|










|

|
PERSMEDEDELING ivm
Raad van State
Beroep bij de Raad van State tegen
concentratiereglement
De Stad Antwerpen heeft op 19 juni 2000 bij hoogdringendheid
beslist tot het invoeren van een gedoogzone voor
raamprostitutieactiviteiten welke beperkt wordt tot drie straten.
Deze beslissing werd genomen zonder reëel overleg met de
rechtstreeks betrokkenen, zijnde de raamprostituees, de bewoners, de
klanten, en de eigenaars van de raamprostitutiepanden van het
Antwerpse Schipperskwartier en de klanten van de prostituees.
Tegen de beslissing tot het invoeren van een formele gedoogzone
werd door vijf eigenaars, drie prostituees, twee bewoners en een
klant beroep aangetekend bij de Raad van State.
Het betreft zowel een schorsingsberoep als een beroep tot
nietigverklaring. Bijgaand treft u een kopie aan van het
verzoekschrift tot schorsing. Hieruit blijkt dat er zeer ernstige
middelen werden opgeworpen tegen het bestreden
concentratiereglement.
De verzoekers hebben goede hoop dat hun vorderingen ingewilligd
zullen worden.
Evenwel reiken zij nog steeds de hand aan de Stad Antwerpen en
hopen zij op een onderhandelde, eerder dan op een gerechtelijke
oplossing.
Aan de Eerste Voorzitter, de Kamervoorzitters en Staatsraden die
de Raad van State van België samenstellen
VERZOEKSCHRIFT TOT
NIETVERKLARING
Aan de Eerste Voorzitter, de Kamervoorzitters en Staatsraden die
de Raad van State van België samenstellen
AANGETEKEND MET ONTVANGSTMELDING
Geachte Dames en Heren,
Ondergetekende heeft de eer om, overeenkomstig artikel 14 van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State, een vordering tot
nietigverklaring in te dienen.
Datum: Kortrijk, 21 maart 2001
Verzoekende partijen:
 | 5 eigenaars, hebbende als raadsman: Mr. Dirk
VAN HEUVEN, advocaat met kantoor te 8500 Kortrijk, President
Kennedypark 19c, alwaar door de eerste vijf verzoekende partijen
woonst wordt gekozen; |
 | 2 bewoners hebbende als raadslieden: - Mr.
Dirk VAN HEUVEN, advocaat met kantoor te 8500 KORTRIJK,
President Kennedypark 19c, alwaar door de zesde en zevende
verzoekende partijen woonst wordt gekozen - en Mter. Evelyne DU
MOULIN, advocaat te 2018 ANTWERPEN, Van Eycklei 17, bus 5 |
 | 3 prostituees hebbende als raad Mter. Evelyne
DU MOULIN, advocaat te 2018 ANTWERPEN, Van Eycklei 17 bus 5,
alwaar door de achtste, negende en tiende verzoekende partij
woonst wordt gekozen |
 | 1 klant hebbende als raadsman Mter. Dirk VAN
HEUVEN, advocaat met kantoor te 8500 Kortrijk, President
Kennedypark 19c, alwaar door verzoekende partij woonst wordt
gekozen |
Verwerende partij: De Stad ANTWERPEN, vertegenwoordigd
door het College van Burgemeester en Schepenen, met kantoren in het
Stadhuis te 2000 Antwerpen, Grote Markt
Bestreden beslissing: Het besluit van de gemeenteraad van
de Stad Antwerpen dd.19 juni 2000 waarbij "bij hoogdringendheid"
wordt besloten tot aanvulling van hoofdstuk IV van de code van de
gemeentelijke politiereglementen (jaarnummer 1323), besluit bekend
gemaakt middels aanplakking op 22 januari 2001.
Voor: DE RAAD VAN STATE
Inventaris van de stukken (lijst met voorgelegde stukken)
I. FEITEN EN VOORGAANDEN
1. Verzoekende partijen zijn allen woonachtig, werkzaam of
eigenaar van een pand in het zogenaamde Schipperskwartier van de
stad Antwerpen. Het betreft een zeventiental straten met een
zichtbare prostitutieactiviteit, waarvan de voornaamste zijn: de
Vingerlingstraat, de Verversrui, de Schippersstraat, de
Oudemansstraat, Leguit, de Kommekesstraat, de Keistraat,
Sint-Paulusplaats, de Sint-Paulusstraat, de Grote Kraaiwijk en de
Kleine Kraaiwijk, de Gorterstraat, de Korte Schipperskapelstraat en
de Lange Schipperskapelstraat, de Blauwbroekstraat, de
Godefrieduskaai, en Sint-Pietersvliet.
Het is van oudsher dé prostitutiebuurt van de stad in de nabijheid
van de kades aan de Schelde[1].
In al deze straten wordt sedert mensenheugenis aan raamprostitutie
gedaan, en werd door de Stad Antwerpen tot voor kort de facto een
gedoogbeleid gevoerd[2].
2. De vijf eerste verzoekende partijen zijn in voormeld
Schipperskwartier, doch buiten het door het bestreden reglement
ingestelde concentratiegebied, eigenaar van een onroerend goed dat
gemakkelijkheidhalve kan worden bestempeld als een
raamprostitutiepand. Het betreffen de volgende panden, gelegen in de
volgende straten:
3. De zesde en zevende verzoekende partijen wonen reeds vele
jaren binnen het door het bestreden reglement ingestelde
concentratiegebied[3], evenwel zonder banden te vertonen met de
aldaar aanwezige prostitutieactiviteiten.
4. De achtste, negende en tiende verzoekende partijen zijn allen
prostituees die hun beroepsactiviteit thans uitoefenen in panden
gelegen buiten het door het bestreden reglement ingestelde
concentratiegebied.
5. Tiende verzoekende partij is een regelmatige klant van
prostituees, zowel binnen als buiten het concentratiegebied.
6. Recentelijk is de Stad Antwerpen overgegaan tot het instellen
van een formele gedoogzone in amper drie straten van het
Schipperskwartier en dit door toevoeging van een artikel 62.1 en
artikel 62.2 in hoofdstuk IV van de code van de gemeentelijke
politiereglementen van de stad Antwerpen.
Op de zitting van 8 juni 2000 werd door het College van Burgemeester
en Schepenen van de Stad Antwerpen "besloten" hoofdstuk IV van de
code met voormelde twee artikelen aan te vullen en deze aanvulling
aan de gemeenteraad voor te leggen.
Tijdens de openbare zitting van 19 juni 2000[4] heeft de
gemeenteraad dan met het bestreden besluit de aanvulling van de code
zoals voormeld "bij hoogdringendheid" aangenomen:
besluit, met 31 stemmen tegen 20:
enig artikel: hoofdstuk IV van de code van de gemeentelijke
politiereglementen aan te vullen met de volgende artikelen:
artikel 62.1
De verboden bepaald in de artikels 58 tot en met 62 gelden met name
op of aan de openbare wegen en gebieden van het grondgebied van de
stad, uitgenomen het concentratiegebied.
Onder het concentratiegebied wordt verstaan:
Verversrui
Vingerlingstraat
Schippersstraat
artikel 62.2.
Bij de vaststelling van de overtreding van deze verordening kan het
college van burgemeester besluiten tot de administratieve sluiting
van de instelling.
Onder instelling wordt verstaan de lokalen, de private plaatsen, de
huizen of gedeelten van huizen, de kamers of welke constructie ook
waarin de activiteiten genoemd in de artikels 58 t.e.m. 62 plaats
hebben.
