Start Forum Zoeken

Mensenhandel 2000

Welkom
Nieuws
SOS
Beroep
Buurt
Beleid
Links
Contact

 

Manifest gelijke rechten
Verzegeling pand
Oproep Ketelpatrouille
Bordello
Migratie - moderniteit
Beelden prostituees
Senaat mensenhandel
Mensenhandel 2000
Prostitutie FAQ 1
Prostitutie FAQ 2
AWP Meeting 1997
Charter 1985

 

Rapport Mensenhandel 2000

 

Hoofdstuk II: Situatie op het terrein: knelpunten en aanbevelingen

6. Knelpunten en eventuele voorstellen

6.1. Misbruik asielprocedure
In de vorige verslagen van het Centrum werd het misbruik van de asielprocedure reeds uitvoerig aangeklaagd. Uit de gesprekken met de betrokken actoren blijkt dat door de handelaars nog steeds op grote schaal misbruik wordt gemaakt van dit systeem en het aantal asielzoeksters die in de prostitutie werken de laatste jaren sterk is gestegen.
In Antwerpen loopt het aantal vrouwen dat werkzaam is in de prostitutie en kandidaat asielzoeker is, volgens de politiediensten, op tot praktisch 90 %. Het blijkt dat het voor de verschillende diensten zeer moeilijk is om efficiënt op te treden in situaties waarbij de vrouwen illegaal of uitgeprocedeerd zijn. Tevens kan een gevoel van onmacht ontstaan wanneer geen andere mogelijkheid bestaat dan een vermoedelijk slachtoffer opnieuw naar het milieu te laten gaan.
Het lijkt ons dat de bevoegde overheid zich dient te beraden over het nemen van maatregelen teneinde deze misbruiken te kunnen tegengaan. De Dienst Vreemdelingenzaken is in veel gevallen de eerste officiële instantie waarmee slachtoffers in contact komen en hij beschikt hierbij over een bevoorrechte positie om te vermijden dat eventuele slachtoffers in het milieu worden geplaatst. Tevens zijn de probleemnationaliteiten van slachtoffers alom bekend.

6.2. Relatie prostitutie en arbeid
Tijdens de gesprekken die het Centrum had met de verschillende betrokken actoren kwam naarvoor dat meerdere personen/ diensten binnen Antwerpen pleiten voor een statuut voor de prostituée: "Erken prostitutie als arbeid en creëer op die manier een mogelijkheid voor politiediensten om op te treden tegen diverse vormen van uitbuiting binnen de prostitutie."
Wij zijn er ons van bewust dat deze discussie omtrent een statuut voor de prostituee zich situeert binnen een complex kader waarbij men vele voor- en tegenstanders vindt die elk hun eigen argumenten kunnen aanhalen. Het is niet de bedoeling om hierbij van onze kant positie in te nemen als voor- of tegenstander. Integendeel beperken wij ons tot de mogelijkheden binnen de huidige wetgeving. Omtrent de problematiek van de raamprostitutie werd ook contact opgenomen met de andere betrokken actoren uit de vijf grote steden.
In dit verslag wil het Centrum een beknopte samenvatting weergeven omtrent de wetgeving rond prostitutie en meer specifiek de relatie prostitutie en arbeid. Het Centrum wil er de nadruk op leggen dat dit gebeurt binnen het kader van eventuele mogelijkheden ter bestrijding van de mensenhandel in de prostitutiesector en voegt ­ volledigheidshalve- toe hiermee geen afbreuk te willen doen aan het thans bestaande gedoogbeleid. Tenslotte blijkt uit de gesprekken met de verschillende actoren, in functie van de evaluatie in vijf grote steden, dat de prostitutiesector nog steeds als één van de grootste risicosectoren wordt beschouwd voor mensenhandel.

6.3. Het schipperskwartier te Antwerpen
Binnen de stad Antwerpen is het Schipperskwartier nog steeds een grote risicosector. Volgens cijfergegevens van de sectie "Zeden" van de opsporingsdienst binnen de gemeentepolitie bestaan er in deze zone 284 vitrines.
Deze zijn verdeeld over de volgende straten: Grote en kleine Kraaiwijk, Sint Paulusstraat, Sint Paulusplein, Sint Pietersvliet, Oudemansstraat, Leguit, Korte Schipperskapelstraat, Schippersstraat, Vingerlingstraat, Blauwbroekstraat, Verversrui, Keistraat, Kommekensstraat en de Godefriduskaai. De huidige situatie is dat voor deze vitrines omwille van de grote vraag vaak woekerprijzen geboden worden, niet zelden door Albanese handelaars. De eigendom der panden zou echter nagenoeg volledig in Belgische handen zijn. De vitrines worden meestal verhuurd per shiften van 12 uur, zonder afsluiting van een schriftelijke huurovereenkomst. In sommige panden werken vrouwen in shiften van 8 uur. De meest voorkomende herkomstlanden van de vrouwen achter de vitrines zijn Oost-Europa (hoofdzakelijk Albanië) en West-Afrika.

