd, de mogelijke beroepsprocedures niet
inbegrepen.
§ 11. De beslissing tot het opleggen van een
administratieve geldboete heeft uitvoerbare kracht na
het verstrijken van een termijn van één maand vanaf haar
kennisgeving, behoudens wanneer hoger beroep wordt
aangetekend overeenkomstig § 12.
§ 12. De gemeente, in het geval van beslissing tot het
niet-opleggen van een administratieve geldboete, of de
overtreder, kan binnen een termijn van één maand vanaf
de kennisgeving bij de politierechtbank bij
verzoekschrift hoger beroep instellen tegen de
beslissing. De politierechter beoordeelt de wettigheid
en de proportionaliteit van de opgelegde geldboete. Hij
kan de beslissing van de ambtenaar hetzij bevestigen,
hetzij hervormen. Geen hoger beroep staat open tegen de
beslissing van de politierechtbank.
Onverminderd de voorgaande leden, zijn de bepalingen van
het gerechtelijk wetboek toepasselijk op het beroep bij
de politierechtbank.
§ 13. De Koning regelt bij een in ministerraad overlegd
besluit de procedure tot aanwijzing door de gemeente van
de ambtenaar gelast met het opleggen van de
administratieve geldboete, alsmede de wijze van inning
van de administratieve geldboete.
De administratieve geldboeten worden geïnd ten bate van
de gemeente.] (W. 13.5.1999 - art. 3 - B.S. 10.6.1999)
Art. [ 120. ] [ §1. De gemeenteraad kan in zijn
midden commissies oprichten die als taak hebben de
besprekingen in de gemeenteraadszittingen voor te
bereiden. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989)
De mandaten van lid van iedere commissie worden
evenredig verdeeld over de fracties waaruit de
gemeenteraad is samengesteld; geacht worden een fractie
te vormen de gemeenteraadsleden die op een zelfde lijst
verkozen zijn of die verkozen zijn op lijsten die
onderling verenigd zijn om een fractie te vormen; het
reglement van orde, bedoeld in artikel 91, bepaalt de
nadere regelen voor de samenstelling en de werkwijze van
de commissies.
De commissies kunnen steeds deskundigen en
belanghebbenden horen.
§2. De gemeenteraad benoemt de leden van alle commissies
die verband houden met het bestuur van de gemeente,
alsmede de vertegenwoordigers van de gemeenteraad in de
intercommunales en in de andere rechtspersonen waarvan
de gemeente lid is. Hij kan die mandaten intrekken. ]
(W. 11.7.1994 - art. 19 - B.S. 20.7.1994)
Art. 120bis. De gemeenteraad kan adviesraden
instellen. Met "adviesraden" wordt bedoeld "elke
vergadering van personen, ongeacht hun leeftijd, die er
door de gemeenteraad wordt mee belast een advies te
formuleren over één of meer vraagstukken". (W. 10.2.2000
- B.S. 29.3.2000, 2e ed.)
[ Wanneer de gemeenteraad adviesraden instelt, regelt
hij de samenstelling ervan naar gelang van hun taken en
bepaalt hij de gevallen waarin raadpleging van die
adviesraden verplicht is.
[ Ten hoogste twee derde van de leden van een adviesraad
is van hetzelfde geslacht.
Wanneer niet wordt voldaan aan de voorwaarde gesteld in
het vorige lid, kan de betrokken adviesraad niet op
rechtsgeldige wijze advies uitbrengen.
De gemeenteraad kan op gemotiveerd verzoek van de
adviesraad afwijkingen toestaan, hetzij om functionele
redenen of redenen die verband houden met de bijzondere
aard van deze raad, hetzij wanneer onmogelijk kan worden
voldaan aan de voorwaarde gesteld in het tweede lid. De
gemeenteraad bepaalt de voorwaarden waaraan dit verzoek
moet voldoen en stelt de procedure vast.