De administratieve sluiting kan tijdelijk of definitief zijn, en
eerst worden opgelegd nadat de overtreder voorafgaand een
waarschuwing heeft ontvangen. Deze waarschuwing bevat een uittreksel
van de overtreden artikels van deze verordening.
De administratieve sluiting belet niet, in voorkomend geval, dat een
strafrechtelijke vervolging kan worden ingesteld.
Tegen het besluit van de administratieve sluiting kan de overtreder
een beroepsprocedure bij de Raad van State inleiden.
Zoals gezegd, beoogt het bestreden besluit aldus het instellen
van een "concentratiegebied" voor de (raam)prostitutie in Antwerpen,
waarin slechts de Verversrui, de Vingerlingstraat en de
Schippersstraat worden ingedeeld. Tevens wordt voorzien in de
sanctie van de administratieve sluiting van de raamprostitutiepanden
in geval van overtreding van hoofdstuk IV van de code van de
gemeentelijke politiereglementen van de stad Antwerpen.
7. De bestreden beslissing wordt als volgt gemotiveerd:
" overwegende dat:
1. in het Schipperskwartier de leefkwaliteit de laatste jaren sterk
achteruit is gegaan, wat te maken heeft met de toename en
uitbreiding van de prostitutie en tezelfdertijd een toename van de
woonfunctie;
2. prostitutieactiviteiten, en vooral dan de activiteiten die
daarmee gepaard gaan (niet alleen vormen van overlast:
carrouselrijden, wildplassen, lawaaihinder, intimidatie,
vechtpartijen, etc., maar ook vormen van criminaliteit:
mensenhandel, witwaspraktijken, afpersing, wapengebruik en -handel,
drugsgebruik- en handel, etc.) in conflict komen met de
woonfuncties;
3. er spanningen ontstaan tussen de bewoners en de niet-bewoners;
dat de bewoners zich geïntimideerd en onveilig voelen, maar dat
tevens de reële onveiligheid hand over hand toeneemt;
4. de stad wenst dat in deze wijk de leefkwaliteit en de veiligheid
verbetert; dat het dan ook nodig is om maatregelen te nemen teneinde
alle vormen van openbare overlast tegen te gaan en te komen tot een
optimale beheersing van de openbare orde. De stad heeft daarom
beslist dat de activiteiten van de raamprostituees beperkt blijven
tot enkele straten met een beperkt aantal panden en ramen. Er wordt
met andere woorden in het Schipperskwartier een concentratiegebied
afgebakend, en de uitbreiding naar niet-prostitutiestraten wordt
tegengegaan;
5. deze maatregelen eveneens tot doel hebben de
raamprostitutieactiviteiten in of naar andere stadsdelen tegen te
gaan, om te vermijden dat andere wijken in een gelijkaardige
negatieve leefomgeving evolueren met een hoge graad van
onveiligheid;
6. de maatregelen geen reglementering van de raamprostitutie
beogen, noch het in welke vorm ook regelen van het pooierschap of de
bordelen, maar dat de politieverordening als doel heeft de
individuele activiteit van de prostituee te regelen met het oog op
het vrijwaren van de openbare rust en de openbare zeden, en het
vermijden van alle vormen van openbare overlast;
7. aldus hoofdstuk IV van de code van de gemeentelijke
politiereglementen dient te worden aangepast door de invoeging van
twee nieuwe artikelen; "
Deze motivering is identiek als in het besluit van het
Schepencollege dd. 8 juni 2000.
8. Als (rechts) gronden worden door de bestreden beslissing
aangegeven:
" gelet op:
1. de goedkeuring van het Beleidsplan Prostitutie Antwerpen door het
college in zijn besluit van 18 maart 1999 (BZA21-3975);
2. zijn besluit van 6 april 2000 (jaarnummer 4914) waarbij opdracht
gegeven werd aan verschillende stadsdiensten om de uitvoering van
bepaalde onderdelen van de integrale aanpak raamprostitutie
Schipperskwartier voor te bereiden;
3. de goedkeuring door het college in zijn besluit van 8 juni 2000
(BZ-8447), waarbij goedkeuring werd verleend aan de uitvoering van
bepaalde onderdelen van het beleidsplan prostitutie Antwerpen;
4. artikel 119 en 119 bis, in het bijzonder art. 119 bis § 2, 4°, §4
en § 5, en artikel 135 § 2 7° van de Nieuwe Gemeentewet;
5. de wet van 21 augustus 1948 tot afschaffing van de officiële
reglementering van de prostitutie, in het bijzonder artikel 1 lid 2;
6. de code van de gemeentelijke politiereglementen, hoofdstuk IV;"
9. Eerst zeven maanden nadat de bestreden beslissing werd
genomen, namelijk op 22 januari 2001, werd overgegaan tot
bekendmaking middels aanplakking. De bekendmaking werd als volgt
gemotiveerd:
" De gemeenteraad heeft dit reglement goedgekeurd op 19 juni
2000.
Het bezwaarschrift was tegen dit reglement ingediend op 31 juli 2000
bij de gouverneur van de Provincie Antwerpen.
De gouverneur heeft op 13 december 2000 beslist om niet op te treden
tegen de besluitvorming van de gemeenteraad".
10. Inmiddels wordt uitvoering gegeven aan het bestreden
politiereglement. Ten bewijze hiervan kunnen verzoekende partijen
verwijzen naar de omstandigheid dat is overgegaan tot verschillende
vaststellingen van vermeende overtredingen op het bestreden
politiereglement, terwijl meerdere eigenaars, waaronder derde
verzoekende partij, waarschuwingsbrieven hebben ontvangen met
volgende inhoud:
"Geachte Heer,
"Als eigenaar van het pand [.....], stel ik u in kennis van
artikel 62.1 van de codex van de Stad Antwerpen.
Wij hebben vastgesteld dat U als eigenaar zich nog niet in regel
hebt gesteld met de nieuwe reglementering betreffende de prostitutie
te Antwerpen buiten het concentratiegebied. Hiervoor werd
proces-verbaal opgesteld met nummer [....] de dato [...]. Terzake
wordt U uitgenodigd om op [..............] in voornoemd dossier een
verklaring af te leggen. Gelieve eveneens de nodige eigendomsakten,
statuten en huurovereenkomsten mee te brengen. Indien U op die dag
niet aanwezig kan zijn, gelieve ons dan telefonisch te contacteren
op het nummer 03/201.49.12.
Wij raden U aan om op vrijwillige basis over te gaan tot definitieve
sluiting van het prostitutiepand. Hierbij waarschuwen wij U dat wij
niet zullen nalaten bij verdere overtredingen op artikel 62.1 van de
codex van de Stad Antwerpen aan het college van Burgemeester en
Schepenen te verzoeken over te gaan tot definitieve sluiting van uw
instelling, [...] te 2000 Antwerpen
Bijgevoegd vindt U een uittreksel van de overtreden artikels van
deze wetgeving."
Tegelijk werden heel wat eigenaars en prostituees van panden gelegen
buiten de concentratiezone door de politiediensten van de Stad
Antwerpen geverbaliseerd en ondervraagd (o.m. tweede, achtste en
tiende verzoekende partijen).
II. ONTVANKELIJKHEID
1. Alle verzoekende partijen hebben kennelijk het rechtens
vereiste belang om de bestreden beslissing voor uw Raad aan te
vechten.
Eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, achtste, negende en tiende
verzoekende partijen hebben hun activiteiten buiten het
concentratiegebied en kunnen zodoende niet langer genieten van het
gedoogbeleid dat door de bestreden beslissing drastisch wordt
ingeperkt. Anderzijds kunnen zij het slachtoffer worden van de
sanctie van de administratieve sluiting welke wordt mogelijk gemaakt
door de bestreden beslissing.