6.4. Situatie onder meer te Gent en ten dele in Brussel wat betreft de vitrinebars
Meerdere diensten te Antwerpen verwijzen naar de situatie te Gent waar de prostitutiesector voornamelijk bestaat uit vitrinebars. Zij wijzen erop dat een vergelijking met het prostitutiefenomeen in het Antwerpse Schipperskwartier, waar de vrouwen een "quasi" zelfstandige activiteit uitoefenen, niet mogelijk is.
In de vitrinebars is men officieel in het personeelsregister ingeschreven als dienster. Officieel sporen de vrouwen achter de vitrines de klanten enkel aan tot drankverbruik wat impliceert dat het bestaan van prostitutieactiviteiten niet onmiddellijk zou kunnen worden aangetoond. Hierdoor ontstaat een tewerkstelling in ondergeschikt verband en kan bijgevolg de sociale inspectie mee ingeschakeld worden bij controles en bij de vaststelling van eventuele inbreuken en/ of situaties van uitbuiting. Onder meer op die manier is men er in Gent in geslaagd de mensenhandel in deze sector enigszins onder controle te houden.
Het is tevens de exploitant/ eigenaar die nadeel ondervindt bij eventuele vervolging. Het is duidelijk dat het hier om een gedoogbeleid gaat en vervolging enkel wordt ingesteld bij situaties van uitbuiting en sociale overlast. Meer informatie hiervoor vindt men terug in de beschrijving van de risicosectoren en de wijze van optreden te Gent. De betrokken diensten te Gent wijzen ook op de grijze zone waarbinnen prostitutie zich nu bevindt en bemerken dat het interessant zou kunnen zijn om een standpunt in te nemen omtrent prostitutie teneinde dit fenomeen uit de schemerzone te halen.

6.5. Wetgeving rond prostitutie
De afgeleide aspecten rond prostitutie zijn omschreven in de strafwetgeving. Zo legt art. 380 bis SWB een bordeelverbod op en stelt het elke persoon die de ontucht of prostitutie van een ander exploiteert strafbaar.
Hierdoor wordt onder meer een legale tewerkstelling in ondergeschikt verband onmogelijk. Voor de strafbaarstelling van het verhuren van kamers met het oog op prostitutie zou een abnormaal profijt moeten bewezen worden.
Verder willen we hiervoor verwijzen naar de zedenwetten van 27.03 en 13.04.95.

6.6. Prostitutie als zelfstandige arbeid?
Het is niet voor iedereen duidelijk of de activiteiten van een prostituée kunnen beschouwd worden als een beroepsactiviteit. De wetgever kent een beroep van prostituée niet. Volgens het koninklijk besluit van 27 juli 1967 houdende de inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen moet er voldaan zijn aan een sociologisch en een fiscaal criterium. Aan het eerste criterium is voldaan wanneer de persoon bij de uitoefening van zijn activiteit niet gebonden is door een arbeidsovereenkomst of een statuut en het een bezigheid betreft die gewoonlijk wordt uitgeoefend. Het fiscaal criterium is zeer ruim en omvat elke bezigheid die regelmatig wordt uitgevoerd en daardoor een professioneel karakter vertoont (Arbeidsrb. Antw. 27.05.75).
Reeds in 1979 kwam het Arbeidshof te Antwerpen (01.06.79) tot volgende beslissing: "Het louter aanbieden van zijn charmes tegen betaling is niet verboden door de wet en vormt derhalve geen ongeoorloofde beroepsactiviteit. Een dergelijke activiteit moet bijgevolg worden beschouwd als zijnde een beroepsactiviteit die aanleiding geeft tot een verzekeringsplicht in het kader van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967." Een prostituee zou zich als zelfstandige kunnen vestigen maar de hulpkas voor zelfstandigen zou geen specifieke code voorzien.

