Start Forum Zoeken

Uitspraak geschiktheid

Welkom
Nieuws
SOS
Beroep
Buurt
Beleid
Links
Contact

 

Uitspraak concentratie
Uitspraak geschiktheid
Klacht Raad van State

 

Raad van State - uitspraak 06.07.2001 geschiktheidsverklaring 

 

RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.
ARREST
nr. 97.529 van 6 juli 2001

 

in de zaak A. 102.093/XII-3007.
In zake :

1. Eleftherios PAPADATOS,
2. Pierre VAN LIEDEKERKE,
3. Maurice BUSSCHAERTS,
die woonplaats kiezen bij advocaat D. VAN HEUVEN,
kantoor houdende te KORTRIJK, President Kennedypark 8 b


tegen :
de stad ANTWERPEN,
die woonplaats kiest bij advocaat R. POCKELE-DILLES,
kantoor houdende te ANTWERPEN,
Stoopstraat 1, bus 13.

 

DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat Eleftherios PAPADATOS, Pierre VAN LIEDEKERKE en Maurice BUSSCHAERTS op 21 maart 2001 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 19 juni 2000 van de gemeenteraad van Antwerpen tot vaststelling van een reglement geschiktheidsverklaring raamprostitutiepand;


Gezien de nota van de verwerende partij;
Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL;
Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen;
Gelet op de beschikking van 11 mei 2001 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 mei 2001;
Gehoord het verslag van staatsraad J. LUST;
Gehoord de opmerkingen van advocaat D. VAN HEUVEN, die verschijnt voor verzoekers en van advocaat R. POCKELE-DILLES, die verschijnt voor de verwerende partij;
Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL;
Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen in de tweede helft van 1997 beslist te komen tot "een projectmatige aanpak van de prostitutieproblematiek" en op 14 mei 1998 het adviesbureau Seinpost belast met de ontwikkeling van een beleidsplan prostitutie; dat volgens het beleidsplan een inperking van de prostitutie in het Schipperskwartier "meer dan wenselijk is" en dat "het zogenaamde V-model het best na te streven concentratiemodel" is, waarbij "(h)et V-model bestaat uit een aaneengesloten concentratiegebied, bestaande uit de Schippersstraat, (een deel van de) Vingerlingstraat en de Verversrui";
dat het beleidsplan tevens "het aanscherpen van regelgeving gericht op de fysieke omstandigheden waaronder de prostitutie plaatsvindt" bepleit;

Overwegende dat, met verwijzing naar het beleidsplan, de gemeenteraad op 19 juni 2000 twee
reglementen vaststelt; dat enerzijds de gemeenteraad beslist hoofdstuk IV van de code van de gemeentelijke politiereglementen aan te vullen met de artikelen 62.1 en 62.2; dat hierdoor het concentratiegebied, waaronder verstaan wordt : Verversrui, Vingerlingstraat en Schippersstraat, vrijgesteld wordt van onder meer het op of aan de openbare wegen van de stad geldende algemeen verbod "dat personen die ontucht plegen of zich aan prostitutie overgeven, er de schijn van opwekken of hiertoe aansporen, dit aan de voorbijgangers tonen"; dat anderzijds de gemeenteraad beslist een reglement geschiktheidsverklaring raamprostitutiepand aan te nemen; dat het reglement, voorwerp van de vordering, voorschrijft dat het verboden is een raamprostitutiepand in gebruik te nemen, te hebben of te houden zonder of in afwijking van een geschiktheidsverklaring prostitutiepand, en bepaalt aan welke voorwaarden enerzijds de houder van de geschiktheidsverklaring en anderzijds het raamprostitutiepand moeten voldoen;

Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;