De zesde en zevende verzoekende partijen zijn gedomicilieerd binnen
het concentratiegebied. Ingevolge het feit dat het
concentratiegebied buitengewoon beperkt wordt, vrezen zij een sterke
toename van de hinder en dit op basis van een politiereglement dat
tot doel zou moeten hebben om de openbare overlast te verminderen.
Elfde verzoekende partij is een regelmatige klant van de
prostituees. Door de bestreden beslissing worden zijn
keuzemogelijkheden drastisch ingeperkt.
2. Bovendien wordt huidig beroep tijdig ingesteld, zijnde binnen
de 60 dagen na aanplakking van de bestreden beslissing.
III. KENNELIJK GEGRONDE MIDDELEN TOT
NIETIGVERKLARING
A. Eerste middel: schending van de artikelen
87, 87bis en 97, lid 2 van de Nieuwe Gemeentewet.
1. Uit de termen van de bestreden beslissing blijkt dat de
gemeenteraad van de Stad Antwerpen op 19 juni 2000 bij
hoogdringendheid tot de aanvulling van hoofdstuk IV van de code van
de gemeentelijke politiereglementen heeft beslist.
2. Luidens artikel 87 Nieuwe Gemeentewet geschiedt de oproeping
voor de gemeenteraadsvergadering, behalve in spoedeisende gevallen,
schriftelijk en aan huis, ten minste zeven vrije dagen vooraf en met
vermelding van de agenda. De agendapunten dienen voldoende duidelijk
omschreven te zijn.
Volgens artikel 97, lid 1 en 2, van dezelfde wet mag een punt dat
niet op de agenda voorkomt alleen in spoedeisende gevallen,
wanneer het geringste uitstel gevaar zou kunnen opleveren, in
bespreking worden gebracht voor zover ten minste twee derde van de
aanwezige leden daartoe formeel beslissen.
Overeenkomstig artikel 87bis Nieuwe Gemeentewet moeten de plaats, de
dag, het tijdstip en de agenda van de vergaderingen van de
gemeenteraad door middel van aanplakking aan het gemeentehuis ter
kennis worden gebracht van het publiek. Deze aanplakking moet
uiterlijk gebeuren op de laatste dag die ook voor de oproeping van
de raadsleden van de gemeenteraadsvergaderingen is bepaald, d.w.z.
in principe tenminste zeven vrije dagen vóór de dag van de
gemeenteraadszitting, tenzij de gemeenteraad bij hoogdringendheid
wordt bijeengeroepen.
3. Het blijkt dat het voorstel tot wijziging van de gemeentelijke
politiecode middels het bestreden besluit niet op de
voorafgaandelijke "schriftelijke oproeping aan huis" vermeld stond
(zie Kaft I, stuk 4). Tevens is omwille van de hoogdringendheid
voormeld voorstel tot wijziging niet publiekelijk middels
aanplakking, bij toepassing van artikel 87bis N. Gem. W., aan de
bevolking van Antwerpen bekendgemaakt geworden.
Enkel wanneer artikel 97, lid 2 N. Gem. W. in casu is gerespecteerd
geworden, met name dat het betreffende voorstel tot wijziging bij
spoedeisendheid is behandeld geworden, nadat daartoe door tenminste
twee derde van de aanwezige gemeenteraadsleden is beslist geworden,
kan de bestreden beslissing vooralsnog formeel als geldig worden
beschouwd.
4. Deze tweederde meerderheid blijkt niet uit de bestreden
beslissing zelf en staat haaks op de vaststelling dat de bestreden
beslissing in de gemeenteraad van 19 juni 2000 "slechts" met 31
stemmen tegen 20 [5] werd aangenomen. Een tweederde meerderheid der
stemmen vereist op zijn minstens 37 stemmen...
Een vernietiging van de bestreden beslissing wegens schending van
artikel 97, lid 2 van de Nieuwe Gemeentewet dringt zich aldus op.
5. Uiteraard hebben verzoekende partijen belang bij dit middel.
Bij lezing van de stukken valt immers op dat de gemeenteraadsleden
ongedocumenteerd en onvoorbereid de debatten aangaande de bestreden
beslissing hebben moeten voeren.
Zulks werd tijdens de zitting van 19 juni 2000 terecht aangeklaagd
door meerdere gemeenteraadsleden die zich bekloegen over het
misbruik van de procedure bij hoogdringendheid (zie o.m. de
gemeenteraadsleden Pauwels[6], Verreyken[7].)
Hadden de gemeenteraadslieden voldoende tijd uitgetrokken voor de
bespreking van dit belangrijke thema en/of tijdig kennisgeving van
de documentatie aangaande de bestreden beslissing ontvangen, dan had
verwerende partij misschien een andere beslissing genomen die minder
nadelig is voor verzoekende partijen of minstens de bespreking ervan
verdaagd.
6. Het eerste middel is ernstig en gegrond.
B. Tweede middel: schending van artikel 97, lid
1 van de Nieuwe Gemeentewet; schending van het algemeen
rechtsbeginsel dat aan elke overheid oplegt haar beslissingen
formeel en materieel te motiveren
1. Zoals reeds in het eerste middel aangehaald, is de bestreden
beslissing "bij hoogdringendheid" door de Antwerpse
gemeenteraad op de zitting van 19 juni 2000 aangenomen geworden.
Overeenkomstig artikel 97, lid 1 van de Nieuwe Gemeentewet, kan een
punt dat niet op de agenda voorkomt, niet ter bespreking worden
gebracht, tenzij in spoedeisende gevallen wanneer het geringste
uitstel gevaar zou kunnen opleveren.
2. Het is treffend te noemen dat noch de bestreden beslissing
zelf, noch de aanhef van de beslissing (motivering) met één woord
over de beweerde spoedeisendheid reppen.
Verzoekende partijen hebben er dan ook het raden naar in welk
opzicht de aanvulling van hoofdstuk IV van de code van de
gemeentelijke politiereglementen in hoofde van de Antwerpse
gemeenteraad bij het geringste uitstel gevaar voor de stad zou
hebben kunnen opleveren, hetgeen een evident motiveringsgebrek
uitmaakt.
3. In dit verband benadrukken verzoekende partijen dat:
- de bespreking van het beleidsplan prostitutie reeds in 1997 binnen
de twee maanden werd aangekondigd (zie de vraag van gemeenteraadslid
Dewinter tijdens de openbare zitting van de gemeenteraad van de stad
Antwerpen dd. 2 juni 1997).
- het (definitieve) "Beleidsplan Prostitutie Antwerpen" dateert van
juni 1999.
- de tijdspanne, die is verlopen tussen het aannemen van de
bestreden beslissing en de tenuitvoerlegging ervan, staat op zich
volledig haaks op de beweerde hoogdringendheid.
Zoals gezegd is de bestreden beslissing op de gemeenteraadszitting
van 19 juni 2000 aangenomen geworden en middels aanplakking op 22
januari 2001 bekendgemaakt geworden, hetzij 217 dagen na het nemen
van de beslissing.
Nochtans was op het ogenblik van de aanplakking de termijn binnen
dewelke het gewoon administratief toezicht kon worden uitgeoefend,
reeds meer dan vier maanden verstreken. Met name diende de
gouverneur vóór 10 september 2000 zijn toezichthoudende bevoegdheid
uit te oefenen indien enkel de lijst der aangenomen besluiten is
medegedeeld geworden, minstens diende dit te gebeuren vóór 30
september 2000 indien de bestreden beslissing door de Stad Antwerpen
individueel aan het provinciebestuur met het oog op de uitoefening
van voormeld toezicht is overgemaakt geworden.