Wanneer op basis van het vorige lid geen afwijking wordt
toegestaan, heeft de adviesraad vanaf de datum van
weigering van de afwijking, drie maanden de tijd om te
voldoen aan de voorwaarde gesteld in het tweede lid.
Indien de adviesraad bij het verstrijken van deze
periode niet voldoet aan de voorwaarde gesteld in het
tweede lid, kan de adviesraad vanaf deze datum niet op
rechtsgeldige wijze advies uitbrengen.
Het college van burgemeester en schepenen dient telkens
binnen het jaar na de nieuwe aanstelling van de
gemeenteraad een evaluatieverslag voor te leggen aan de
gemeenteraad.
Voor de adviesraden die opgericht zijn
voor de inwerkingtreding van deze wet, past de
gemeenteraad bij de eerstvolgende vernieuwing van de
mandaten de samenstelling aan overeenkomstig de
bepalingen van het derde lid. Uiterlijk tegen 31
december 2001 dienen alle adviesraden deze bepaling toe
te passen. ] (W. 20.9.1998 - art. 2 - B.S. 28.10.1998)
Hij stelt hun de middelen ter beschikking die nodig zijn
voor het vervullen van hun taak. ] (W. 11.7.1994 - art.
20 - B.S. 20.7.1994)
Art. [ 121. ] Door de gemeenteraden kunnen
verordeningen tot aanvulling van de wet van 21 augustus
1948 tot afschaffing van de officiële reglementering van
de prostitutie worden vastgesteld, indien zij tot doel
hebben de openbare zedelijkheid en de openbare rust te
verzekeren.
De door die verordeningen bepaalde misdrijven worden met
politiestraffen gestraft.
Art. [ 122. ] De gemeenteraad heeft, onder toezicht
van de hogere overheid, het beheer over de bossen en
wouden van de gemeente op de wijze geregeld door de
overheid die bevoegd is om het Boswetboek vast te
stellen. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989)
Hoofdstuk II - Bevoegdheden van burgemeester en
schepenen
Art. [ 123. ] Het college van burgemeester en
schepenen is belast met: (W. 27.5.1989 - art. 2 ) 3 -
B.S. 30.5.1989)
1° [ de uitvoering van de wetten, van de decreten, de
ordonnanties, de reglementen en de besluiten van de
Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de
Gemeenschapscommissies, de provincieraad en de
bestendige deputatie van de provincieraad, wanneer zulks
bepaaldelijk aan het college is opgedragen; ] (K.B.
30.5.1989 - art. 24 - B.S. 31.5.1989)
2° de bekendmaking en uitvoering van de
gemeenteraadsbesluiten;
3° het beheer van de gemeentelijke inrichtingen;
4° het beheer van de inkomsten, de afgifte van
bevelschriften tot betaling van de uitgaven der gemeente
en het toezicht op de boekhouding;
5° de leiding van de gemeentewerken;
6° de vaststelling van de rooilijnen van de wegen, met
inachtneming van de algemene plans aangenomen door de
hogere overheid, indien dergelijke plans bestaan, en
behoudens beroep bij deze overheid en, in voorkomend
geval, bij de rechtbanken door de personen die zich door
de besluiten van de gemeenteoverheid benadeeld achten;
7° in de gemeenten van het Brusselse Gewest, afgifte van
bouw- en verkavelingsvergunningen overeenkomstig de wet
van 29 maart 1962 houdende organisatie van de
ruimtelijke ordening en van de stedebouw;
8° het voeren van de rechtsgedingen waarbij de gemeente
hetzij als eiser, hetzij als verweerder betrokken is;
9° het beheer van de eigendommen der gemeente, alsmede
de vrijwaring van haar rechten;
10° het toezicht op de door de gemeente bezoldigde
beambten, behalve op de leden van het [ lokale]
politiekorps; (W. 19.4.1999 - art. 19 - B.S. 13.5.1999)
11° het doen onderhouden van de buurtwegen en de
waterlopen, overeenkomstig de wetsbepalingen en de
verordeningen van de provincieoverheid.