6.7. Beroepskaarten voor vreemdelingen
Reeds in de vorige verslagen van het Centrum werd gemeld dat volgens de OD en de BOB het weren van personen in de vitrines die niet over een geldige beroepskaart beschikken, een stap vooruit zou betekenen. Uit onze gesprekken blijkt dat sommigen van mening zijn dat men op deze manier een vervolgingsbeleid moet kunnen uitwerken waarvan voornamelijk de verhuurders/eigenaars een financieel nadeel ondervinden. Zeker is dat velen werkzaam op het terrein te Antwerpen reeds lang wachten op een duidelijk beleid dat bepaalt hoe zij efficiënt kunnen optreden tegen de vormen van uitbuiting al dan niet gelinkt aan mensenhandel binnen de raamprostitutie in het Schipperskwartier. Hier is geen sprake van een duidelijk ondergeschikt verband. Een vergelijking met de vitrinebars is niet mogelijk daar deze officieel "drankgelegenheden" zouden zijn. De wet van 19.02.65 meldt in artikel 1 dat elke vreemdeling die in België een zelfstandige activiteit van winstgevende aard uitoefent in het bezit moet zijn van een beroepskaart. Het onderzoek der artikelen bepaalt: het is ook van toepassing op de vreemdeling die, hoewel hij geen bepaald ambacht of beroep uitoefent, daden stelt waarvan het geheel kan worden aangezien als een werkelijk met winstoogmerken uitgeoefende activiteit (Parl.St. nr. 334 Senaat 27 juli '64).
Voor een aantal landen bestaat echter een vrijstelling, onder meer voor de lidstaten van de Europese Economische Ruimte (EG, Noorwegen en Ijsland). Tevens zijn Poolse, Tsjechische, Slowaakse, Bulgaarse en Roemeense onderdanen vrijgesteld van het bezit van een beroepskaart op basis van Associatie-akkoorden afgesloten tussen de Europese Unie en de PECO-landen (centraal ­en oosteuropese landen). Sinds 1 januari 2000 zijn ook onderdanen van Estland, Letland en Litouwen vrijgesteld. De Associatieakkoorden laten met betrekking tot een activiteit in loondienst voor diensters of prostituees geen tewerkstelling toe.
Vervolgens vermeldt bovenstaande wetgeving dat door hoven en rechtbanken de sluiting van de onderneming kan bevolen worden wanneer een vreemdeling de beroepskaart namaakt of vervalst of een inbreuk op artikel 13 van de betrokken wet begaat. Namelijk:
1° de vreemdeling die onderworpen aan de verplichtingen vermeld in artikel 1 van onderhavige wet, een zelfstandige winstgevende activiteit uitoefent zonder in het bezit te zijn van een beroepskaart;
2° de vreemdeling die een zelfstandige winstgevende activiteit uitoefent welke hem door de Raad voor Economisch Onderzoek inzake Vreemdelingen verboden werd of die een bevel tot sluiting uitgesproken door genoemde Raad overtreedt;
3° de vreemdeling die door het aanwenden van listige kunstgrepen een beroepskaart bedriegelijk verkrijgt of onder zich heeft;
4° hij die de uitvoering van de taak van de in artikel 12 bedoelde ambtenaren en beambten belemmert;
5° hij die wetens en willens onjuiste inlichtingen heeft verstrekt of onjuiste documenten heeft bezorgd aan de ambtenaren en agenten belast met dit toezicht, of aan de Raad voor Economisch Onderzoek inzake vreemdelingen.
In een arrest van de Raad v. State dd. 09.06.'87 staat geschreven dat de Minister van Middenstand de toekenning van een beroepskaart kan weigeren wanneer hij als motivatie aanvoert dat de toekenning van de beroepskaart de mogelijkheid zou bieden tot een nieuwe inwijking en dat het toelaten van de beoogde activiteit het aantal vreemde handelaars in het land zou doen toenemen.
 