Trouwens belet de mogelijkheid tot uitoefening van een gewoon
administratief toezicht in niets de uitvoerbaarheid van een
gemeenteraadsbesluit, hetgeen mag verwacht worden van een
reglement dat "bij hoogdringendheid" werd behandeld.
Het feit op zich dat de Stad Antwerpen dan nog tot en met 22 januari
2001 heeft gewacht om de bestreden beslissing aan te plakken, om
vervolgens aan deze na vijf daaropvolgende dagen uitvoerbaarheid te
geven, doet zodoende flagrant afbreuk aan de initiële houding van de
verwerende partij als zou het instellen van een vernauwd
concentratiegebied met betrekking tot de raamprostitutie een
spoedeisend karakter vertonen waaromtrent het geringste uitstel een
gevaar voor de Stad Antwerpen zou opleveren.
Het is duidelijk dat dergelijke afwikkeling van de bestreden
beslissing, waarbij initieel de hoogdringendheid werd ingeroepen met
de bedoeling aldus een aantal dwingende voorschriften uit de Nieuwe
Gemeentewet aangaande de bekendmaking van de voorstellen met
betrekking tot de regeling van de raamprostitutie te ontlopen[8], en
waardoor onder meer verzoekende partijen niet de mogelijkheid hadden
om van deze voorstellen op de geëigende wijze kennis te nemen,
volledig botst met de inhoud en de geest van artikel 97, lid 1 van
de Nieuwe Gemeentewet.
Minstens dient te worden vastgesteld dat de verwerende partij heeft
nagelaten de ingeroepen "hoogdringendheid" te motiveren en, gezien
het tijdsverloop tussen het aannemen en het van kracht worden van de
bestreden beslissing, niet bij machte moet worden geacht daaraan een
aanneembare motivering te verlenen.
4. Uiteraard hebben verzoekende partijen belang bij dit middel.
Er zij verwezen naar hetgeen hieromtrent werd uiteengezet bij het
eerste middel.
5. Het tweede middel is ernstig en gegrond.
C. Derde middel: schending van algemeen
rechtsbeginsel dat aan elke overheid oplegt haar beslissingen
formeel en materieel te motiveren.
Het valt op dat de bestreden beslissing, niettegenstaande de
enorme economische en menselijke impact, zeer weinig gemotiveerd is.
Nochtans is de motiveringsplicht des te groter bij een ruime
discretionaire bevoegdheid van de gemeentelijke overheid[9].
§1. Eerste onderdeel
1. In de bestreden beslissing worden volgende motieven ter
aanvulling van hoofdstuk IV van de code van de gemeentelijke
politiereglementen met de twee bewuste artikelen aangegeven:
 | er is "de
laatste jaren" een toename en uitbreiding van de prostitutie in
het Schipperskwartier; |
 | er is
tezelfdertijd een toename van de woonfunctie;
|
 |
prostitutieactiviteiten gaan gepaard met vormen van overlast,
meer in het bijzonder carrouselrijden, wildplassen,
lawaaihinder, intimidatie, vechtpartijen en etc.;
|
 |
prostitutieactiviteiten gaan gepaard met vormen van
criminaliteit: mensenhandel, witwaspraktijken, afpersing,
wapengebruik en -handel, drugsgebruik- en handel, etc. ;
|
 | daardoor is
de leefkwaliteit van het Schipperskwartier de laatste jaren
sterk achteruit gegaan en zijn er spanningen ontstaan tussen de
bewoners en de niet-bewoners waarbij de bewoners zich
geïntimideerd en onveilig zouden voelen;
|
 | de reële onveiligheid zou "hand over hand"
toenemen; |
2. Het blijkt dat alle, minstens de meeste van deze motieven de
toets met de werkelijkheid niet kunnen doorstaan. Verzoekende
partijen overlopen de diverse aangebrachte motieven, die ieder op
zich determinerend lijken te zijn ter verantwoording van de naar
impact uitermate drastische bestreden beslissing.
2.1. Toename van de prostitutie?
Verzoekende partijen leggen een aantal plannen voor met betrekking
tot de historische ontwikkeling van de (raam)prostitutie in het
Schipperskwartier. Uw Raad zal hieruit kunnen afleiden dat de
(raam)prostitutie niet is toegenomen, noch uitbreiding heeft genomen
over straten.
Ook in het fameuze Verslag Seinpost van juni 1999 (Beleidsplan
Prostitutie Antwerpen) wordt in zoveel woorden toegegeven dat het
aantal raamprostitutiepanden in het Schipperskwartier de laatste
jaren niet toegenomen is.[10]
2.2. Toename van de woonfunctie?
Verwerende partij betoogt dat de woonfunctie in het
Schipperskwartier "de laatste jaren" is toegenomen.
Verzoekende partijen leggen cijfermateriaal voor, afkomstig van
officiële instanties, waaruit blijkt dat het bevolkingscijfer van
het Schipperskwartier (wijk I) de laatste decennia niet is
toegenomen, maar integendeel is afgenomen (bijvoorbeeld in de
periode 1983 - 1997 met 6,92 %).
2.3. Toename van de criminaliteit?
Verwerende partij betoogt dat de reële onveiligheid er "hand over
hand" toeneemt, terwijl uit officiële cijfers blijkt dat de
criminaliteit in het Schipperskwartier alvast de laatste jaren niet
meer in negatieve zin is toegenomen (1998: 561 geregistreerde
misdrijven; 1999: 531).
Verder moeten verzoekende partijen betwisten dat de misdrijven
waarvan sprake in de bestreden beslissing automatisch in relatie
zouden staan met de raamprostitutieactiviteiten op zich, of ten node
gepaard gaan met de raamprostitutie. In deze maken verzoekende
partijen volgende bedenkingen:
 | Verzoekende partijen zijn van oordeel dat het
beperken van de zichtbare prostitutie in een concentratiegebied,
dat geenszins groot genoeg is om de bestaande zichtbare
prostitutie te kunnen huisvesten en zodoende zal leiden tot een
toename van de verdoken prostitutie, van aard is om de
problematiek van de mensenhandel mogelijks te vergroten en niet
om deze te beperken; |
 | De problemen van witwaspraktijken, afpersing,
wapengebruik en- handel, drugsgebruik - en handel staan niet,
minstens niet noodzakelijk in relatie tot de raamprostitutie. De
klanten van de prostituees komen in het Schipperskwartier
normaliter uitsluitend omwille van de prostitutieactiviteiten en
beperken - begrijpelijkerwijze - hun aanwezigheid tot het
minimum; |
 | Verzoekende partijen betwisten niet dat
sommigen in het prostitutiemilieu, en dit geldt - in het
bijzonder voor het Oost-Europese en Albanese milieu - zich
inlaten met criminele activiteiten, doch uit niets blijkt dat
een einde zou komen aan deze criminele activiteiten, of dat deze
criminele activiteiten zouden worden beperkt, bij het instellen
van een kleinere gedoogzone. Integendeel mag men veronderstellen
dat, bij het wegvallen van de zichtbare en vrijwillige
prostitutie die an sich legaal is, er een toename zal zijn van
de criminaliteit en dit ingevolge de vrijgekomen tijd en de
beperking van de financiële inkomsten uit de prostitutie.