[12° het opleggen van de in artikel 119bis, § 2,
bedoelde schorsing, intrekking of sluiting. ] (W.
13.5.1999 - art. 4 - B.S. 10.6.1999)
Art. [ 124. ] In fabrieksteden draagt het college van
burgemeester en schepenen zorg dat er een spaarkas
opgericht wordt. Elk jaar doet het in de bij artikel 96
voorgeschreven vergadering verslag over de toestand van
die kas. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 31.5.1989)
Art. [ 125. ] Het college van burgemeester en
schepenen is belast met het houden van de registers van
de burgerlijke stand. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S.
31.5.1989)
De burgemeester, of een schepen daartoe aangewezen door
het college, vervult de bediening van ambtenaar van de
burgerlijke stand en is er inzonderheid mee belast om
alles wat de akten en het houden van de registers
betreft, stipt te doen nakomen. Is de gemachtigde
ambtenaar van de burgerlijke stand verhinderd, dan wordt
hij tijdelijk vervangen door de burgemeester, of door
een schepen of een raadslid in de volgorde van de
onderscheiden benoemingen.
Art. [ 126. ] De burgemeester en de ambtenaar van de
burgerlijke stand kunnen ieder wat hem betreft, beambten
van het gemeentebestuur machtigen tot: (W. 27.5.1989 -
art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989)
1° het afgeven van uittreksels uit of afschriften van
andere akten dan die van de burgerlijke stand;
2° het afgeven van uittreksels uit de
bevolkingsregisters en van getuigschriften die geheel of
ten dele aan de hand van die registers zijn opgemaakt;
3° het legaliseren van handtekeningen;
4° het voor eensluidend verklaren van afschriften van
stukken.
Die bevoegdheid geldt voor de stukken bestemd om in
België of in het buitenland te dienen, met uitzondering
van diegene die moeten gelegaliseerd worden door de
Minister van Buitenlandse Betrekkingen of door de
ambtenaar die hij daartoe machtigt.
Boven de handtekening van de beambten van het
gemeentebestuur, aan wie de machtiging bedoeld bij dit
artikel of bij artikel 45 van het Burgerlijk Wetboek is
verleend, moet van die machtiging melding worden
gemaakt.
De ambtenaar van de burgerlijke stand kan eveneens
beambten van het gemeentebestuur machtigen tot het
ontvangen van betekeningen, kennisgevingen en
terhandstellingen van beslissingen inzake de staat van
personen.
Art. [ 127. ] Voor het houden van de akten van de
burgerlijke stand kan de Koning, wanneer uitzonderlijke
omstandigheden dit wettigen en na het advies van de
bestendige deputatie van de provincieraad te hebben
ingewonnen, het grondgebied van de gemeente verdelen in
districten, waarvan Hij de grenzen bepaalt. (W.
27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989)
In elk district worden de akten van de burgerlijke stand
opgemaakt en de registers bewaard in een speciaal
daartoe bestemd lokaal.
[ Daar waar toepassing is gemaakt van de inrichting van
binnengemeentelijke territoriale organen overeenkomstig
artikel 41 van de Grondwet, vallen de districten van de
burgerlijke stand daarmee automatisch samen. ] (W.
19.03.1999 - art. 3 - B.S. 31.03.1999)
De jaarlijkse en tienjaarlijkse tabellen worden voor elk
district afzonderlijk opgemaakt en in afschrift
meegedeeld aan elk van de andere districten.
Wordt de bediening van de ambtenaar van de burgerlijke
stand niet door de burgemeester uitgeoefend, dan kan het
college van burgemeester en schepenen daartoe, in
afwijking van artikel 125, een of meer schepenen
aanwijzen, die elk voor een of meer districten bevoegd
zullen zijn.
Art. [ 128. ] Het college van burgemeester en
schepenen houdt toezicht op de bergen van
barmhartigheid. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S.