Conclusies/Aanbevelingen
 

Het Centrum wil er de aandacht op vestigen dat de voorgestelde aanbevelingen, hierbij specifiek gericht naar de raamprostitutie in het Schipperskwartier in acht genomen de benadrukking door de diverse actoren ter plaatse, dienen deel uit te maken van een pakket van maatregelen ter bestrijding van de problematiek. Hierbij dient trouwens aangestipt dat betreffende de situatie in het Antwerpse Schipperskwartier kan gesteld worden dat de problematiek rond de mensenhandel nauw gelieerd is met een aantal randfenomenen en dat een multi-disciplinaire aanpak zich opdringt. Uit onze gesprekken is gebleken dat er, onder meer gezien de onderbezetting van bepaalde politiediensten, te weinig controles geschieden zodat deze randcriminaliteit er een voedingsbodem heeft. Het terugdringen van deze randcriminaliteit lijkt ons één van de maatregelen die het fenomeen van de mensenhandel kan "controleerbaar en beheersbaar" maken.
Reeds werd vermeld dat te Antwerpen 284 vitrines (zie gegevens beschikbaar gesteld door Politie Opsporingen) beschikbaar zijn voor de prostituees. De vraag dient gesteld te worden of hier voor de bestuurlijke overheid geen rol is weggelegd om een uitbreiding van het aantal vitrines tegen te gaan door het nemen van een aantal maatregelen (bouwpolitie, hygiëne, overlegging schriftelijke huurovereenkomst naar aanleiding van bepaling rendez-vous taks).
De wet van 19/02/1965 stelt in artikel 1 duidelijk dat elke vreemdeling die op het grondgebied van het Rijk een zelfstandige activiteit van winstgevende aard uitoefent, houder moet zijn van een beroepskaart. Bij de analyse van de artikelen wordt vermeld dat deze wet ook van toepassing is op de vreemdeling die, hoewel hij geen bepaald ambacht of beroep uitoefent, daden stelt waarvan het geheel kan worden aangezien als een werkelijk met winstoogmerken uitgeoefende activiteit. De sluiting van de onderneming (wat hiervan ook de aard en omvang wezen) kan bevolen worden wanneer één der inbreuken vermeld in art. 13 plaatsvond.
De bedenking dient hierbij gemaakt te worden dat de Minister van Justitie in zijn nieuwe omzendbrief col 12 duidelijk stelt dat vormen van controle, die tegen de slachtoffers of de prostituees zijn gericht, dan wel voor deze personen ongemakken zouden meebrengen die niet in verhouding staan met de doelstellingen, moeten worden vermeden. Controles die hoofdzakelijk ertoe zouden leiden de zichtbare vormen van bedoelde verschijnselen in het daglicht te stellen, maar irrelevant zijn met betrekking tot het gestelde doel, moeten eveneens worden vermeden. Het Centrum sluit zich hierbij aan en benadrukt dat deze zienswijze noodzakelijk is met het oog op o.m. de veiligheid van (eventuele) slachtoffers.

In de vitrineprostitutie zijn er ons inziens meerdere situaties mogelijk.
Enerzijds willen we verwijzen naar een Cassatiearrest van 4 september 1984 bepalende dat het art. 380bis §1 2° (bordeelverbod) niet van toepassing is op de vrouw die een huis houdt waarin alleen zijzelf zich aan ontucht of prostitutie overlevert. De vraag zou kunnen worden gesteld op welke wijze hierop controle kan worden gevoerd. Anderzijds zijn er de situaties waarin vrouwen werken in shiften en/ of waar onderverhuring plaatsvindt. In dit laatste kader zou volgens sommige magistraten ten aanzien van de eigenaar of hoofdhuurder vervolgd kunnen worden op basis van de volgende artikelen in het Sw:
hij die, ten einde eens anders driften te voldoen, een meerderjarige zelfs met zijn toestemming, aanwerft, meeneemt, wegbrengt of bij zich houdt met het oog op het plegen van ontucht of prostitutie (art. 380bis §1 1°);
hij die een huis van ontucht of prostitutie houdt (art. 380bis §1 2°);
hij die, op welke manier ook, eens anders ontucht of prostitutie exploiteert (art. 380bis § 1 4°)
Het parket te Brussel voert de politiek dat in één vitrine (carré) één prostituee werkzaam is en de vitrines worden verzegeld voor een periode van enkele weken tot 3 à 4 maanden wanneer onderverhuring wordt vastgesteld, illegale personen worden aangetroffen of geen schriftelijke huurovereenkomst kan voorgelegd worden. Hierbij wordt binnen het milieu een bepaalde tendens gecreëerd waardoor hoe langer hoe minder optreden nodig is. Kunnen we hier niet spreken van een sensibilisering ten aanzien van de eigenaar en de huurder? Met betrekking tot de raamprostitutie in het Schipperskwartier moet ons inziens minstens rekening gehouden worden met een overgangsperiode daar het onmogelijk is deze situatie onmiddellijk op te lossen.
Het Centrum is er zich van bewust dat eventuele maatregelen de nodige verschuivingen kunnen veroorzaken en een aanzienlijke tijdspanne zullen vergen. Nochtans moet ons inziens een bepaald evenwicht gevonden worden waardoor men vermijdt dat steeds meer en meer slachtoffers gemakkelijk tewerkgesteld kunnen worden in de vitrineprostitutie. Een eenduidigheid naar (gebeurlijke) interpretatie van bestaande wetgeving alsook overleg (op nationaal vlak) qua bestrijding der problematiek dringt zich ons inziens op. In negatief geval zou immers "misbruik" kunnen worden gemaakt; "risicogebieden" zullen alsdan verschuiven.


 

 

 Vorige Start Omhoog Volgende

 

Copyright © SOS Schipperskwartier 2006