Bovendien is het voor verzoekende partijen onbegrijpelijk dat
men het concentratiegebied precies beperkt tot die straten die
nu reeds (quasi) integraal gedomineerd worden door het Albanese
en Oost-Europese milieu dat het meest in relatie gebracht wordt
met de algemene vormen van criminaliteit, maar ook met de
verfoeilijke mensenhandel [11]. |
2.4. Grote spanningen tussen bewoners en niet-bewoners?
Verzoekende partijen, waaronder zesde en zevende verzoekende partij,
hebben geen kennis van een toegenomen spanning met de bewoners.
Integendeel zijn deze bewoners gewoon aan de
raamprostitutieactiviteiten en de meeste van deze bewoners hebben er
geen bezwaar tegen.[12] Verzoekende partijen kunnen zich wel
voorstellen dat sommige omwonenden problemen hebben met de
verkeersproblematiek of nog met de klanten van de diverse café's en
discotheken (o.m. de welbekende discotheek "Café d'Anvers" in de
Verversrui) die veel meer dan de klanten van de prostituees aan de
oorzaak liggen van het wildplassen, lawaaihinder, intimidatie,
vechtpartijen, etc., doch deze overlast kan onmogelijk exclusief
gerelateerd worden tot de raamprostitutie en leiden tot een
draconische en disproportionele concentratieregeling als in de
bestreden beslissing.
Bovendien ziet men niet meteen in, noch wordt er in de bestreden
beslissing aangetoond, op welke wijze de concentratie van de
(raam)prostitutie zal leiden tot een vermindering van de genoemde
vormen van overlast. Het probleem van het carrouselrijden zal niet
veranderen (de clienten zullen blijven komen) en ook de andere
overlast, in de mate zij al in relatie kan gebracht worden met de
prostitutieactiviteiten, quod non, zal in principe onveranderd
blijven. Integendeel, zoals hoger uiteengezet, zal de buurt veel
meer dan nu het geval is geconfronteerd worden met een verdoken
prostitutie, welke onmogelijk sociaal en politioneel zal
gecontroleerd worden, en welke zodoende zal aanleiding geven tot een
grotere - in plaats van een mindere - overlast voor de
buurtbewoners[13].
4. De bestreden beslissing is naar recht niet afdoende
gemotiveerd, minstens zijn er geen draagkrachtige motieven
voorhanden om de bestreden beslissing te schragen. Het eerste
onderdeel van dit middel is ernstig en gegrond.
§ 2. Tweede onderdeel
1. In het concept "Prostitutie Beleidsplan Antwerpen" van het
adviesbureau Seinpost (januari 1999) en - weze het wat verdoken in
de bijlagen - in het "Beleidsplan Prostitutie Antwerpen" (juni 1999)
, eveneens van Seinpost, werden zeven "concentratie-modellen"
voorgesteld, w.o. het uiteindelijk weerhouden V-model. Evenwel wordt
in de bestreden beslissing niet de minste verantwoording gegeven
voor de uiteindelijke keuze voor het V-model, hetgeen een grove
schending uitmaakt van de motiveringsplicht.
2. Men stelt de vraag of alle gemeenteraadsleden zelfs maar
kennis hadden van de door Seinpost aangeboden alternatieven! Tijdens
de gemeenteraadszitting van 19 juni 2000 bekloegen meerdere
gemeenteraadsleden zich én over het gebrek aan toelichting tijdens
de voorafgaande themacommissie[14] én over de afwezigheid van
toereikende documentatie voor alle gemeenteraadsleden[15] én over
het gebrek aan voldoende bedenktijd voor een belangrijke
aangelegenheid als deze.[16]
Opmerkelijk in dit verband is dat verschillende
gemeenteraadsleden, tijdens en na de gemeenteraadszitting van 19
juni 2000 niet eens wisten dat de bestreden beslissing ter stemming
voorlag:
 | Mevrouw Pecher:
"Vandaar dat ik mij ook niet kan verzoenen met deze
eerste stap om een aantal straten verkeersvrij te maken, niet
omdat het een slecht voorstel is maar wel een eerste stap
en ik niet verplicht wil worden om logischerwijze de tweede
stap[17] te zetten" (woordelijk verslag van de
gemeenteraadszitting dd. 19 juni 2000); |
 | Mevrouw Pauwels: "Toen deze aspecten
werden aangeklaagd in de themacommissie, werd geantwoord dat de
tippelzone én de concentratie tot die drie straten niet aan
de agenda van de gemeenteraad zouden worden gebracht,
vermits de voorbereidingen nog niet waren beëindigd"
(woordelijk verslag van de gemeenteraadszitting dd. 19 juni
2000); |
 | De heer Verreycken:
"Toen (tijdens de themacommissie) werd mij geantwoord
dat een en ander[18] gedurende een bepaalde periode zou worden
uitgesteld". (woordelijk verslag van de gemeenteraadszitting
dd. 19 juni 2000); |
 | Mevrouw Smit, nà de gemeenteraadszitting van
19 juni 2000 : "Vraag:
Ondanks de kritieken werd het plan maandagavond toch
goedgekeurd. Antwoord: Dat was slechts het eerste deel dat
vooral het autovrijmaken van het Schipperskwartier regelt.
De burgemeester heeft beloofd om overleg te organiseren met alle
betrokkenen en wil een eventuele uitbreiding van het parcours
verder onderzoeken". (De Morgen
"Prostitutie is nodig in een stad als Antwerpen", 21 juni 2000)
|
3. Ook het tweede onderdeel is ernstig en gegrond.
§3. Derde onderdeel
1. Tijdens de bespreking in de gemeenteraad en in het aan de
bestreden beslissing "onderliggende" Beleidsplan Prostitutie
Antwerpen (Verslag Seinpost) van juni 1999" wordt herhaaldelijk
benadrukt dat 200 ramen (werkplaatsen) voldoende zijn voor de stad
Antwerpen (zie bijvoorbeeld pag. 38 en pag. 46 van het verslag
Seinpost)[19]. Seinpost schrijft hieromtrent:
"Het maximum aantal ramen binnen de concentratie, zal in ieder
geval niet dienen te leiden tot een te grote druk op de ramen,
waardoor bijvoorbeeld de prijzen onnodig stijgen of waardoor er
elders nieuwe - vormen van - prostitutie de kop opsteken.
Een compromis derhalve: niet te veel, om daarmee te voorkomen dat
het gebied te groot wordt (en dus oneinig veel prostituees
aantrekt), en ook weer niet te weinig om daarmee een te grote druk
op de ramen te voorkomen". (pag. 37).
2. Welnu, in het nieuwe concentratiegebied zijn er op dit
ogenblik 128 ramen (werkplaatsen) voorhanden. Ingevolge het
concentratiereglement moeten de vitrines een minimale gevelbreedte
van 1,20 meter hebben, waardoor meteen de helft van het aantal ramen
binnen de nieuwe concentratiezone worden geliquideerd.
Noch in het verslag Seinpost, noch in de bestreden beslissing, noch
in eender welk onderliggend stuk aan de bestreden beslissing blijkt
dat de drie concentratiestraten 200 vitrines met de nieuwe
afmetingen kunnen herbergen, quod non.
3. Daardoor is de bestreden beslissing uiteraard door een interne
contradictie aangetast en wel in het bijzonder doordat er ten node
uit blijkt dat het concentratiereglement, ook volgens de eigen
streefnormen, te klein is.
4. Ook het derde onderdeel van het derde middel is ernstig en
gegrond.