Overwegende, met betrekking tot de tweede voorwaarde, dat verzoekers toelichten eigenaar te zijn van een raamprostitutiepand, de eerste twee binnen het concentratiegebied, de derde erbuiten; dat zij uiteenzetten :
"De panden van verzoekende partijen in het concentratiegebied beantwoorden immers niet aan de voorschriften voor de inrichting van het raamprostitutiepand en gevreesd moet dat het pand van eerste verzoekende partij ook bouwtechnisch hieraan niet kan voldoen. Het feit dat dit pand over te lage plafonds beschikt, is zo problematisch te noemen, dat een aanpassing van deze panden conform de normen voorzien in het bestreden reglement geschiktheidsverklaring binnen het bestaande gebouw materialiter en bouwtechnisch onmogelijk is.
Wat derde verzoekende partij betreft, komt daar nog bij dat zijn raamprostitutiepand zich situeert buiten het concentratiegebied. Daardoor kan hij geen geschiktheidsverklaring bekomen en dreigt, zelfs buiten het concentratiereglement om, zijn pand enkel om deze reden gesloten te worden. De financiële implicaties van de bestreden beslissing, welke zal leiden tot een vrijwillige, hetzij een gedwongen sluiting van de prostitutiepanden, zijn bijzonder groot en dreigen voor verzoekende partijen rampzalig te worden. Immers zullen de gedane investeringen teloor gaan. Bovendien maakt de combinatie van beide voormelde artikelen 3 en 5 van het bestreden reglement het voor derde verzoekende partij binnen de eerste vijf jaar onmogelijk om raamprostitutiepand binnen de concentratiezone te betrekken met een attest van geschiktheidsverklaring. Beide artikelen samen brengen met zich mede dat iemand die eigenaar was van een raamprostitutiepand buiten het concentratiegebied en dat bij toepassing van het bestreden geschiktheidsverklaringsreglement werd gesloten, en dan eigenaar wil worden (of blijven) van een pand binnen het concentratiegebied, op een weigering tot afgifte van een geschiktheidsverklaring vanwege het college van burgemeester en schepenen zal stoten. Indien derde verzoekende partij strafrechtelijk wordt vervolgd bij toepassing van het concentratiereglement omwille van het eigenaar zijn van een raamprostitutiepand buiten het nieuwe concentratiegebied, dan is hij niet meer in de voorwaarden van artikel 5a van de bestreden beslissing, zodat hij opnieuw geen geschiktheidsverklaring zal kunnen bekomen binnen het nieuwe concentratiegebied. Actief blijven in de prostitutiesector dreigt aldus onmogelijk te worden".

Overwegende dat eerste verzoeker zich kennelijk vergist als hij meent dat een eenvoudige
schets van het grondplan van zijn pand genoegzaam aantoont dat het wegens de lage plafonds "materialiter en bouwtechnisch onmogelijk" is om het aan de normen van het bestreden reglement te laten voldoen;

Overwegende dat, voorts, verzoekers het aan de Raad overlaten te gissen naar de beweerde "financiële implicaties van de bestreden beslissing"; dat zij niet eens een poging doen om ze te ramen; dat zij ook geen enkele verduidelijking omtrent hun financiële toestand verschaffen; dat het in die omstandigheden niet mogelijk is na te gaan of de genoemde implicaties inderdaad van die aard zijn dat ze op de sluiting van de prostitutiepanden kunnen uitlopen en voor verzoekers dreigen "rampzalig" te zijn; dat de Raad ook volkomen het raden heeft naar de "gedane investeringen" die verloren zullen gaan;

Overwegende dat in zoverre derde verzoeker er zich over beklaagt dat hij geen geschiktheidsverklaring kàn verkrijgen omdat zijn raamprostitutiepanden buiten het eerdergenoemde concentratiegebied liggen en zich beroept op het nadeel dat hij dreigt te lijden wanneer zijn panden met toepassing van het bestreden reglement worden gesloten precies omdat zij buiten het concentratiegebied gelegen zijn, hij een nadeel doet gelden dat essentieel teruggaat op een ander dan het bestreden besluit, namelijk het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2000 tot aanvulling van hoofdstuk IV van de code van de gemeentelijke politiereglementen; dat ook het nadeel dat derde verzoeker overeenkomstig de bestreden beslissing geen geschiktheidsverklaring meer zal kunnen krijgen voor een pand binnen het concentratiegebied ingeval hij strafrechtelijk wordt veroordeeld wegens overtreding van het gemeenteraadsbesluit tot aanvulling van de code van de gemeentelijke politiereglementen onvoldoende rechtstreeks is; dat het nadeel in voorkomend geval wezenlijk aan zijn eigen onwettig gedrag te wijten zou zijn;

Overwegende dat verzoekers niet aannemelijk maken dat zij een nadeel dreigen te lijden dat ernstig en moeilijk te herstellen is, en voldoende direct uit de bestreden beslissing voortvloeit; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen,

BESLUIT:
Artikel 1.
De vordering tot schorsing wordt verworpen.
Artikel 2.
De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld.

Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes juli 2001, door:
de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad,
F. BONTINCK, toegevoegd griffier.
De griffier, De voorzitter,
F. BONTINCK. J. LUST.

 

 

 

 

 Vorige Start Omhoog Volgende

 

Copyright © SOS Schipperskwartier 2006