30.5.1989)
Te dien einde inspecteert het college die instellingen
telkens als het zulks geraden acht; het waakt ervoor dat
zij niet afwijken van de wil der schenkers en erflaters
en doet verslag aan de gemeenteraad over aan te brengen
verbeteringen en over gebleken misbruiken.
Art. [ 129. ] Het college van burgemeester en
schepenen draagt zorg voor het voorkomen en verhelpen
van hinderlijke voorvallen waartoe in vrijheid gelaten
zinnelozen en razenden aanleiding zouden kunnen geven.
(W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989)
[ ... ] (Opgeheven K.B. 25.1.1991 - art. 1 - B.S.
5.3.1991)
Art. [ 130. ] De politie over de vertoningen behoort
aan het college van burgemeester en schepenen; het kan
in buitengewone omstandigheden elke vertoning verbieden
ten einde de openbare rust te handhaven. (W. 27.5.1989 -
art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989)
Dit college voert de verordeningen van de gemeenteraad
uit voor alles wat de vertoningen betreft. De raad waakt
tegen het geven van vertoningen die strijdig zijn met de
openbare orde.
Art. [ 131. ] [ §1. Ten minste eenmaal in de loop van
elk van de vier kwartalen van het kalenderjaar doet het
college van burgemeester en schepenen of een van zijn
leden die het daartoe aanwijst, verificatie van de kas
van de plaatselijke ontvanger en maakt van de
verificatie een proces-verbaal op waarin zijn
opmerkingen alsmede die van de ontvanger worden vermeld.
Het proces-verbaal wordt getekend door de ontvanger en
de leden van het college die verificatie gedaan hebben.
(W. 27.5.1989 - art. 2 - B.S. 30.5.1989)
Het college van burgemeester en schepenen legt het
proces-verbaal aan de gemeenteraad voor. Wanneer de
plaatselijke ontvanger aansprakelijk is voor meerdere
openbare kassen, wordt daarvan tegelijkertijd
verificatie gedaan op de dag en het uur bepaald door de
provinciegouverneur.
§2. De plaatselijke ontvanger brengt het college van
burgemeester en schepenen zonder verwijl op de hoogte
van elk tekort dat toe te schrijven is aan diefstal of
verlies. Er wordt zonder verwijl overgegaan tot
verificatie van de kas, overeenkomstig §1, teneinde het
bedrag van het tekort vast te stellen. Aan het
proces-verbaal van verificatie wordt toegevoegd een
toelichting op de omstandigheden en de bewarende
maatregelen die de ontvanger heeft genomen.
§3. Wijst verificatie uit dat er een kastekort is, onder
meer als gevolg van het afwijzen van bepaalde uitgaven
op definitief afgesloten rekeningen, dan verzoekt het
college van burgemeester en schepenen de ontvanger, bij
een ter post aangetekende brief, een gelijkwaardig
bedrag in de gemeentekas te storten.
In het in §2 bedoelde geval moet aan dat verzoek een
beslissing van de gemeenteraad voorafgaan waarin wordt
vastgesteld of en in hoeverre de ontvanger voor de
diefstal of het verlies aansprakelijk gesteld moet
worden en waarin het bedrag van het daaruit volgende
tekort wordt bepaald dat hij moet vereffenen; bij het
verzoek om te betalen wordt een afschrift van de
beslissing gevoegd.
§4. Binnen zestig dagen na die kennisgeving kan de
ontvanger beroep instellen bij de bestendige
deputatie.Het beroep schorst de tenuitvoerlegging.
De bestendige deputatie doet als administratief
rechtscollege uitspraak over de aansprakelijkheid van de
ontvanger en bepaalt het bedrag van het tekort dat
dientengevolge te zijnen laste wordt gelegd; de Koning
regelt de procedure met inachtneming van de beginselen
neergelegd in artikel 104bis van de provinciewet.