D. Vierde middel: Bevoegdheidsoverschrijding; schending van
artikel 121 en van artikel 135 § 2, 7° van de Nieuwe Gemeentewet;
schending van het algemeen rechtsbeginsel dat iedere bestuurlijke
handeling formeel en materieel moet worden gemotiveerd
§ 1. Eerste onderdeel
1. In het definitieve Beleidsplan Prostitutie Antwerpen (Verslag
Seinpost, juni 1999, pag. 28) is te lezen:
"Belangrijk is hierbij dat gemeenten ervoor dienen te waken dat
zij geen allesomvattende regeling van de prostitutie maken. Wel
mogen zij een verordening opstellen die erop gericht is de overlast
van de prostitutie in al haar wijken, straten en buurten, actief aan
te pakken; maar zij mogen dit niet doen in een daartoe door de
gemeente aan te wijzen concentratiegebied."
2. Verwerende partij heeft het advies van haar consultant niet
gevolgd en door de bestreden beslissing toch een formele gedoogzone
geregeld.
3. Door dit te doen, niettegenstaande de federale regeling inzake
prostitutie, en dan nog buiten het kader van artikel 121 van de
nieuwe gemeentewet (zie het tweede onderdeel van dit middel), heeft
verwerende partij haar bevoegdheid overschreden.
§ 2. Tweede onderdeel
1. Artikel 121 van de Nieuwe Gemeentewet luidt als volgt:
"Door de gemeenteraden kunnen verordeningen tot aanvulling van de
wet van 29 augustus 1948 tot afschaffing van de officiële
reglementering van de prostitutie worden vastgesteld, indien zij tot
doel hebben de openbare zedelijkheid en de openbare rust te
verzekeren.
De door die verordening bepaalde misdrijven worden met
politiestraffen gestraft".
2. Artikel 135 § 2, 7° van de Nieuwe Gemeentewet stelt:
" §2. De gemeenten hebben ook tot taak het voorzien, ten behoeve
van de inwoners, in een goede politie, met name over de
zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare
wegen en plaatsen en in openbare gebouwen.
Meer bepaald en voor zover de aangelegenheid niet buiten de
bevoegdheid van de gemeenten is gehouden, worden de volgende zaken
van politie aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeente
toevertrouwd:
7° het nemen van de nodige maatregelen, inclusief
politieverordening, voor het tegengaan van alle vormen van openbare
overlast ".
3. Het valt op dat de bestreden beslissing uitdrukkelijk gesteund
is op artikel 135, §2, 7° van de Nieuwe Gemeentewet en niet op
artikel 121 van dezelfde wet. Meer nog, in de motivering is te
lezen dat:
"de maatregelen geen reglementering van de raamprostitutie
beogen, noch het in welke vorm ook regelen van het pooierschap of de
bordelen, maar dat de politieverordening als doel heeft de
individuele activiteit van de prostituee te regelen met het oog op
het vrijwaren van de openbare rust en de openbare zeden, en het
vermijden van alle vormen van openbare overlast".
4. Verzoekende partijen zijn integendeel de mening toegedaan dat
de bestreden beslissing in werkelijkheid wel degelijk de
reglementering van de raamprostitutie beoogt en zodoende ten
onrechte wordt gesteund op artikel 135, § 2, 7° Nieuwe
Gemeentewet.
Dit geldt des te meer doordat de bij de bestreden beslissing
toegevoegde artikelen 62.1 en 62.2 uitdrukkelijk aansluiten
bij de artikelen 58 tot en met 62, welke oorspronkelijk met de
gemeenteraadsbeslissing van 5 juli 1982 zijn ingesteld geworden op
grond van artikel 1, al. 2 van de wet van 21 augustus 1948 tot de
afschaffing van de officiële reglementering van de prostitutie, en
zodoende noodzakelijkerwijze eveneens toepassing inhouden van het
huidige artikel 121 Nieuwe gemeentewet.
5. Ook Seinpost stelde als rechtsgrond van de gemeentelijke
verordening artikel 121 Nieuwe Gemeentewet, en enkel artikel 121
voor[20]. Opnieuw heeft verwerende partij haar consultant
verkeerdelijk niet gevolgd.
6. Het tweede onderdeel van het vierde middel is ernstig en
gegrond.
§ 3. Derde onderdeel
1.Het is vaste rechtspraak van Uw Raad dat maatregelen ter
vrijwaring van de openbare orde - en hetzelfde geldt voor de
openbare overlast - in een proportionele verhouding moet staan met
de geviseerde overlast[21], en dat deze overlast - indien zij de
zedelijke wanorde betreft - zodanig is dat zij werkelijk dreigt te
ontaarden in materiële wanordelijkheden[22].
In casu staat de bestreden maatregel op grond van artikel 135 § 2,
7° N. Gem.W. - het instellen van een concentratiegebied van amper
drie straten - buiten elke verhouding met de geviseerde overlast.
Hoger is aangetoond dat het verre van zeker is - of bewezen - dat de
overlast waarvan sprake in de bestreden beslissing in relatie staat
tot de raamprostitutie of nog, dat deze overlast zal worden beperkt
door het instellen van een concentratiegebied, laat staan dat zulks
in de bestreden beslissing afdoende is gemotiveerd[23] (cfr. infra:
vijfde middel).
Indien een concentratiegebied moet ingesteld worden, dan stelt
verzoekende partij voor dit concentratiegebied te begrenzen tot alle
17 prostitutiestraten van het huidige Schipperskwartier
(alternatief). Dergelijk gebied zal geen bijkomende overlast
veroorzaken en is voldoende ruim om de voor Antwerpen noodzakelijke
prostitutie op te vangen.
2. Het vierde middel is aldus ook in het derde onderdeel ernstig
en gegrond te noemen.
E. Vijfde middel: machtsoverschrijding; schending van het
evenredigheidsbeginsel; schending van het redelijkheidsbeginsel;
schending van het gelijkheidsbeginsel; schending van het beginsel
van de vrijheid van handel, onder meer verwoord in het decreet
D'Allarde; schending van artikel 135, § 2, 7° van de Nieuwe
Gemeentewet; schending van het algemeen rechtsbeginsel dat iedere
bestuurshandeling formeel en materieel moet worden gemotiveerd.
1. Het is, zoals gezegd, vaste rechtspraak van uw Raad dat
maatregelen ter bestrijding van openbare orde - en hetzelfde geldt
voor de openbare overlast - in een proportionele verhouding
moeten staan met de geviseerde overlast[24] en slechts kan vermeden
worden middels de genomen politiemaatregel.
Daarbij wordt als uitgangspunt aangenomen dat het gemeentebestuur in
functie van de gegevens van het dossier bij machte moet zijn om
aannemelijk te maken dat er een ernstige dreiging bestaat, en is in
essentie enkel die maatregel wettig die tegelijkertijd de openbare
orde maximaal beschermt en de rechten van de burgers minimaal
verstoort. De ingreep is maar verantwoord wanneer het bestuur een
degelijke afweging heeft gemaakt van alle in het geding zijnde
gegevens en wanneer het op grond daarvan gekozen heeft voor de
maatregel die noodzakelijk en doeltreffend is en die in verhouding
staan met de ernst van de tegen te gane ordeverstoring[25].
In casu staat de bestreden maatregel - het instellen van een uiterst
beperkt concentratiegebied- buiten elke verhouding met de geviseerde
overlast. Bovendien is het verre van zeker, zelfs eerder
integendeel, dat de overlast waarvan sprake in de bestreden
beslissing in relatie staat tot de raamprostitutie of nog, dat deze
overlast zal worden beperkt door het instellen van een
concentratiegebied.
Hetgeen wél vaststaand is dat de bestreden beslissing de
onverbiddelijke sluiting van een heel aantal raamprostitutiepanden
beoogt, zelfs in buurten waarin deze reeds decennia of zelfs eeuwen
aanwezig zijn. Het bestreden besluit negeert aldus straal de mensen
die er al jaar en dag prostitutie activiteiten ontplooien en zal
ongetwijfeld aanleiding geven tot een toename van de verdoken
prostitutie.
Uit het voorgaande dient aldus te worden afgeleid dat de bestreden
beslissing en de drastische en onherroepelijke gevolgen die deze
impliceert onmogelijk als proportioneel kan worden beschouwd aan de
situatie - in concreto openbare overlast - die het wil regelen. Uit
de bestreden beslissing kan in ieder geval niet worden afgeleid,
noch kunnen terzake afdoende motieven gevonden worden, dat het
instellen van een concentratiegebied, amper drie straten groot, de
noodzakelijke, adequate oplossing is om de vormen van overlast te
bekampen waarvan sprake in de bestreden beslissing.
2. Minstens dient te worden aangenomen dat een concentratiegebied
dat uit amper 3 straten bestaat en waarbij zodoende het grootste
gedeelte van de bestaande raamprostitutieactiviteiten in Antwerpen
wordt geliquideerd, kennelijk onredelijk is, in acht genomen
de feitelijke situatie.
2.1. Verzoekende partijen verwijzen, uitsluitend bij wijze van
voorbeeld, naar de Oudemanstraat. Deze is zeker niet minder dan de
Verversrui, de Vingerlingstraat en de Schippersstraat een
(raam)prostitutiestraat.
In de Oudemansstraat zijn er 93 prostitutieramen, hetzij ruimschoots
meer dan bijvoorbeeld in de Verversrui alwaar er "slechts" 49
raamprostitutieramen zijn. Bovendien is de Oudemansstraat, net zoals
de drie (raam)prostitutiestraten in het nieuwe concentratiegebied
afgesloten voor het doorlopend verkeer.
Komt daarbij dat in de Oudemanstraat zich hét Eroscentrum van
Antwerpen bevindt, zijnde een afgesloten ruimte met een heel aantal
"ramen". In dezelfde straat bevindt zich ook de grootste peepshow
van het kwartier. Er zijn redenen om aan te nemen dat beide
etablissementen niet zullen geraakt worden door de bestreden
beslissing en zelfs niet door het reglement op de
geschiktheidsverklaring, derwijze dat de Oudemanstraat, ingevolge
het aanwezig blijven van een actief Eroscenter en peep-show,
minstens de facto een prostitutiestraat zou blijven.
In de bestreden beslissing wordt geen enkele reden aangebracht die
zou kunnen verantwoorden waarom het concentratiegebied beperkt
blijft tot drie straten, en waarom sommige straten, bijvoorbeeld de
Oudemansstraat - maar hetzelfde geldt voor andere straten - zoals
bijvoorbeeld de Keistraat , de Sint-Paulusplaats, de Kommekenstraat...
, zijnde aloud bekende raamprostitutie-straten, uit het
concentratiegebied moeten worden geweerd.
2.2. Ook in de definitieve versie van het Beleidsplan Prostitutie
Antwerpen van juni 1999 komen een aantal elementen en uitgangspunten
naar voor die in het geheel niet in de bestreden beslissing terug te
vinden zijn, integendeel:
 | Volgens de studie is het beleidsuitgangspunt
van de Stad Antwerpen aangaande de raamprostitutie
Schipperskwartier dat deze in ieder geval niet verder mag
stijgen. Op 1 oktober 1998 telde het Schipperskwartier ca 275
ramen (Verslag Seinpost van juni 1999, p. 24 ); |
 | Aangezien niet mag verwacht worden dat op een zeer spoedige
termijn de gehele prostitutie in het Schipperskwartier
geconcentreerd zal zijn, dient er rekening te worden mee
gehouden dat een dergelijke operatie een tijdsbestek van 5 jaar
zal beslaan (Verslag Seinpost van juni 1999, p. 42.). Volgens de
studie zou het concentratie V-model rond 2003 afgerond kunnen
zijn (Verslag Seinpost van juni 1999, p. 52).
Het bestreden besluit zelf voorziet nergens in enige
overgangsperiode, doch maakt het ingestelde concentratiegebied
onmiddellijk van kracht. De verwerende partij heeft trouwens met
de effectieve afdwinging van de nieuwe reglementering, waardoor
alle raamprostitutie buiten de gedoogzone in één klap
ontoelaatbaar is geworden, reeds een aanvang genomen en heeft
diverse eigenaars reeds gewaarschuwd dat bij overtredingen op
artikel 62.1 van de codex van de Stad Antwerpen aan het college
van Burgemeester en Schepenen zal worden verzocht over te gaan
tot definitieve sluiting van de instelling.
Van enige overgangsperiode waarbinnen door de betrokkenen en de
getroffenen van de bestreden beslissing kan worden getracht uit
te wijken naar het concentratiegebied is in casu geen sprake.
|
Op grond van het voorgaande kan de bestreden
beslissing dan ook geenszins als kennelijk redelijk verantwoord
worden beschouwd.
3. Verzoekende partijen zijn de mening toegedaan
dat niet enkel het evenredigheidsbeginsel en het
redelijkheidsbeginsel door de bestreden beslissing worden geschonden
maar bovendien een schending van het gelijkheidsbeginsel
(artikel 10 en 11 van de Gecoördineerde Grondwet) moet worden
vastgesteld, en wel doordat in de bestreden beslissing geen
pertinente, adequate motieven worden aangebracht die redelijkerwijze
kunnen verantwoorden waarom het concentratiegebied wordt beperkt tot
amper drie straten en die kunnen verantwoorden waarom de ene straat
wel en de andere straat niet binnen het concentratiegebied wordt
gelocaliseerd.
Aldus creëert de bestreden beslissing een niet te verantwoorden
ongelijkheid tussen raamprostitutiepanden gelegen buiten het
concentratiegebied en deze welke in de toekomst verder zullen worden
gedoogd binnen het concentratiegebied.
4. Het vijfde middel is ernstig en gegrond.
F. Zesde middel: schending van de hoorplicht en van de
zorgvuldigheidsplicht
1. Noch de bewoners, noch de raamprostituees, noch de
raamprostitutiepandeigenaars, noch de belangenverenigingen van
raamprostituees (bv. Payoke), werden betrokken bij de totstandkoming
van de bestreden beslissing.[26] Terecht werd deze gang van zaken
bekritiseerd bij de bespreking in de gemeenteraad van 18 juni
2000.[27]
2. Enkel heeft het Studiebureau Seinpost in oktober 1998 eens een
informatieavond georganiseerd waarin de verschillende varianten van
het concentratiegebied zonder meer(d.i. zonder voorkeur) werden
voorgesteld en waaraan verder geen gevolg werd gegeven.
Ontegensprekelijk was verdere samenspraak noodzakelijk. Hierover
Seinpost zélf in zijn verslag van juni 1999, dus nà de vergadering
van oktober 1998:
"Volgende op de beleidsvisie voor u het beleidsplan; De
vaststelling van het beleidsplan zal in de komende maanden een
kwestie van wisselwerking zijn tussen beleidsverantwoordelijken,
bewoners, eigenaren alsmede de bedrijfstak zelf. Het beleidsplan
is te zien als een advies aan het gemeentebestuur van de stad
Antwerpen. Vaststelling van het beleid zou dienen plaats te vinden
in de gemeenteraad. Dit kan - ons inziens - het best plaatsvinden
nadat alle betrokkenen - conform de vaststelling van de beleidsvisie
- hiervan op de hoogte gebracht zijn en hun mening hierover kenbaar
gemaakt hebben" (pag. 23 van het verslag Seinpost van juni
1999).