De ontvanger wordt van elke aansprakelijkheid ontheven
wanneer het tekort ontstaan is door het afwijzen van
uitgaven op definitief afgesloten rekeningen, indien hij
die vereffend heeft overeenkomstig artikel 136, eerste
lid.
Indien het tekort toe te schrijven is aan het definitief
afwijzen van bepaalde uitgaven, kan de ontvanger de
leden van het college van burgemeester en schepenen die
op onregelmatige wijze deze uitgaven gedaan of bevolen
hebben, ter verantwoording roepen teneinde de beslissing
voor hen bindend en tegenstelbaar te laten verklaren; in
dat geval doet de bestendige deputatie ook uitspraak
over de aansprakelijkheid van de ter verantwoording
geroepen personen.
De beslissing van de bestendige deputatie wordt hoe dan
ook eerst ten uitvoer gelegd na het verstrijken van de
termijn bedoeld in artikel 4, derde lid, van het besluit
van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de
rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad
van State; indien de ontvanger op dat ogenblik niet tot
vrijwillige uitvoering is overgegaan, wordt de
beslissing ten uitvoer gelegd op de zekerheid en, voor
het eventueel resterend gedeelte, op de persoonlijke
goederen van de ontvanger, op voorwaarde evenwel dat
tegen de beslissing geen beroep is ingesteld, zoals
bedoeld in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de
Raad van State.
Wanneer de ontvanger geen beroep instelt bij de
bestendige deputatie en bij het verstrijken van de
daartoe vastgestelde termijn niet heeft voldaan aan het
verzoek om te betalen, wordt op dezelfde wijze
overgegaan tot de tenuitvoerlegging bij dwangbevel ] (W.
17.10.1990 - art. 22 - B.S. 14.12.1990)
Art. 132. Het college van burgemeester en schepenen
zorgt voor de bewaring van het archief, van de titels en
van de registers van de burgerlijke stand; het maakt
daarvan, alsmede van charters en andere oude bescheiden
der gemeente, inventarissen op in tweevoud en belet dat
enig stuk verkocht of uit de bewaarplaats weggenomen
wordt.
[ ... ] (Opgeheven K.B. 30.5.1989 - art. 25 - B.S.
31.5.1989)
Hoofdstuk III - Bevoegdheden van de burgemeester
Art. [133.] De burgemeester is belast met de
uitvoering van de wetten, de decreten, de ordonnanties,
de verordeningen en de besluiten van de Staat, de
Gewesten, de Gemeenschappen, de Gemeenschapscommissies,
de provincieraad en de bestendige deputatie van de
provincieraad, tenzij zulks uitdrukkelijk aan het
college van burgemeester en schepenen of aan de
gemeenteraad is opgedragen. (W. 27.5.1989 - art. 2 § 3 -
B.S. 30.5.1989)
Hij is in het bijzonder belast met de uitvoering van de
politiewetten, politiedecreten, de politieordonnanties,
de politieverordeningen en de politiebesluiten. Hij kan
echter onder zijn verantwoordelijkheid zijn bevoegdheid
geheel of ten dele overdragen aan een van de schepenen.
(K.B. 30.5.1989 - art. 26 - B.S. 31.5.1989)
[...] (Opgeheven W. 15.7.1992 - art. 12 - B.S.
22.12.1992)
[Onverminderd de bevoegdheden van de Minister van
Binnenlandse Zaken, van de gouverneur en van de bevoegde
gemeentelijke instellingen, is de burgemeester de
verantwoordelijke overheid inzake de bestuurlijke
politie op het grondgebied van de gemeente.] (W.
3.4.1997 - art. 2 - B.S. 6.6.1997)
[Art. 133bis. Zonder op enige wijze afbreuk te kunnen
doen aan de aan de burgemeester toegekende bevoegdheden,
heeft de gemeenteraad het recht geïnformeerd te worden
door de burgemeester over de wijze waarop deze de
bevoegdheden uitoefent die hem zijn verleend krachtens
artikel 133, tweede en derde lid en de artikelen 42, 43
en 45 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van
een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee
niveaus. In de ééngemeentezone wordt dit recht
uitgebreid tot de bevoegdheden die aan de burgemeester
zijn verleend krachtens artikel 45 van de wet van 7
december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde
politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.] (W.
3.4.1997 - art. 3, 1° - B.S. 6.6.1997) (W. 15.7.1992 -
art. 1 - B.S. 22.12.1992) (W. 7.12.1998 - art. 202 -
B.S. 5.1.1999)
[....] (Opgeheven W. 7.12.1998 - art. 202 - B.S.
5.1.1999)
Art. [134.] §1. In geval van oproer, kwaadwillige
samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of
andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste
uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de
inwoners, kan de burgemeester politieverordeningen
maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de
gemeenteraad kennis te geven [...], met opgave van de
redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad
te moeten wenden [...] Die verordeningen vervallen
dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende
vergadering niet worden bekrachtigd. (W. 27.5.1989 -
art. 2 § 3 - B.S. 30.5.1989)
[§2. Voor de gemeenten van het Duitse taalgebied, de
gemeenten genoemd in artikel 7 van de wetten op het
gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op
18 juli 1966, en de gemeenten Komen-Waasten en Voeren
geeft de burgemeester de provinciegouverneur
onmiddellijk kennis van de in §1 bedoelde verordeningen,
met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich
niet tot de raad te moeten wenden. De gouverneur kan de
uitvoering ervan schorsen.] (K.B. 30.5.1989 - art. 27 -
B.S. 31.5.1989)
[Art. 134bis. Op gemotiveerd verzoek van de
voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn
beschikt de burgemeester, vanaf de aanmaning van de
eigenaar, over het recht om elk gebouw, dat sedert meer
dan zes maanden verlaten is, op te eisen ten einde het
ter beschikking te stellen van dakloze personen. Het
opeisingsrecht kan slechts uitgeoefend worden binnen een
termijn van 6 maand te rekenen vanaf de dag waarop de
burgemeester de eigenaar op de hoogte heeft gesteld, en
mits een billijke vergoeding.
De Koning bepaalt, bij in Ministerraad overlegd besluit,
de grenzen, de voorwaarden en de modaliteiten, volgens
dewelke het opeisingsrecht kan uitgeoefend worden. Dit
besluit bepaalt ook de procedure, de gebruiksduur, de
modaliteiten inzake het op de hoogte stellen van de
eigenaar en de mogelijkheden van laatstgenoemde tot
verzet tegen de opeising, alsook de berekeningswijzen
inzake de vergoedingen.] W. 12.1.1993 - art. 27 - B.S.
4.2.1993)
Art. 134ter. Behoudens wanneer de bevoegdheid om in
geval van hoogdringendheid een voorlopige sluiting van
een instelling of de tijdelijke schorsing van een
vergunning uit te spreken door een bijzondere
regelgeving is toevertrouwd aan een andere overheid, kan
de burgemeester wanneer elke verdere vertraging een
ernstig nadeel zou kunnen berokkenen, die maatregelen
nemen wanneer de voorwaarden van de uitbating van de
instelling of van de vergunning niet worden nageleefd en
nadat de overtreder de mogelijkheid werd geboden zijn
verweermiddelen naar voren te brengen.
Die maatregelen vervallen dadelijk indien zij door het
college van burgemeester en schepenen in de
eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.
Zowel de sluiting als de schorsing kunnen een termijn
van drie maanden niet overschrijden. Na verloop van deze
termijn wordt de beslissing van de burgemeester van
rechtswege geheven.] (W. 13.5.1999 - art. 5 - B.S.