In hetzelfde verslag wordt ten andere een uitvoerige planning
voorzien met diverse inspraakmomenten (pag. 64 e.v.) waarvan in de
praktijk niets is terechtgekomen.
3. Wanneer de Stad Antwerpen op discretionaire wijze zo
fundamenteel op de situatie en de belangen van een heel aantal
mensen inwerkt, moet redelijkerwijze worden vereist dat zij
voorafgaandelijk overgaat tot het overleg met de rechtstreeks
betrokkenen, minstens tot aanhoren van de betrokkenen.
Door zulks niet te doen heeft verwerende partij de in dit middel
omschreven beginselen van behoorlijk bestuur miskend.
4. Het zesde middel is ernstig en gegrond.
G. Zevende middel: schending van het vertrouwens- en
rechtszekerheidsbeginsel
1. Meerdere eigenaars van buiten het concentratiegebied, en
eerste verzoeker nog op 23 september 1999 (dus na het definitieve
verslag van Seinpost van juni 1999 en na de goedkeuring van dit
verslag door het Schepencollege op 18 maart 1999)[28], bekwamen een
bouwvergunning voor het inrichten van een raamprostitutiepand.
Daardoor mochten zij zich rechtmatig verwachten aan het behoud van
deze functie. In deze verwachting worden zij door de bestreden
beslissing beschaamd, hetgeen een duidelijk schending van
hogervermelde beginselen van behoorlijk bestuur.
2. Het zevende middel is ernstig en gegrond.
OM DEZE REDENEN BEHAGE HET DE RAAD VAN STATE,
De bestreden beslissing te vernietigen. Alle kosten
lastens verwerende partij.
Met eerbied, voor verzoekende partijen,
Dirk VAN HEUVEN Evelyne DU MOULIN
1] Andere prostitutiebuurten zijn in een verder of
dichter verleden verdwenen.
[2] Aan het strenge politiereglement, ingevoegd bij
gemeenteraadsbesluit dd. 5 juli 1982 werd t.a.v. het
Schipperskwartier geen uitvoering gegeven.
[3] Volgens een rapport van de Verkeerspolitie van de Stad Antwerpen
(ACI Ruypers H) wonen in de huidige concentratiezone 42 gezinnen
(Schippersstraat: 21, Vingerlingstraat: 9, Verversrui: 12).
[4] De aandacht van Uw Raad moet er worden op gevestigd dat eveneens
op de zitting van de gemeenteraad dd. 19 juni 2000 "bij
hoogdringendheid" werd akkoord gegaan met een reglement
"geschiktheidsverklaring raamprostitutiepand". Ook tegen dit
reglement wordt een beroep tot nietigverklaring aangetekend.
[5] Precies uit protest wegens de behandeling bij hoogdringendheid.
[6] "Bij hoogdringendheid wordt het dossier van het
Schipperskwartier aan de agenda van vandaag gebracht , wat ik
betreur" (woordelijk verslag gemeenteraadszitting dd. 19.6.2000.)
[7] "… ik sluit mij aan bij een aantal opmerkingen van de vorige
sprekers, vooral bij de visie van mevrouw Pauwels, die het betreurt
dat deze punten vandaag bij hoogdringendheid aan de agenda werden
toegevoegd" (idem).
[8] Zulks wordt zelfs letterlijk toegegeven door de burgemeester: "M.b.t.
de gedoogzone hebben we de namen van de straten niet eerder
bekendgemaakt om de immobiliënhandel enigzins in te perken" (zie
woordelijk verslag van de zitting van de gemeenteraad dd.
19.06.2000, p. 119). Deze overweging kan een beroep op de procedure
bij hoogdringendheid noch wettelijk noch feitelijk verantwoorden.
[9] VANDENDRIESSCHE A, De Nieuwe Gemeentewet en handhaving van de
openbare orde, in referatenbundel studiedag KULAK van 06.10.2000,
"De wet van 13 mei 1999 tot invoering van de gemeentelijke
administratieve sancties en de strijd tegen overlast", p. 12.
[10] "Op 1 oktober 1995 telde Antwerpen in totaal 386 ramen, waarvan
ongeveer 300 in het Schipperskwartier gelegen waren. Drie jaar
later, op 1 oktober 1998, telde het Schipperskwartier er nog vrijwel
net zoveel " (p. 2).
[11] Zie: "De woede van het Antwerpse Schipperpskwartier", De
Standaard, s.d.
[12] Zie: Gazet van Antwerpen, "Malle Babbe en de onmacht
oplossingen te vinden", 27.6.2000; Het Nieuwsblad "Nieuwe munitie
voor buurtcommissies van hoerenbuurt", 17.6.2000; Het Nieuwsblad,
"We willen onze buurt opnieuw leven inblazen", 29.11.2000; Zie ook:
Reactie "De Graaf stichting Nederland" en Info ITS, "Raamprostitutie
niet het grootste probleem, verkeer en drugs wel", s.d.
[13] Tweede, derde en vijfde verzoekende partijen laten in deze ook
een MTHEN als bewoner van de niet in de nieuwe gedoogzone gelegen
prostitutiestraten gelden. [14] Zie mevrouw Pauwels: "Wat de
concentratie tot drie straten betreft, werd in de themacommissie
onvoldoende toegelicht of die drie straten zullen volstaan en hoe de
stad regulerend zal werken" (woordelijk verslag gemeenteraadszitting
dd. 19.06.2000). [15] Zie de burgemeester tijdens de bespreking in
de gemeenteraadszitting: " Ik betreur ten zeerste dat de documenten
niet werden rondgedeeld". [16] Zie o.m. de heer Wijns, de heer
Verreycken en mevrouw Pauwels.
[17] De tweede stap is uiteraard het beperken van de gedoogzone tot
drie straten.
[18] De heer Verreycken bedoelt hiermede, o.m. de bespreking van het
concentratie- en van het geschiktheidsverklaringsreglement. [19]
Verzoekende partijen menen dat dit cijfer te laag ligt. [20] Verslag
Seinpost, juni 1999, p. 28.
[21] A. VANDENDRIESSCHE, o.c., p. 14.
[22] S. VAN GARSSE, "De administratieve politiebevoegdheid van de
burgemeester", T.B.P. 2001, p. 143.
[23] A. VANDENDRIESSCHE, o.c., p. 15.
[24] Zie tevens R.v.St., Van Der Vinck en cs, nr. 80.282, 18 mei
1999.
[25] A. VANDENDRIESSCHE, o.c., p. 15.
[26] Zie terzake: Het Nieuwsblad, "Stad trekt staart in voor
hoerendebat", 16.06.2000, waarin de Antwerpse prostitutie ambtenaar
toegeeft: "Dat de buurt - zij het bewoner huisjesmelker of
prostituee - weinig inspraak had in het prostitutieplan, ontkent
Karin Martens niet". Verder stelt Karin Martens: "Ten gepaste tijde
zullen we iedereen over ons plan inlichten. Vroeger niet". Deze
"gepaste tijden" zijn blijkbaar nimmer gekomen ;. Zie ook: Het
Nieuwsblad, "Stadhuis niet naar hoerendebat", 17.06.2000; Gazet van
Antwerpen, "Malle Babbe en de onmacht om oplossingen voor te
stellen", 27.06.2000.
[27] Zie de tussenkomsten van gemeenteraadsleden Pecher, Smit en
Wyns tijdens de zitting van 19.06.2000. [28] Men stelt zich de vraag
hoe het Schepencollege in maart 1999 een beleidsplan kan goedkeuren
als de definitieve versie, zoals de verzoekende partijen deze hebben
bekomen via de regel van openbaarheid van bestuur, dateert van ...
juni 1999.
|