10.6.1999)
[Art. 134quater. Indien de openbare orde rond een
voor het publiek toegankelijke inrichting wordt
verstoord door gedragingen in die inrichting, kan de
burgemeester besluiten deze te sluiten, voor de duur die
hij bepaalt.
Die maatregelen zullen onmiddellijk ophouden uitwerking
te hebben indien ze niet tijdens de eerstvolgende
vergadering van het college van burgemeester en
schepenen worden bevestigd.
De sluiting mag een termijn van drie maanden niet
overschrijden. De beslissing van de burgemeester wordt
opgeheven bij het verstrijken van die termijn.] (W.
13.5.1999 - art. 6 - B.S. 10.6.1999)
Hoofdstuk IV - Bevoegdheden van de gemeenten in 't
algemeen
Art. 135. [ § 1. Tot de bevoegdheden van de gemeenten
behoren inzonderheid: het beheer van de goederen en
inkomsten van de gemeente; de vaststelling en de
verrichting van de plaatselijke uitgaven die met de
gelden van de gemeente dienen te worden betaald; het
ontwerpen en het doen uitvoeren van de openbare werken
die ten laste van de gemeente vallen; het beheer van de
inrichtingen die aan de gemeente toebehoren, die op haar
kosten worden onderhouden of die in het bijzonder
bestemd zijn voor het gebruik van haar inwoners.
§ 2. De gemeenten hebben ook tot taak het voorzien, ten
behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name
over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en
de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare
gebouwen.
Meer bepaald, en voor zover de aangelegenheid niet
buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden,
worden de volgende zaken van politie aan de waakzaamheid
en het gezag van de gemeenten toevertrouwd:
1° alles wat verband houdt met een veilig en vlot
verkeer op openbare wegen, straten, kaden en pleinen,
hetgeen omvat de reiniging, de verlichting, de opruiming
van hindernissen, het slopen of herstellen van
bouwvallige gebouwen, het verbod om aan ramen of andere
delen van gebouwen enig voorwerp te plaatsen dat door
zijn val schade kan berokkenen, of om wat dan ook te
werpen dat voorbijgangers verwondingen of schade kan
toebrengen of dat schadelijke uitwasemingen kan
veroorzaken; voor zover de politie over het wegverkeer
betrekking heeft op blijvende of periodieke toestanden,
valt zij niet onder de toepassing van dit artikel;
2° het tegengaan van inbreuken op de openbare rust,
zoals vechtpartijen en twisten met volksoploop op
straat, tumult verwekt in plaatsen van openbare
vergadering, nachtgerucht en nachtelijke samenscholingen
die de rust van de inwoners verstoren;
3° het handhaven van de orde op plaatsen waar veel
mensen samenkomen, zoals op jaarmarkten en markten, bij
openbare vermakelijkheden en plechtigheden, vertoningen
en spelen, in drankgelegenheden, kerken en andere
openbare plaatsen;
4° het toezicht op een juiste toemeting bij het slijten
van waren (waarvoor meeteenheden of meetwerktuigen
gebruikt worden) en op de hygiëne van openbaar te koop
gestelde eetwaren;
5° het nemen van passende maatregelen om rampen en
plagen, zoals brand, epidemieën en epizoötieën te
voorkomen en het verstrekken van de nodige hulp om ze te
doen ophouden;
6° het verhelpen van hinderlijke voorvallen waartoe
rondzwervende kwaadaardige of woeste dieren aanleiding
kunnen geven. ] (W. 27.5.1989 - art. 2 - B.S. 30.5.1989)
[7° het nemen van de nodige maatregelen, inclusief
politieverordeningen, voor het tegengaan van alle vormen
van openbare overlast ] (W. 13.5.1999 - art. 7 - B.S.
10.6.1999)
(...)
De volledige gemeentewet vindt op de website van de
Vlaamse Gemeenschap - Administratie Binnenlandse
Aangelegenheden :
http://binnenland.vlaanderen.be/juridisch/wetgeving/Gemeentewet/gemeentewet_inhoud.htm
|